Als de Saint Paul's nog maar kunt zien

Foto EPA

Er verschijnt steeds meer futuristische hoogbouw in het traditionele Londen. Maar de nieuwbouw kent een grillig patroon. 

Wat is het toch met hoofdsteden als Londen, Parijs, Amsterdam en Washington? Financieel-economische en/of politieke centra van het land, dan wel van de wereld, en toch nauwelijks een wolkenkrabber te bekennen.

Londen is in ieder geval bezig z’n achterstand in te halen: hoogbouw is booming. Al vertoont die een raar patroon. Waar in andere metropolen wolkenkrabbers geclusterd zijn, staan nieuwbouwprojecten in de hoogte in Londen verspreid door de stad. Dit artikel in The Economist verklaart waarom.

Om te beginnen had hoogbouw in Londen een valse start: hoogbouw kwam pas echt op gang in de jaren zestig en zeventig. De tijd van het ‘brutalisme’ – van grauwe betonnen kolossen. Dat deed de populariteit van kantoor- en woontorens dalen tot een dieptepunt: in de twee decennia daarna stokte de bouw vrijwel. Net als in Parijs trouwens, waar de de alom verafschuwde Tour Montparnasse (1973) leidde tot een stop op hoogbouw in het historische centrum, die tot de dag van vandaag duurt.

Maar in Londen kwam er na het jaar 2000 weer schot in de zaak. Door twee omstandigheden kreeg de hoogbouw een grillig patroon.

Ten eerste: zichtlijnen. Vanaf parkachtige heuvels is het uitzicht op iconische gebouwen als Saint Paul’s Cathedral en het Britse Parlementsgebouw aan de Theems beschermd. Bizar: vanaf een bepaalde eik op Hampstead Heath moet je beide gebouwen kunnen zien. Niet alleen mag er niet vóór de monumenten worden gebouwd – maar ook niet eráchter.

Torens moeten dus om de lijnen heen dansen, die hun schaduw over de plattegrond van de stad werpen. Op de site van de Economist zie je de zichtlijnen op een kaartje aangegeven, met het bijbehorende uitzicht.

Ten tweede: lokale democratie. London is verdeeld in vele kleine gemeentes, die over de bouwprojecten in hun grondgebied gaan. Het conservatieve stadsdeel Westminster moet niets van hoge gebouwen hebben; de gemeenteraad verzet zich tegen vrijwel alle plannen daarvoor. In de City, het financiële hart van de stad, stelt men juist prijs op prestigieuze architectuur. En armlastige stadsdelen die worden geregeerd door de Labour-partij zijn overal blij mee. Daar is de hoop dat ambitieuze bouwprojecten verloederde gebieden een impuls kunnen geven.

Binnen Londen zijn de meningen over hoogbouw dus verdeeld. Het stadsdeel Westminster verzette zich bijvoorbeeld met succes tegen plannen van een ander stadsdeel, Lambeth, voor een nieuw kantorencomplex op de zuidoever van de Theems – omdat het uitzicht op het parlementsgebouw verpest zou worden.

Door alle verschillende voorschriften is bouwen duur in Londen, en duurt het lang om alles rond te krijgen. De Economist pleit ervoor om meer macht te leggen bij de overkoepelende burgemeester van Londen, om de nieuwbouw in betere banen te leiden.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl