• De VVD heeft mogelijk niet de leiding meer in de formatie nu andere partijen het vertrouwen in leider Mark Rutte kwijt zijn.
  • De kans bestaat dat de grootste partij straks niet de premier levert, iets dat in de afgelopen 50 jaar drie keer eerder gebeurde.
  • D66-leider Sigrid Kaag zou dan minister-president kunnen worden, maar een meerderheidskabinet vormen lijkt een lastige opgave.

PVV-leider Geert Wilders vatte het donderdag treffend samen: Mark Rutte is “politiek onthoofd”.

De VVD-leider kwam zwaar gehavend uit het debat in de Tweede Kamer over de mislukte verkenning. Daarin voerde de demissionair premier andermaal zijn gebrekkige geheugen als excuus op.

D66 en het CDA dienden een motie van afkeuring in die door alle partijen behalve de VVD werd gesteund. Een motie van wantrouwen kon op steun van de gehele oppositie rekenen.

Rutte zelf wil door, maar het vertrouwen in hem is flink beschadigd. Na de paasdagen gaat een nieuwe verkenner, die meer op afstand staat van de partijen, kijken wie er met de VVD wil regeren.

D66 staat in ieder geval niet te springen, aldus fractievoorzitter Sigrid Kaag. Het is volgens de oud-diplomaat niet vanzelfsprekend dat de VVD het voortouw neemt in de verkenning. Mogelijk gaan de partijen zelfs om Rutte heen.

De grootste partij hoeft niet de premier te leveren

Dat roept de vraag op: is een kabinet zonder de grootste partij mogelijk? De VVD heeft met afstand de meeste zetels (34). Dat de liberalen de premier leveren, lijkt evident.

Toch is in het staatsrecht nergens vastgelegd dat de leider van de grootste partij ook minister-president wordt. Het is een automatisme dat er sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is ingeslopen, mogelijk door de toenemende media-aandacht voor de Amerikaanse verkiezingen en het presidentiële systeem.

Voor 1970 gebeurde het geregeld dat de winnaar van de verkiezingen niet de premier leverde. Daarna kwam het drie keer voor.

Zo werd in 1971 Barend Biesheuvel premier als leider van de vierde partij in de Tweede Kamer, de ARP. Hij werd gezien als de voorman van de drie christendemocratische partijen (KVP, ARP en CHU) die later het CDA zouden vormen.

In 1977 behaalde de PvdA de meeste stemmen, maar de partij slaagde er niet in om met het CDA tot een akkoord te komen over een regering. Daarop ging het CDA met de VVD in zee en kon christendemocraat Dries van Agt beginnen aan zijn eerste termijn als premier.

Hetzelfde gebeurde in 1982, toen de PvdA als grootste partij geen deel uitmaakte van het eerste kabinet van CDA’er Ruud Lubbers.

Sigrid Kaag als premier?

Kan 2021 aan dat lijstje toegevoegd worden? Als Rutte en de VVD buitenspel komen te staan, dan komt de bal bij D66 terecht. Die partij is met 24 zetels de nummer twee na de verkiezingen van maart. Sigrid Kaag is dan de logische premierskandidaat.

Zonder de VVD is het alleen bijzonder lastig om tot een meerderheid in de Tweede Kamer (76 zetels) te komen.

D66 komt samen met de linkse partijen PvdA, SP en GroenLinks op 50 zetels. Met de Partij voor de Dieren, Volt en BIJ1 sprokkelt een linkse coalitie er nog eens 10 zetels bij – bij lange na niet genoeg voor een meerderheid.

D66 en het CDA zijn samen goed voor 39 zetels. Met de SP, PvdA en GroenLinks erbij, kom je uit op 65 zetels. Het CDA zal echter niet graag met zoveel linkse partijen in een regering stappen. En er is geen rechtse partij die voor balans kan zorgen: de PVV en Forum voor Democratie zijn voor de verkiezingen al door meerdere partijen uitgesloten.

Kortom: wil Sigrid Kaag premier worden, dan lijkt een minderheidskabinet de enige reële optie. Ook dat zou niet voor het eerst zijn in de Nederlandse politieke geschiedenis. Sinds 1917 kwam dat acht keer voor. Het eerste kabinet van Mark Rutte – VVD, CDA en gedoogsteun van de PVV – had ook geen meerderheid.

Maar de geschiedenis leert dat een regering zonder meerderheid het niet lang volhoudt. Een op de vijf minderheidskabinetten zit de rit uit. Dat is een statistiek die Sigrid Kaag ongetwijfeld ook kent.

Lees meer over Nederlandse politici: