Geen enkele bank ontkomt dezer dagen aan het wakend oog van de publieke opinie, als het over beloningen aan de top gaat. Zo ook niet de chique zakenbank Van Lanschot Kempen, met veel directeur-grootaandeelhouders van MKB-bedrijven als klant.

Van Lanschot Kempen wil de beloning van de topbestuurders fors verhogen, omdat ze aanzienlijk minder verdienen dan hun collega’s bij vergelijkbare bedrijven, schrijft de Volkskrant.

Critici wijzen erop dat die bedrijven veel groter zijn dan Van Lanschot en de vergelijking mank gaat. De voorgenomen loonsverhoging voor de top blijkt uit stukken voor de komende aandeelhoudersvergadering die Van Lanschot Kempen recent heeft gepubliceerd.

Volgens de plannen krijgt topman Karl Guha er dit jaar via meer aandelen en een hogere pensioenbijdrage ruim 20 procent bij. Zijn totale beloning komt daarmee uit op ruim 1,5 miljoen euro. De andere drie bestuurders gaan er een kwart op vooruit, naar ruim een miljoen euro.

Waarom is dat fors? Eerder dit jaar was er flink wat te doen om de voorgenomen loonsverhoging van ING-topman Ralph Hamers van 2 naar 3 miljoen euro. Dit plan werd uiteindelijk afgeblazen.

Maar als je naar de relatieve omvang kijkt, blijkt dat ING een grote Europese bank is met een balanstotaal van 846 miljard euro. Dat is 56 keer zo veel als het balanstotaal van Van Lansschot, dat op zo’n 15 miljard euro ligt.

ING is een systeembank, Van Lanschot niet

De 1,5 miljoen euro voor de topman van Van Lanschot lijkt dus behoorlijk hoog, vergeleken met wat ING-topman Ralph Hamers verdient.

Punt in de discussie is wel dat ING wordt gezien als een systeembank. Dat wil zeggen: als ING dreigt om te vallen, zal de staat – ofwel de belastingbetaler – moeten bijspringen. Daarmee moet ING inherent meer rekening houden met de publieke opinie over bankiersbeloningen.

Gelet op de omvang van Van Lanschot Kempen, is de kans veel minder groot dat deze bank met staatssteun zou worden gered, als het fout gaat. In die zin is het dus de vraag of de beloning van de top niet simpelweg een kwestie is voor de aandeelhouders van de bank. Die zullen immers bloeden als het mis gaat met de bank.

Imago van de financiële sector

Toch is de voorgenomen loonsverhoging van de top van Van Lanschot Kempen een nieuwe deuk in het imago van de financiële sector, vindt vakbond FNV. De bond stelt onaangenaam verrast te zijn door het nieuws dat “wéér een financiële instelling de beloning van de top exorbitant verhoogt”.

De vier bestuursleden van de zakenbank en vermogensbeheerder krijgen volgens het plan tot een kwart meer salaris. Daarbij spiegelde Van Lanschot Kempen zich onder meer aan veel grotere Nederlandse banken en AEX-bedrijven.

“Het oude graaien lijkt weer terug te zijn in de financiële wereld”, stelt bondsbestuurder Ger Klinkenberg. “De beloningsverhoudingen gaan steeds verder uit de pas lopen.”

Minister Wopke Hoekstra van Financiën wijst er maandag op dat “forse salarisverhogingen” voor topbankiers “niet bijdragen aan het herstel van vertrouwen in de financiële sector”. De minister vindt het “belangrijk dat financiële ondernemingen zich rekenschap geven van hun maatschappelijke functie” bij het vaststellen van de salarissen. Ze moeten dan ook zorgen “voor een maatschappelijk gedragen beloningsbeleid”.

Daar gaan de raad van commissarissen en de aandeelhouders over, zegt Hoekstra, maar hij brengt wel in herinnering dat hij erover denkt de beloningswetgeving voor banken aan te scherpen.