Picnic hoeft geen schadevergoeding te betalen aan Max Verstappen voor het gebruik van een lookalike van de F1-coureur in een reclamespot.

De rechtbank in Amsterdam had de onlinesupermarkt eerder veroordeeld tot het betalen van 150.000 euro voor inbreuk op het portretrecht.

In hoger beroep veegt het gerechtshof in Amsterdam dat oordeel nu van tafel. De rechter vindt dat een grapje moet kunnen.

Onlinesupermarkt Picnic hoeft Max Verstappen toch niet 150.000 euro te betalen vanwege het verspreiden van een filmpje met een lookalike van de autocoureur een paar jaar geleden. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam in hoger beroep bepaald.

Begin 2018 had een lagere rechter bepaald dat de reclame niet door de beugel kon.

In het filmpje is te zien hoe een jongen met hetzelfde postuur als de coureur en gekleed in een race-overall van Red Bull voorbijloopt aan een Jumbo-bestelwagen. Hij stapt vervolgens in de elektrische bestelbus van Picnic om boodschappen te bezorgen.

Picnic haakte daarmee in op een reclame van Jumbo met de echte Max Verstappen, die in zijn Formule 1-wagen een doos boodschappen aflevert. Daarmee wilde Jumbo zijn bezorgdienst aanprijzen.

Lees ook op Business Insider

Picnic stelde dat het Facebookfilmpje grappig was bedoeld en alleen bestemd om personeel te motiveren. Zodra ze hoorden dat Max het niet leuk vond, is het filmpje offline gehaald.

De rechtbank in Amsterdam ging daar in 2018 niet in mee en stelde dat het portretrecht van Verstappen zwaarder weegt dan het recht op vrije meningsuiting van Picnic. “Verstappen moet zelf kunnen bepalen of hij zijn populariteit in wil zetten voor commerciële activiteiten.” Dat het om een parodie ging verandert daar niets aan, meende de rechter.

Dat oordeel is nu van tafel. Het gerechtshof in Amsterdam ging mee in de argumentatie dat een grapje moet kunnen.

Volgens het hof is het voor de kijker duidelijk dat het om een persiflage van Verstappens Jumbo-reclame gaat. Het gezicht of de persoon van Verstappen zelf wordt niet afgebeeld. “Het filmpje is niet van zodanige aard dat de eer en goede naam van Verstappen worden aangetast of dat zijn zakelijke belangen (en/of die van zijn zakelijke belangenbehartiger) door het filmpje worden geschaad.”

Picnic hoeft geen schadevergoeding te betalen. Verstappen en Mavic, het Luxemburgse vennootschap waarin de (portret)rechten van Verstappen zijn ondergebracht, moeten de proceskosten vergoeden.

Picnic-baas Michiel Muller is blij met de uitspraak, maar vindt het hele proces wel zonde van de tijd en het geld geweest.

Lees meer over Max Verstappen en de Formule 1: