Er is tot nu toe weinig animo voor het vroegpensioen voor mensen in zware beroepen.

Sinds 2021 is het fiscaal aantrekkelijker voor werkgevers om werknemers drie jaar voor de AOW-leeftijd te laten stoppen met werken.

De uitkering voor werknemers die daaruit voortvloeit is geen vetpot en werkgevers zijn lastig ertoe te bewegen meer geld op tafel te leggen.

Werknemers in zware beroepen maken vooralsnog weinig gebruik van hun recht op vroegpensioen. De uitkering is vaak geen vetpot waardoor de regeling financieel niet haalbaar is, vooral voor mensen met lage inkomens voor wie het vroegpensioen is bedoeld. Dat schrijft Het Financieele Dagblad.

Met het vroegpensioen kunnen medewerkers drie jaar voordat ze de AOW-leeftijd bereiken stoppen met werken. Voorheen -na de geleidelijke afschaffing van de VUT in 2005- kregen werkgevers een heffing van 52 procent voor de kiezen als zij werknemers vervroegd lieten uittreden.

Sinds 1 januari 2021 is dat veranderd naar aanleiding van het in 2019 gesloten pensioenakkoord. De heffing van 52 procent geldt tijdelijk niet meer voor de eerste 22.164 euro die de werkgever een werknemer met vroegpensioen jaarlijks uitkeert in de eerste drie jaar voor de AOW-leeftijd. De werkgever moet de heffing wel betalen als meer wordt uitgekeerd.

De ruim 22.164 euro die werkgevers jaarlijks heffingsvrij mogen uitkeren komt neer op 1.874 euro bruto per maand. Uit een inventarisatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat tot nu toe in geen enkele cao-afspraak meer dan het heffingsvrije bedrag wordt uitgekeerd, schrijft het FD.

Lees ook op Business Insider

Lees ook: Vroegpensioen maakt een bredere comeback in cao-afspraken

Werknemers kunnen wel hun verlofdagen afkopen, een eigen spaarpotje inzetten of hun pensioen naar voren halen om de uitkering aan te vullen, aldus de krant. Maar niet iedereen heeft die middelen en pensioen naar voren halen betekent een lagere uitkering later.

De regeling loopt tot nu toe niet storm. Van de 16.000 mensen die dit jaar in aanmerking komen voor de regeling zullen er naar verwachting 2.500 een beroep op doen, blijkt het onderzoek van Sociale Zaken. In de vijf jaar dat de overgangsregeling geldt, loopt dit naar verwachting op tot 21.500 mensen. Dat is ruim 20 procent van de potentiële vroegpensioenklanten, schrijft het FD.

CNV-voorzitter Piet Fortuin zegt in de krant dat de heffing van 52 procent boven het drempelbedrag werkgevers ervan weerhoudt meer geld op tafel te leggen. “Het gaat al niet vanzelf. Werkgevers zeggen meteen dat het van de loonruimte af gaat, al gaat het langzaam beter. Goed voorbeeld doet goed volgen.”

Zo is vorige week een cao-akkoord bereikt met afspraken over vervroegde uittreding voor de ruim 160.000 werknemers in het grootmetaal.

Lees meer over pensioenen: