Na maanden onderhandelen zijn VVD, CDA, D66 en ChristenUnie eruit. Het regeerakkoord van kabinet-Rutte III ligt er dan eindelijk.

‘Vertrouwen in de toekomst’, heet het document van zeventig pagina’s dat op 10 oktober is gepresenteerd.

Voor het bedrijfsleven gaat er het nodige veranderen. Dit zijn de maatregelen die het nieuwe kabinet in petto heeft voor werkgevers, werknemers en zelfstandigen.


Werknemers kunnen straks drie jaar een tijdelijk contract krijgen, nu krijgen ze maximaal twee jaar een tijdelijk contract.

Daarmee draait het kabinet de flexwet van Lodewijk Asscher deels terug. Die bepaalde als minister van Sociale Zaken dat bedrijven een vast contract moesten aanbieden na twee jaar tijdelijke contracten.

Als tussen de contracten een periode van zes maanden zit, gaat de teller weer op nul. Wel is er de mogelijkheid om voor bepaalde sectoren af te wijken van deze regeling. Dit is nu al het geval voor seizoenswerk.


Doordat werkgevers makkelijker meerdere redenen kunnen opgeven voor ontslag wordt het makkelijker om werknemers te ontslaan.

Soms heeft een werkgever meerdere gronden om van een werknemer af te willen. Denk aan iemand die bewust een grote fout heeft gemaakt, niet goed functioneert en niet meer door een deur kan met collega’s. Elk van die redenen afzonderlijk is niet genoeg om iemand te ontslaan.

Het kabinet wil nu dat de rechter die verschillende gronden bij elkaar op mag tellen om op basis daarvan een afweging te maken. Doordat het ontslagrecht iets wordt versoepeld moeten werkgevers minder huiverig zijn om een vast contract aan te bieden.


De ontslagvergoeding gaat wel omhoog en loopt op vanaf het begin van het dienstverband, dus niet pas na twee jaar.

Ook gaat voor elk jaar in dienstverband de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan tien jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers blijft overeind.


De proeftijd wordt langer bij langere contracten, tot vijf maanden bij contracten voor onbepaalde tijd.

Bij contracten langer dan twee jaar mag de proeftijd maximaal drie maanden zijn. Bij andere contracten verandert er niets. Op dit moment mag de proeftijd maximaal twee maanden zijn.


Kleine werkgevers (tot 25 werknemers) moeten straks één jaar loon doorbetalen bij ziekte. Momenteel is dat nog twee jaar.

Het kabinet wil zo het midden- en kleinbedrijf stimuleren om weer meer personeel in dienst te nemen. Het loon in het tweede jaar bij ziekte financieren de kleine organisaties uit een gezamenlijke pot.


Na de mislukte wet-DBA komt er een nieuwe wet die de positie van zzp’ers moet vastleggen.

Werkgevers krijgen voortaan zekerheid via een ‘opdrachtgeversverklaring’, waarin de relatie tussen opdrachtgever- en nemer wordt vastgelegd. Zo weten bedrijven vooraf zeker dat ze geen loonbelasting en premiers werknemersverzekeringen hoeven af te dragen. Deze verklaring komt in de plaats van de modelcontracten uit de wet-DBA.

Opdrachtgevers krijgen deze verklaring na het invullen van een webmodule, waarin ze vragen moeten beantwoorden over de aard van de werkzaamheden.

Er komt een overgangstermijn van een jaar, waarin de Belastingdienst nog geen boetes uitdeelt. Het kabinet kondigt verder aan dat begrip ‘gezagsverhouding’ in de arbeidswet wordt verduidelijkt. Zo moet het bijvoorbeeld duidelijk zijn dat het bijwonen van een vergaderen niet betekent dat iemand in dienst is.


Er komt een minimumtarief voor zzp’ers. Deze ligt tussen de 15 en 18 euro per uur.

Verdien je minder, dan ben je geen zelfstandige. Want met dergelijke inkomsten kun je volgens het kabinet nooit goed rondkomen. Op deze manier wil Rutte II de ergste uitwassen aan de onderkant van de arbeidsmarkt tegengaan.

Het minimumtarief verschilt per sector. Het is ofwel tot 125 procent van het wettelijk minimumloon, of vergelijkbaar met de laagste loonschalen in cao’s.


Payrolling en uitzendwerk wordt onaantrekkelijker gemaakt.

Payrollers moeten hetzelfde gaan verdienen als werknemers die in dienst zijn van het bedrijf. Payrollbedrijven nemen het juridisch werkgeverschap over van hun klanten, die zo besparen op kosten van het werkgeverslasten. Het kabinet legt deze constructie nu aan banden.

Verder moeten uitzendkrachten meer rechten krijgen op het gebied van opbouw van sociale zekerheid, waardoor ze voor werkgevers duurder worden. Dit alles moet werkgevers aansporen om sneller een vast contract aan te bieden.


Het vaderschapsverlof gaat van 2 naar 5 dagen per 1 januari 2019.

Ook komt er een mogelijkheid voor partners om 5 weken lang vrij te hebben tegen uitbetaling van 70 procent van het loon. Dit kan per 1 juli 2020. Het verlof moet binnen zes maanden na de geboorte worden opgenomen.


LEES OOK: Zo wil Rutte III het belastingstelsel aanpakken: twee belastingschijven, btw omhoog, zelfstandigenaftrek omlaag