De Nederlandsche Bank (DNB) had bij de aanvraag voor de noodregeling voor DSB Bank goed naar de financiële positie van de bank gekeken.

De directie van de centrale bank was dan ook verrast dat de aanvraag werd afgewezen door de rechter, aldus Lex Hoogduin tijdens de tweede dag van verhoren door Dirk Scheringa. De noodaanvraag voldeed volgens hem aan de regels.

Het toenmalige directielid van DNB zei verder niet bij de communicatie naar buiten betrokken te zijn geweest. Hoogduin was de week voor de val van DSB veelal in het buitenland voor de centrale bank. Daardoor kon hij de nodige vragen niet beantwoorden.

Vragen over een mogelijk lek naar de media leverden daardoor weinig op.

Advocaat Geert-Jan Knoops ondervroeg namens Scheringa Hoogduin onder meer over de noodregeling. De aanvraag voor die regeling, waarbij een bank onder toezicht van DNB wordt gesteld, werd in eerste instantie afgewezen.

Volgens Hoogduin was de situatie echter “hopeloos”. Een eis voor liquiditeitsreserve vanuit de Europese Centrale Bank (ECB) zou nooit gehaald worden en de kasreserve van de bank was te laag. De rechter oordeelde echter anders en wees de aanvraag met betrekking tot DSB af.

Die beslissing veranderde de mening van de DNB-directie niet. Zij meende alleen te moeten wachten tot de kasreserve negatief was, zei Hoogduin. Het afwijzen van de tweede tranche van een noodlening, wat de problemen bij DSB vergrootte, paste wat Hoogduin betreft in de beoordeling “hopeloos”. Die lening mocht volgens hem alleen worden toegekend aan een instelling met tijdelijke liquiditeitsproblemen en de problemen bij DSB waren veel ernstiger.

Lees ook op Business Insider

Ook vragen over plannen van DNB om Scheringa aan de kant te schuiven, weerlegde Hoogduin. Een notitie van advocaten daarover was volgens hem een van de onderzochte mogelijkheden om DSB te redden. Door een akkoord met Scheringa over diens vertrek bij DSB, was dat al niet meer relevant.

Val DSB Bank

Maandag werden er een aantal oud-ambtenaren van het ministerie van Financiën verhoord, waaronder Charles Wijnker. Wijnker had geen aanwijzingen dat er bewust op een ondergang van DSB Bank werd aangestuurd.

Vragen van Scheringa en advocaat Knoops over een vermeende weigering van de minister van Financiën om een reddingsplan van andere banken voor DSB te steunen, werden door de rechter afgekapt. Dat viel volgens hem buiten de kwestie die hier aan de orde was.

Toch probeerde Knoops wel aan te tonen dat DNB niet de normale regels volgde, maar een tunnelvisie gericht op het aanpakken van Scheringa. “We hebben vandaag aangetoond dat de nieuwe noodregeling werd voorbereid zonder dat de feiten al duidelijk waren en dat die noodregeling er koste wat kost moest komen.”

Het bovenhalen wie het lek is, is volgens Knoops niet haalbaar. “Dat gaat niemand toegeven.”