Surseance van betaling is een algemeen uitstel van betaling. De surseance
geldt slechts ten aanzien van concurrente schuldeisers (de gewone
handelscrediteuren). Preferente schuldeisers, waaronder schuldeisers met een
pand- of hypotheekrecht (zoals bijvoorbeeld de bank) vallen niet onder de
surseance.

Gedachte achter de surseance van betaling is dat de surseance zowel voor de
schuldeisers, als voor de schuldenaar gunstig is. Met een surseance wordt
beoogd een faillissement te voorkomen. Het is een tijdelijke situatie waarin
de schuldenaar de gelegenheid krijgt om zijn financiële problemen op te
lossen, zodat hij zijn schuldeisers (gedeeltelijk) kan voldoen.

Daar waar een faillissement is gericht op de liquidatie van de activa van de
schuldenaar, is de surseance gericht op de voortzetting van de onderneming
van de schuldenaar. In de meeste gevallen is een surseance echter slechts
een voorportaal van het faillissement doordat de onderneming niet
levensvatbaar blijkt te zijn of geen toereikend saneringsplan is opgesteld.
De surseance van betaling kan eindigen doordat alle schuldeisers worden
voldaan, een onderhands of gerechtelijk akkoord wordt bereikt of doordat het
bedrijf failliet wordt verklaard.

Vereisten voor de aanvraag

Surseance kan niet worden verleend aan een natuurlijke personen, maar alleen
aan ondernemingen. Het criterium voor het aanvragen van surseance is dat de
schuldenaar voorziet dat hij met het betalen van zijn (toekomstige)
opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan. Een verzoek tot (voorlopige)
verlening van surseance moet door een advocaat worden ingediend. Bij het
verzoek dient een overzicht van de baten en lasten van de onderneming te
worden gevoegd.

Voorlopige verlening surseance

Na de indiening van het verzoekschrift zal de rechtbank in de meeste gevallen
de surseance voorlopig verlenen. Daarbij wordt een dag bepaald waarop de
schuldeisers zullen worden gehoord over het verzoek. Ook wordt door de
rechtbank een bewindvoerder benoemd die de levensvatbaarheid van de
onderneming gaat onderzoeken. Tijdens de surseance zijn de schuldenaar en de
bewindvoerder slechts gezamenlijk bevoegd om rechtshandelingen te verrichten
die het vermogen van de schuldenaar raken. Anders dan bij een faillissement
waar de failliet beschikkingsonbevoegd wordt en de curator zelfstandig
(onder toezicht van een rechter-commissaris) bevoegd is om over het vermogen
te beschikken.

Definitieve verlenging surseance

Alvorens de surseance definitief de verlenen, worden de bewindvoerder, de
schuldenaar en de schuldeisers door de rechter gehoord en mogen de
schuldeisers hierover stemmen. De rechter is in beginsel vrij om de
definitieve surseance te weigeren of te verlenen. Definitieve surseance
wordt in ieder geval geweigerd als een derde van de schuldeisers die zich
hebben gemeld tegen de definitieve verlening, indien er gegronde vrees
bestaat dat de schuldenaar tijdens de surseance zal proberen de schuldeisers
te benadelen of als het vooruitzicht niet bestaat dat de schuldenaar zijn
schulden in de loop der zal kunnen voldoen.

Sanering en crediteurenakkoord

Doordat de surseance van betaling de onderneming wat lucht geeft, is er soms
tijd om een schuldensanering te realiseren. Dit kan gebeuren door de
crediteuren een akkoord aan te bieden. De zogenoemde preferente
schuldeisers, zoals de belastingdienst en het UWV, vallen buiten het akkoord
en dienen in beginsel volledig te worden voldaan.

Het akkoord geldt wel voor de concurrente crediteuren, meestal grotendeels
bestaande uit de normale handelscrediteuren. Indien de gewone meerderheid
van de ter vergadering verschenen crediteuren die gezamenlijk minimaal de
helft van het bedrag van de erkende en toegelaten crediteuren
vertegenwoordigen voorstemmen, wordt het akkoord aangenomen. Het akkoord
geldt dan voor alle crediteuren, dus ook voor de crediteuren die tegen het
akkoord hebben gestemd.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl