De twee, Marcel Metze – auteur van bestseller De geur van geld – en Adriaan
Meij, wijzen erop dat DNB al in 1995 bankdirecties waarschuwde voor de grote
risico’s van derivaten. Maar in de jaren daarna ging de toezichthouder zelf
akkoord met steeds soepeler regelgeving. Bijvoorbeeld de Spaanse centrale
bank hield wel vast aan strenge regels, waardoor Spaanse banken nu veel
minder problemen hebben.

Hieronder het opiniestuk van Metze en Meij uit het FD
van vrijdag 10 juli:

"Laks, lankmoedig, halfhartig en twijfelend noemde de Tweede Kamer het
optreden van de Nederlandsche Bank in de kwestie Icesave. Hoeveel aansporing
heeft president Nout Wellink nog nodig voor hij eindelijk aftreedt? Icesave
is maar één reden.

Wellink heeft breed gefaald in zijn kerntaak als toezichthouder. Hij is
medeverantwoordelijk voor een ongekende crisis die belastingbetalers
wereldwijd honderden miljarden kost, en die miljoenen wereldburgers dieper
in de armoede stort. Het is, zowel voor het vertrouwen in het bankwezen als
voor het vertrouwen in de politiek, dringend noodzakelijk dat hij die
verantwoordelijkheid neemt. Zo niet, dan dient minister Bos hem heen te
zenden.

Falen
Nergens kwam Wellinks falen pregnanter aan het licht dan in het programma
Pauw & Witteman van afgelopen mei. In een lang interview kapittelde de
bankpresident iedereen, van de vorige ceo van Royal Bank of Scotland tot de
IJslandse bankiers en autoriteiten, en de credit rating bureaus die hun
zegen hadden gegeven aan de riskante subprime-hypotheken. Zijn eigen handen
waste hij in onschuld.

Helaas kreeg hij die kans, P&W verzuimden de écht belangrijke vragen te
stellen. Wellink zei dat hij geen reden had gezien om de acquisitie van ABN
Amro door RBS, Banco Santander en Fortis te blokkeren. ‘Als een bank te veel
betaalt, moet hij dat zelf weten.’ Het duo had natuurlijk moeten riposteren:
maar als een ‘systeembank’ te veel betaalt voor een andere ‘systeembank’,
dat is dat toch een ‘systeemrisico’, en dus uw zaak?

Een andere vraag had moeten zijn: wie heeft eigenlijk besloten om grote delen
van het toezicht op banken – en met name op hun risicobeheer – afhankelijk
te maken van die credit rating agencies? Dat waren toch de Wellinks, de
presidenten der centrale banken van de G-20 landen? Wisten zij werkelijk
niet dat deze bureaus zich laten betalen door de bedrijven die zij
beoordelen – en dus verre van onafhankelijk zijn?

Lees ook op Business Insider

Erosie
Wellinks grootste fout betreft de erosie van de kapitaaldekking. Banken
hebben thans een eigen vermogen van nog geen 10%. Hun analisten beschouwen
bedrijven met zo’n laag eigen vermogen als insolvabel, onvoldoende in staat
hun schulden af te lossen. Zelf achtten ze zich boven die regel verheven,
met instemming van Wellink.

De DNB-president is niet de enige die dit heeft laten gebeuren. Hij heeft een
heel gezelschap collega’s, verzameld in het Basel Comité. Dat heeft
decennialang veel te slappe richtlijnen voor het bankentoezicht
uitgevaardigd. Maar die richtlijnen zijn geen wetten, Wellink had in eigen
land scherpere regels kunnen stellen.

Zijn Spaanse collega deed dat wel, zodat Spaanse banken veel beter door de
crisis komen, net als trouwens de Italiaanse en Scandinavische banken, die
allemaal voorzichtiger beleid voerden.

Wellink en veel van zijn collega-centrale bankiers valt te verwijten dat zij
tal van signalen en waarschuwingen hebben genegeerd. Wij noemen
Yale-hoogleraar Robert Shiller, superbelegger Warren Buffett, voorzitter
David Walker van de Amerikaanse Rekenkamer, en de Nederlandse topaccountant
Jules Muis, voormalig controller bij de Wereldbank. Hij negeerde zelfs zijn
eigen waarschuwingen.

Op internet circuleert een brief uit 1995 (!) waarin Wellinks collega De Swaan
(toen directeur bij DNB, later verkast naar ABN Amro) de bankdirecties
waarschuwde dat de bovenmatige risico’s van financiële derivaten zelfs het
voorbestaan van hun instellingen konden bedreigen. Ondanks deze profetische
brief werkte Wellink als bankpresident in 1997, 2002 en 2003 juist mee aan
invoering van soepeler regels door minister Zalm, zo berichtte NRC
Handelsblad onlangs, regels die het parlement overigens zonder discussie
heeft laten passeren.

De DNB-brief van 1995 stelde expliciet: ‘degenen die belast zijn met de
dagelijkse leiding van de instelling dienen een goed inzicht in de risico’s
samenhangend met het gebruik van derivaten te hebben’ en ‘alle geledingen
van de instelling die met derivaten van doen hebben, moeten de voor hen
relevante aspecten van de wijze van risicometing kennen en begrijpen’.

Excuus
Het excuus dat de kredietcrisis is uitgebroken omdat bankiers zelf hun
geavanceerde producten niet meer begrepen, is dus niet valide. Zij hadden
die kennis wél moeten hebben. En Wellink had hen daar aan moeten houden.

Het argument dat het hem en zijn DNB aan wettelijk instrumentarium ontbrak, is
uiterst zwak. Als Wellink zijn taak niet naar behoren kon uitvoeren had hij
om meer bevoegdheden moeten vragen of opstappen.

Wij verwachten van onze toezichthouders dat zij riskante ontwikkelingen niet
alleen doorzien maar er ook – met rechte rug – tegenwicht aan bieden en er
tijdig op ingrijpen. Dat heeft Nout Wellink niet gedaan. Zelf wil hij vanaf
2011 nog wel een volgende termijn van zeven jaren als DNB-president
volmaken. We kunnen er echter niet zomaar op vertrouwen dat hij in de
toekomst meer inzicht, doortastendheid en verantwoordelijkheidsgevoel ten
toon zal spreiden. De conclusie is duidelijk: wij moeten op zoek naar een
nieuwe toezichthouder voor ons bankenstelsel."

Marcel Metze is journalist, historicus en auteur van o.m. ‘De Geur van Geld’.
Adriaan Meij is onderzoeksjournalist en directeur van AME Research.

noot redactie Z24: de bewuste brief van DNB uit 1995 is
gepubliceerd door De Accountant

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl