ANALYSE – Ze zouden de hele autobranche op zijn kop zetten, maar nu hebben Tesla en Uber zo hun eigen problemen. Afgelopen week stapte Uber-CEO Travis Kalanick op, en Tesla moest afscheid nemen van het hoofd van het Autopilot-programma.

De situatie bij Uber is het meest nijpend, maar voor Tesla is de Autopilot zeer belangrijk – topman Elon Musk heeft aangekondigd dat aan het eind van dit jaar een zelfrijdende Tesla van Los Angeles naar New York moet kunnen rijden.

Die Autopilot is bovendien cool, maar Tesla moet het eerst ook nog maar eens voor elkaar zien te krijgen om honderdduizenden bestellingen van de nieuwe Model 3 op tijd af te leveren. Wat dat betreft is Tesla niet anders dan elke andere autofabrikant: maak auto’s, verkoop ze, en begin opnieuw.

Tesla moet na ruim tien jaar zonder winst met iets nieuws komen om de verwachtingen waar te maken. En die zijn hooggespannen: de complete automarkt zou immers op z’n kop worden gezet, en inmiddels wil Tesla hetzelfde doen met de energiesector.

Uber zonder leiding

Dan klinkt het concept van Uber een stuk simpeler: deze startop is in de kern gewoon een app die automobilisten verbindt met mensen die een lift nodig hebben. Daar is geen fabriek voor nodig, of arbeiders die betaald moeten worden, of technici en ontwerpers die werken aan ingewikkelde machines en batterijen.

Maar dat heeft ook z’n nadelen: het is voor de concurrentie gemakkelijk om wat programmeurs aan te trekken, en een soortgelijke app te lanceren. Uber ging het gevecht aan met de Lyfts van deze wereld, en moest daarnaast enorme sommen geld aantrekken om het kostenplaatje te kunnen dekken. Uber won van de concurrentie, maar de prijs was hoog: er werd per kwartaal honderden miljoenen verlies geleden.

En nu zit Uber compleet zonder leiding: er is geen CEO, geen COO, geen CFO. Een opmerkelijk snelle omslag: een jaar geleden leek het er op dat Uber 100 miljard euro waard zou kunnen worden.

Lees ook op Business Insider

Het bedrijf dat de taxiwereld op z’n kop zou zetten is in grote problemen, terwijl het bedrijf dat voor de revolutie in de auto-industrie zou zorgen, worstelt om aan de hoge verwachtingen te kunnen voldoen. De enige conclusie die we daaruit kunnen trekken, is dat de revolutie in de transportwereld, die een paar jaar geleden nog zo enthousiast werd afgekondigd door de techindustrie, overtrokken was. En het heeft Tesla en Uber bepaald niet geholpen.

Traditionele industrie bloeit

Ook andere bedrijven worstelen met problemen. Google heeft zich op de zelfrijdende auto gestort, maar is nog geen stap dichterbij een commerciële lancering gekomen in vergelijking met drie jaar geleden. En rond de auto van Apple – ‘Project Titan’ – blijft alles vaag.

In de tussentijd boekt de traditionele auto-industrie het ene verkooprecord na het andere – hoewel het er op lijkt dat de groei in de VS afvlakt. De recordverkopen zijn niet te danken aan zelfrijdende auto’s, en ook niet aan elektrische voertuigen. Nee, ze komen van doodgewone SUV’s en pickups.

De traditionele autofabrikanten staan er kortom veel beter voor dan de nieuwkomers, die de industrie wel even op z’n kop zou komen zetten. Dat doen de Fords, GM’s en Toyota’s nu zelf – maar wel afhankelijk van hoeveel er wordt verdiend met de verkoop van ‘normale’ auto’s.

Het lijkt er op dat de revolutie in de transportsector in elkaar stort – waarschijnlijk onder het gewicht van haar eigen verwachtingen.