Prima dat de belasting op vermogen niet langer uitgaat van 4 procent fictief rendement. Maar de onderbouwing van de nieuwe belasting op vermogen rammelt aan alle kanten, stelt Paul van der Kwast.

De ambtenaren op het ministerie van Financiën hebben het er ongetwijfeld druk mee gehad: met het bedenken van een alternatief voor de huidige vermogensrendementsheffing. Nu nog gaat de Belastingdienst uit van een rendement van 4 procent op spaargeld en beleggingen. Zoals bekend, wordt dit neprendement vervangen door een andere maatstaf.

Vanaf 2017 wordt uitgegaan van daadwerkelijk gerealiseerde rendementen voor verschillende vermogenscategorieën. Aandelen leveren op lange termijn meer op dan obligaties, en die leveren weer meer op dan spaargeld. Omdat vermogende mensen relatief meer aandelen hebben dan arme mensen, doet de fiscus alsof rijken een hoger rendement behalen dan arme. Precies zoals de Franse econoom Thomas Piketty het graag zou zien.

Rendement op spaargeld en beleggingen

Nu is het een goede gedachte om te proberen de werkelijkheid beter te benaderen dan met de huidige, botte 4 procent fictief rendement. Maar doe het dan wel meteen goed en kijk wat meer naar de werkelijkheid en niet naar de fictieve wereld van het ministerie van Financiën. Twee zaken springen er wat mij betreft uit.

1. Rendement zonder kosten

Voor het rendement op aandelen kijkt de Belastingdienst, zo blijkt uit het Belastingplan 2016 dat dinsdag werd gepresenteerd, naar het gemiddelde rendement van Europese aandelen tussen 1984 en 2014. Dat komt uit op 8,25 procent. Een ernstige fout is dat het ministerie van Financiën hierbij uitgaat van het bruto rendement. Alsof een belegger geen kosten maakt.

Tegenwoordig maak je door te beleggen in goedkope indexfondsen 0,5 tot 1 procent aan kosten (beheerkosten plus bankkosten). Maar vóór de opkomst van de internetbrokers, dus gedurende de helft van de meegenomen periode, was beleggen nog veel duurder en was je al gauw 2 tot 3 procent kwijt aan beleggingskosten. Geen hond die met Europese aandelen netto 8,25 procent heeft gemaakt.

Vreemd is verder dat alleen is gekeken naar het rendement van Europese aandelen. Voor een verstandige belegger houden de grenzen niet op bij Europa. Ik heb op Morningstar, een vergelijkingssite voor beleggingsfondsen en indexfondsen, gekeken wat tussen 1984 en 2014 het bruto rendement van wereldwijde aandelen was, en daar kwam een veel lager rendement uit: 6,75 procent in plaats van de 8,25 procent waarmee Financiën rekent. Tussen 1984 en 2014 nam een mandje van grote wereldwijde aandelen toe met 71 procent, terwijl vergelijkbare Europese aandelen met 101 procent in prijs stegen.

2. Rooskleurig rendement vastgoed

Ook bij de categorie vastgoed rekent Financiën de bezitters rijk. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de prijzen van een tweede huis, want daar gaat het meestal om in box 3 van de inkomstenbelasting, gelijke tred houden met de stijging van de huizenprijzen in Nederland vanaf de jaren zeventig

Ook dit lijkt mij een illusie. In de eerste plaats omdat vooral de huizenprijzen in de Randstad de afgelopen decennia hard zijn gestegen. En een tweede huis ligt doorgaans niet in de Randstad.

Verder ben ik benieuwd of ook buitenlandse woningen zijn meegenomen. Ik vermoed van wel, want die word je geacht aan te geven bij je belastingaangifte. Meestal betaal je er in Nederland geen belasting over vanwege de ‘Aftrek voorkoming van dubbele belasting’. Maar al die huizen in Frankrijk en Spanje staan wel in de aangifte.

Om te doen alsof die huizen allemaal net zo hard in waarde zijn gestegen als een gemiddelde Nederlandse woning is heel raar. Bovendien wordt dan geen rekening gehouden met het feit dat een tweede woning vaak bakken met geld kost en een flinke kostenpost is voor de bezitter. Veel van deze vakantiewoningen worden ook nog eens met verlies verkocht, omdat ze in vergrijsde, leeglopende delen van Frankrijk of Italië liggen.

Kortom, een leuke academische exercitie, maar de meeste belastingbetalers zouden willen dat ze de droomrendementen van Financiën ook echt hadden behaald.

Paul van der Kwast is financieel planner en lid van de Vereniging Onafhankelijke Financieel Planners. Voor Z24 volgt hij de fiscale ontwikkelingen op de voet.

Meer weten over de fiscale veranderingen? Z24 organiseert op 1 december a.s. de Belastingbespaardag voor Ondernemers.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl