Het Lego-blokje uit het ene bouwpakket is duurder dan die uit het andere bouwpakket. Met steden en treinsets ben je het duurste uit.

De prijsbewuste inkoper tuurt al jaar en dag naar de kleine cijfertjes in de supermarkt: de prijs van een product per liter of per kilo.

Dat dit principe niet alleen opgaat voor pastasaus of wasmiddel, maar ook voor Legoblokjes, toont Rhett Allain van Wired aan. Hij rekende uit hoeveel een Legoblokje gemiddeld kost, door de prijs van verschillende bouwpakketten af te zetten tegen het aantal blokjes dat erin zit.

Elektromotortje drijft de prijs op

In Amerika kost een legoblokje gemiddeld 10,4 dollarcent, zo blijkt. Maar de prijs van een Legoblokje kan per pakket aanzienlijk verschillen. Vooral de Legoblokjes in treinsets zijn relatief duur, constateert Allain. Dat komt omdat er bij die pakketten ook zaken als een elektromotortje wordt geleverd.

Wat niet hoeft te verbazen: Duplo-blokken zijn verreweg het duurste in het Lego-assortiment. Daar krijg je dan wel extra veel plastic per blok voor. Duplo is bedoeld voor de allerkleinsten; de blokken zijn extra groot zodat ze niet ingeslikt kunnen worden.

Monumenten bevatten veel blokjes

Wil je voordelig uit zijn, kies dan een bouwpakket uit de ‘Architectuur’-serie van Lego. De beste koop is volgens Allain de Lego-versie van de Trevi-fontein: 731 blokjes voor 49 dollar 99. Volgens zijn formule had die set eigenlijk 83 dollar moeten kosten.

Volgens de Lego-filosofie zijn de blokjes eindeloos te combineren, dus dan heeft het zin om op de prijs per blokje te letten.

Lees ook

Heeft Lego de coolste visitekaartjes aller tijden?

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl