De historisch stevige correlatie tussen grondstoffenprijzen en valutakoersen van opkomende landen is sinds eind vorig jaar afgezwakt.

Dat heeft vooral te maken met politiek-economische onrust in verschillende opkomende economieën.

Met het oog op een te verwachten inhaalslag van opkomende marktenmunten met relatief hoge rentes, liggen er nu kansen, aldus valuta-expert Dirk Croonen van Ebury.

ANALYSE – De koersen van valuta van opkomende markten bewegen doorgaans in tandem met de grondstoffenprijzen. Dat komt met name doordat veel opkomende markten grote exporteurs zijn van onder meer (industriële) metalen, olie en gas en landbouwproducten. Een sterke vraag naar grondstoffen zorgt voor opwaartse druk op de munten van deze landen.

Sinds eind vorig jaar zwakt die al lang bestaande correlatie echter flink af. Kijkend naar de geëxplodeerde prijzen van hout, staal, koper en aluminium in de bouw, maar ook naar de flinke prijsstijgingen van sojabonen, mais, melk(poeder) en suiker in de voedselindustrie, schieten de grondstoffenprijzen door het dak. Maar de koersniveaus van opkomende valuta blijven dit jaar tot op heden daar ver bij achter.

Kloof tussen gestegen prijzen van grondstoffen en valuta van opkomende markten

Een dergelijke kloof tussen de prijzen van grondstoffen en de rendementen van opkomende marktenvaluta’s kon in het verleden wel eens worden verklaard door een sterkere dollar of hogere inflatie. De dollar is dit jaar nochtans grotendeels vlak of zwak geweest ten opzichte van andere valuta’s, terwijl de hogere inflatie in opkomende markten gepaard ging met vergelijkbare inflatie in ontwikkelde landen.

Een andere reden voor de afgenomen correlatie zou een gebrek aan zogeheten ‘carry’ kunnen zijn. Deze carry is het positieve rentevoordeel waar beleggers van kunnen profiteren door in een laagrentende munt (bijvoorbeeld de Japanse yen) geld te lenen en deze om te ruilen voor hoger renderende valuta’s (van vaak opkomende landen).

Lees ook op Business Insider

Bovendien hebben opkomende economieën vorig jaar renteverlagingen doorgevoerd om de negatieve gevolgen van de coronacrisis te verzachten. Toch gaat het carry-argument niet op, aangezien de centrale banken in opkomende landen als Brazilië en Turkije de rente dít jaar alweer flink hebben opgeschroefd.

Onrust in opkomende economieën straalt af op lokale valuta

De reden dat de valutarendementen van opkomende markten flink bij de grondstoffenhausse achterblijven, moet toch vooral worden gezocht in de politieke en economische onrust in verschillende opkomende economieën.

Turkije worstelt al een tijd met een (on)afhankelijkheidscrisis bij zijn centrale bank en een gebrek aan inkomsten uit toerisme, terwijl Rusland uit de gratie is geraakt nadat het land internationaal scherp werd veroordeeld na de arrestatie van oppositieleider Alexei Navalny.

Peru is ondertussen in onzekerheid gedompeld na een omstreden en nipt resultaat van de linkse vakbondsleider Pedro Castillo bij de presidentsverkiezingen, terwijl Brazilië en Colombia nog altijd worstelen met het beteugelen van de coronapandemie, alsook met de budgettaire beleidsproblemen die daarmee gepaard gaan.

En in Zuid-Afrika, tot slot, is niet alleen sprake van een derde besmettingsgolf door uitbraken van de veel besmettelijkere deltavariant, maar zijn er na de corruptieveroordeling en het vastzetten van oud-president Jacob Zuma ook nog eens gewelddadige rellen uitgebroken.

Niet geheel verwonderlijk heeft dit alles de belangstelling van beleggers voor valuta’s van opkomende markten sterk doen afnemen.

Kansen voor de Turkse lira en Ghanese cedi

Niettemin bieden de inmiddels ver achterop geraakte koersniveaus van munten uit opkomende landen tegelijkertijd ook instapkansen, vooral als mee in overweging wordt genomen dat veel van de negativiteit al in de huidige wisselkoersen zit verwerkt.

Bovendien zal de sterk gestegen vraag naar grondstoffen zich uiteindelijk wel ‘gewoon’ vertalen naar verbeterde handelsbalansen in opkomende markten, wat voor een opwaarts effect op de valutakoersen zal zorgen.

In ieder geval zie ik de grondstoffenprijzen voorlopig niet terug omlaag gaan, vanwege de nog altijd grote problemen in de internationale toeleveringsketens én het geleidelijk opheffen van lockdownmaatregelen als gevolg van grotere aantallen gevaccineerden.  

Door meer recente prijsdaling van de grondstoffen zal het ontstane gat met de waardes van opkomende munten niet worden gedicht. Ik ben voorzichtig optimistisch dat de valuta’s van opkomende markten aan de vooravond staan van een inhaalslag.

Als ik er specifiek een paar moet selecteren dan is de Turkse lira een interessante kandidaat. Hoewel de afhankelijkheid van de Turkse centrale bank van president Erdogan een onzekere factor blijft, biedt de koersdaling van de lira tegen de euro van 20 procent dit jaar mijn inziens wel een aardig instapmoment. Vooral ook met het oog op de hoge rentevoet van 19 procent die beleggers in Turkije ontvangen.

De Ghanese cedi is een wat minder risicovolle belegging. Behalve dat het land al jaren bekend staat als politiek stabiel met veel economisch groeipotentieel, profiteert Ghana onder meer van de export van de flink in prijs gestegen grondstoffen aluminium en hout. En rentevoet van 13,5 procent zorgt bovendien voor een mooie carry.

Bij de Zuid-Afrikaanse rand zou ik vooralsnog wegblijven, aangezien de rente van slechts 3,5 procent naar mijn mening absoluut niet opweegt tegen de weer opgelaaide coronaperikelen in combinatie met de onlangs uitgebroken onlusten die naar verwachting niet zo een-twee-drie onder controle zullen zijn.

Dirk Croonen is sinds april 2014 werkzaam bij Ebury. Hij is head of dealing bij Ebury Nederland geweest en hij heeft afgelopen jaar bij Ebury in Toronto gewerkt voor de Noord-Amerikaanse markt.