ANALYSE – Ze zijn eruit! Eindelijk ligt er een nieuw Europees telecompakket. De voorstellen hadden eigenlijk begin dit jaar al klaar moeten zijn, maar de Europese lidstaten konden het niet eens worden over de plannen van de Europese Commissie.

Rond 2.00 uur afgelopen nacht lag het akkoord dan toch op tafel. De details moeten nog wel uitgewerkt worden, maar de basis staat.

Eerst het goede nieuws: roamingkosten binnen de Europese Unie zijn vanaf juni 2017 verleden tijd. Telecomproviders mogen vanaf dan geen hogere tarieven meer rekenen voor bellen en internetten in het buitenland. Dat maakte de Europese Commissie dinsdag bekend.

Reden voor eurocommissaris Günther Oettinger voor Digitale Economie en Samenleving om op Twitter te spreken van een doorbraak. En terecht. Want torenhoge rekeningen voor vakantie vierende consumenten voor het bekijken van een filmpje of even bellen met het thuisfront zijn over twee jaar verleden tijd.

Afgezwakte netneutraliteit

Maar die overwinning heeft wel een keerzijde. ‘Strenge netneutraliteit’ zoals we dat kennen in Nederland en waar het Europees Parlement een jaar geleden nog voor pleitte, wordt in de huidige plannen afgezwakt.

In de telecomwet die de Eerste en Tweede Kamer drie jaar geleden hebben goedgekeurd, staat dat al het internetverkeer gelijk behandeld moet worden. Het verhindert dat providers poortwachter spelen en beslissen over welke bits voorrang krijgen en welke niet.

Zo kunnen aanbieders van internet niet hun eigen diensten voortrekken of die van concurrenten afknijpen. Ook het vragen van een hogere prijs voor bijvoorbeeld het streamen van muziek is niet mogelijk.

De Europese netneutraliteit is iets minder streng. In het huidige akkoord mogen gespecialiseerde diensten voorrang krijgen als dat het normale internetverkeer niet belemmert. Daarbij gaat het om zaken als internettelevisie, videoconferenties en medische diensten, waarbij een goede verbinding belangrijk is.

De Europese Commissie garandeert dat alle consumenten in Europa toegang krijgen tot hetzelfde, open internet. Maar critici spreken van een ‘maas in de wet’, waar telecomproviders mogelijk gebruik van kunnen maken om bepaald verkeer voor te trekken.

Overigens sneuvelt de Nederlandse vorm van netneutraliteit waarschijnlijk, omdat Europese wetgeving voor de nationale gaat.

Zero rating: voortrekken grote spelers met miljardenbudget

De afgezwakte netneutraliteit is echter niet de grootste concessie die de Europese beleidsbepalers doen aan de providers. Onder de nieuwe telecomregels is namelijk het zogenoemde zero rating toegestaan, waarmee providers de mogelijk krijgen om deals te sluiten met bedrijven. Zo kan bijvoorbeeld Vodafone muziekdienst Spotify aanbieden bij een abonnement zonder dat de verbruikte MB’s meetellen voor de databundel.

Dat mag in Nederland onder de huidige wetgeving niet. Providers mogen wel een Spotify-abonnement verkopen zonder dat de beluisterde muziek meetellen voor de databundel, maar mogen dit niet gratis bij abonnementen aanbieden.

Dat gaat nu de deur uit en dat is een slechte zaak. Want zero rating maakt van het open internet een iets minder gelijk speelveld. Grote bedrijven met miljarden aan investeringsgeld zoals Spotify en Netflix kunnen dergelijke deals sluiten. Maar concurrenten en startups zonder diepe zakken kunnen dat niet. Hun diensten worden relatief duurder.

De grote kracht van het internet als platform is altijd geweest dat iedereen gelijke kansen had. Met zero rating morrel je aan dat basisbeginsel. En dat kan op de lange termijn slecht uitpakken voor consumenten, als vrije concurrentie wordt beknot en er een paar grote spelers overblijven.