De staatsschuld van de eurolanden is in het derde kwartaal van vorig jaar voor het eerst sinds eind 2007 geslonken.

Dat meldde Europees statistiekbureau Eurostat woensdag (pdf).

De schuld van de eurolanden bedroeg in het derde kwartaal gemiddeld 92,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In het voorgaande kwartaal was dit nog 93,4 procent.

De staatsschuld was nog wel hoger dan in het derde kwartaal van 2012, in die periode bedroeg de schuldenberg van de eurolanden 90 procent van het bbp.

Griekenland hoogste schuldenlast

Griekenland kampt onverminderd met de hoogste schuldenlast. De Griekse staatsschuld kwam in het derde kwartaal uit op bijna 172 procent van het bbp. Italië volgde met een schuld van 133 procent. In Portugal en Ierland lag de staatsschuld tussen 125 en 130 procent.

De Nederlandse schuld kwam in de periode van juli tot en met september uit op 73,6 procent, tegen 73,9 procent in het tweede kwartaal.

Estland heeft relatief de laagste staatsschuld van alle eurolanden, met 10 procent van het bbp. De schuld van Duitsland zakte in het derde kwartaal van 79,8 naar 78,4 procent.

10 landen zagen schuld toenemen

Tien eurolanden kampten in het derde kwartaal met een hogere schuld dan in het voorgaande kwartaal. De schuld van Cyprus groeide daarbij het sterkst (plus 11 procentpunt), gevolgd door die van Luxemburg en Griekenland. Portugal en Finland wisten de schuld het sterkst te verlagen. In beide landen slonk de schuldenlast met 2,5 procentpunt.

De Europese begrotingsregels schrijven voor dat de schuld van een euroland niet hoger mag zijn dan 60 procent van het bbp.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl