• Samsung en LG tonen op techbeurs CES nieuwe 8K-televisies met ultrascherp beeld.
  • Maar hoe scherp is scherp? De Zuid-Koreaanse elektronicareuzen kibbelen al geruime tijd over wanneer je een beeldscherm 8K mag noemen.
  • LG heeft een voorsprong dankzij de aankoop van patenten van het noodlijdende Kodak tien jaar geleden.
  • Een nieuwe beeldtechnologie kan de verhoudingen tussen de twee aartsrivalen op z’n kop zetten, maar dat duurt volgens kenners nog een jaar of vijf.

Superscherp, ultradun en bijna geen randen om het scherm. Terwijl consumenten nog nauwelijks gewend zijn aan 4k-televisies tonen Samsung en LG op techbeurs CES in Las Vegas een reeks nieuwe 8k-modellen.

Dat gaat niet zonder slag of stoot. De Zuid-Koreaanse techreuzen kibbelen openlijk over de definitie van 8k.

Op papier lijkt het simpel: tel gewoon de pixels. Volgens de internationale standaard moeten 8k-tv’s een resolutie van 7680 bij 4320 pixels hebben. Daar voldoen beide bedrijven aan.

Maar de vraag is of je die pixels ook kunt zien. De Amerikaanse Consumer Technology Association, organisator van CES, heeft als aanvullende eis dat minimaal de helft van de pixels te onderscheiden moet zijn voor het blote oog. LG haalt dat ruimschoots met zijn 8k-schermen, Samsung aanvankelijk niet.

“Echte 8k”, noemt LG-topvrouw Michelle Fernandez de tv’s van haar bedrijf dan ook tijdens een presentatie maandag op de grootste technologiebeurs ter wereld. Ze deelt daarmee een sneer uit naar Samsung, zonder de grote rivaal bij naam te noemen.

Een klassiek verhaal van twee bakkeleiende branchegenoten, zo lijkt het. Maar achter de duffe definitiekwestie schuilt een bittere strijd wie de beste schermen kan maken, een sloot patenten van Kodak uit de jaren tachtig en een gezonde dosis Zuid-Koreaanse trots.

Rivaliteit tussen LG en Samsung

LG en Samsung zijn al meer dan vijf decennia aartsrivalen. De Zuid-Koreaanse conglomeraten hebben wederzijds diep respect voor elkaars prestaties, maar willen tegelijkertijd niets liever dan de ander de loef afsteken. Is het niet zakelijk, dan wel op het honkbalveld. Want beide bedrijven zijn eigenaar van een team in de Koreaanse topklasse.

Lees ook op Business Insider

Ga je op bezoek bij een van de hoofdkantoren, dan moet je tas door de scanner zoals op een vliegveld. Niet bij binnenkomst, maar bij het verlaten. De firma’s zijn doodsbang dat bedrijfsgeheimen het pand verlaten en hebben elkaar in het verleden meerdere keren beschuldigd van spionage.

LG en Samsung zijn concurrenten op veel terreinen, van slimme koelkasten tot het maken van accu’s voor elektrische auto’s. Maar nergens is de strijd het afgelopen decennium feller dan op het gebied van schermen, vooral gedreven door de opkomst van de smartphone en OLED-technologie.

Van LCD naar OLED

OLED staat voor organic light emitting diode en is de opvolger van LCD (liquid crystal display). Een OLED-scherm heeft een belangrijk voordeel: in tegenstelling tot LCD’s hoeven de pixels niet van achteren te worden verlicht. De pixels zenden zelf licht uit.

Het verschil tussen LCD en OLED.

Dat scheelt een laag LED-lampjes, waardoor OLED-schermen een stuk dunner zijn. Was de eerste iPhone uit 2007 met LCD-scherm nog 11,6 millimeter dik, inmiddels steekt de iPhone 11 met OLED-display slechts 8,3 millimeter boven de tafel uit.

Een ander voordeel van OLED is het hoge contrast. Zwart is namelijk echt zwart, omdat de pixel dan is uitgeschakeld. Bij LCD schijnt er altijd nog wat van de achtergrondverlichting door het laagje vloeibare kristallen.

Samsung heer en meester met kleine OLED-schermen

Samsung domineert al jaren de displaymarkt voor smartphones. Bijna alle telefoonfabrikanten halen hun OLED-panelen bij de maker van de Galaxy-telefoons, inclusief Apple.

Die truc kan Samsung niet herhalen met grotere schermen voor tv’s. Dat komt door de manier waarop hun OLED-technologie in elkaar steekt.

Een pixel in Samsungs OLED-schermen bestaat uit drie subpixels: rood, groen en blauw. Door het licht daarvan te combineren zijn bijna alle kleuren uit het spectrum te maken. Probleem is dat de blauwe subpixels sneller slijten en inboeten aan helderheid. Daardoor ontstaat er na verloop van tijd kleurverschuiving.

Voor smartphones is dit geen groot issue, omdat de schermen toch het grootste deel van de tijd uit staan. Bovendien wisselen consumenten relatief snel van telefoon. Een televisie moet veel langer meegaan en staat uren per dag aan.

LG is de koning van de OLED-tv’s

LG heeft de oplossing in huis dankzij de aankoop van cruciale patenten van het noodlijdende Kodak in 2009. Door de subpixels te stapelen zenden ze samen wit licht uit. Een kleurenfilter maakt er vervolgens weer rood, groen en blauw van. (En een extra witte subpixel krikt de helderheid van het scherm op.)

Deze techniek lijkt omslachtig, maar heeft in de praktijk een groot voordeel: de blauwe subpixels slijten overal in het scherm even snel waardoor de kleurbalans behouden blijft. Bovendien is dit type OLED-paneel eenvoudiger te maken, wat leidt tot minder productiefouten en een gunstiger kostenplaatje.

De 8K-televisies van LG op CES 2020.

LG is momenteel de enige fabrikant die OLED-schermen van 55 inch en groter rendabel kan produceren. Daardoor kan het bedrijf unieke producten ontwerpen die optimaal gebruikmaken van de dunne, flexibele OLED-panelen. Denk aan de oprolbare tv die ook dit jaar weer op CES te zien is, of een televisie voor aan de muur die net zo dik is als een bankpas.

LG levert ook OLED-schermen aan andere tv-makers zoals Panasonic, Sony en Philips. Maar niet aan Samsung. Die mag of wil de beste schermen op de markt niet afnemen van de grote concurrent.

Samsung zet in op QLED

In plaats daarvan zet Samsung in op het zelfontwikkelde QLED – slechts een streepje verschil met OLED, maar wezenlijk anders. Het is namelijk een iets verbeterde versie van de aloude LCD-schermen.

Bij QLED verlicht een reeks LED-lampjes door de mens gemaakte nanokristallen, de zogenoemde quantum dots, die vervolgens rood, groen of blauw uitzenden. Ook hier geven de pixels dus niet zelf licht, maar is een lichtbron van achteren nodig.

Op CES onthult Samsung een 8K QLED-tv met nagenoeg geen randen. De televisie bestaat voor 99 procent uit scherm, een indrukwekkend gezicht. Maar is het ook een 8K-televisie?

De 8K QLED-tv van Samsung op CES 2020

Sinds de Berlijnse IFA-beurs in september bekvechten de Zuid-Koreaanse giganten over de standaard. LG verkondigde luidkeels dat hun 8K-tv’s aan de strenge definitie van de Consumer Technology Association voldeden en die van Samsung niet. Maar op CES prijkt ook op de QLED’s van Samsung ineens het CTA-keurmerk. Daarmee lijkt de slag om de 8K-standaard voorlopig beslecht.

Microled-televisies kunnen alles veranderen

Maar de schermenoorlog duurt voort. Een nieuwe beeldtechnologie kan daarbij de verhoudingen op zijn kop zetten. LG en Samsung tonen op CES allebei microled-televisies, waarbij de pixels bestaan uit minuscule ledlampjes. Die geven net als bij OLED zelf licht, waardoor diepe zwartwaarden mogelijk zijn. Bovendien zijn de leds energiezuinig, gaan ze lang mee en is er geen gevaar op inbranden.

The Wall van Samsung op CES 2020

Uitdaging is om de ledpixels zo klein te maken dat de displays in een doorsnee woonkamer passen. Dat lukt nu nog niet. De microled-tv die LG toont in Las Vegas heeft een diameter van 145 inch. Samsungs grootste model van The Wall meet van hoek tot hoek zelfs 292 inch.

Over een jaar of vijf is het wel zover, denkt marktonderzoeker IHS. Dan zijn de eerste microled-televisies mogelijk te koop bij de MediaMarkt. De strijd tussen Samsung en LG staat op het punt een nieuwe fase in te gaan.

Lees meer: