• De NS gooit treinen die verouderd zijn niet weg. De spoorvervoerder hergebruikt 99 procent van de materialen van oude treinen.
  • 85 procent van de oude materialen wordt gereviseerd en gaat terug in een gemoderniseerde trein.
  • De materialen die niet hergebruikt kunnen worden in een trein krijgen een andere bestemming, bij voorkeur binnen de NS.

Wie aan de NS en duurzaamheid denkt, denkt waarschijnlijk vooral aan dat reizen met de trein beter voor het milieu is dan veel andere vormen van vervoer. Wat weinig echter mensen weten, is dat het belang van duurzaamheid diep is doorgedrongen binnen het vervoersbedrijf.

Dat blijft niet onopgemerkt. De spoorvervoerder werd tijdens De Week van de Circulaire Economie 2020 onderscheiden met een Circular Business Award voor de modernisering van haar VIRM-dubbeldekstreinen.

Ilse de Vos-van Eekeren, programmamanager Circulair Ondernemen bij de NS, vertelt aan Business Insider over het circulaire trein-project, waarbij 99 procent van het materiaal van de oude treinen wordt hergebruikt.

Circulaire treinen, wat moeten we ons daarbij voorstellen?

“Treinen hebben helaas niet het eeuwige leven, na ongeveer 20 jaar gebruik zijn ook de beste rijtuigen aan modernisering toe. Vroeger eindigden ze dan grotendeels in de verbrandingsoven, maar dat past niet meer bij de huidige tijd. Onze visie is nu: afval bestaat niet.”

“In 2016 zijn we begonnen met het moderniseren van de eerste serie VIRM-dubbeldekkertreinen. Als een trein verouderd is, heb je twee opties: weggooien óf aan de huidige eisen laten voldoen. Daarbij gaat het niet alleen om technische eisen maar ook om de wensen van de klanten.”

“De grote zware stoelen die we 20 jaar geleden luxe vonden uitstralen, worden nu bijvoorbeeld vervangen door een lichtere variant. Dat geeft niet alleen de strakke uitstraling die de moderne reiziger aanspreekt, maar je creëert er ook meer zitplaatsen mee én omdat de stoelen minder zwaar zijn, verbruikt de trein minder energie.”

Lees ook op Business Insider

Ilse de Vos-van Eekeren van de NS
Ilse de Vos-van Eekeren van de NS

“We streven ernaar om bestaande treinen zoveel mogelijk om te bouwen en aan te passen aan de moderne tijd, met behoud van de materialen. En alles wat we niet meer kwijt kunnen in de gemoderniseerde treinen, proberen we een tweede leven te geven. Slechts 1 procent van de materialen van de oude dubbeldekkers is tot nu toe op de afvalberg beland, een cijfer waar we heel trots op zijn.”

Hoe gaat dat dan precies in zijn werk?

“Een afgeschreven trein komt onze werkplaats binnen, wordt van zijn wielen gelicht en vervolgens wordt de bovenkant stapsgewijs uit elkaar gehaald. De onderdelen die nog bruikbaar zijn gaan naar ons eigen toeleveringsbedrijf waar ze weer als nieuw worden gemaakt. Deuren krijgen daar bijvoorbeeld nieuwe rubbers en ook de technische onderdelen worden gemoderniseerd binnen de NS zelf.”

“Uiteindelijk komt 85 procent van de onderdelen weer in dezelfde trein terecht, klaar voor de komende 20 jaar.”

“Tijdens dit vernieuwingsproces doorlopen we bij elk onderdeel een paar stappen. In eerste instantie kijken we dus of we het onderdeel weer terug in dezelfde trein kunnen plaatsen. Vervolgens kijken of we het voor een andere trein kunnen gebruiken. Als dat niet lukt, proberen we er een andere bestemming voor te vinden binnen ons bedrijf en als ook dat niet gaat, schakelen we ons netwerk in om te kijken of zij misschien iets met het materiaal kunnen.”

“Op deze manier is het ons tot nu toe gelukt om 99 procent van de onderdelen een tweede leven te geven, en we streven ernaar om ook voor die resterende 1 procent een nieuwe bestemming te vinden.”

Foto: NS
Foto: NS

Hoe ziet zo’n tweede leven er uit?

“Op station Utrecht Centraal staan bijvoorbeeld plantenbakken gemaakt van oude treinprullenbakken, op onze kantoren staan bureaus gemaakt van treinplafondplaten en treinramen komen terug in onze gebouwen, zoals een fietsenstalling in Eindhoven en een treinwerkplaats in Leidschendam.”

“Maar soms zijn er ook materialen die niet zo makkelijk kunnen worden omgetoverd tot een nieuw product. De oude treinzijwanden bijvoorbeeld – die na een schilderbeurt niet meer zouden voldoen aan de brandveiligheidseisen – zijn gemaakt van composiet. Dat is zo’n sterk materiaal dat het zelfs niet in de verbrandingsoven verwerkt kan worden.  Storten was daarom de enige optie, maar dat past niet in onze visie dat afval niet bestaat.”

“Daarom zijn we samen met de Hogeschool Windesheim op zoek gegaan naar een manier om deze thermoharde composieten wél herbruikbaar te maken. Uiteindelijk is het gelukt om er vlokken van te maken die als grondstof kunnen dienen voor nieuwe producten. Op Windesheim staan er bijvoorbeeld tafels waar de treinzijwanden in zijn verwerkt en in Dokkum is er zelfs een brug van gebouwd.”

“Maar omdat de techniek nog zo nieuw is, ontbreekt de vraag naar deze recyclaten nog. Door ze nu te gaan verwerken tot dwarsliggers op onze eigen spoortrajecten, willen we niet alleen onze eigen kringloop sluiten maar ook de bruikbaarheid aantonen van het materiaal.”

“Hopelijk zetten we daarmee een eerste stap richting grootschalige toepassing van hergebruikte composieten. Dat zou mooi zijn, want ook boten, vliegtuigen en windmolens zijn deels gemaakt van dit materiaal. Hiermee maken we echt een nieuwe materiaalstroom die de rest van de wereld uiteindelijk ook kan gebruiken.”

En de resterende 1 procent van de oude treinen? Gaat het jullie echt lukken om die ook een nieuwe bestemming te geven?

Lachend: “Dat is een uitdaging. Onderdeel van die 1 procent is bijvoorbeeld de zitting van de oude treinstoelen. Het lastige daaraan is dat het om verschillende materialen gaat, die aan elkaar vastzitten. Doordat alles is verlijmd, kun je die materialen niet apart recyclen. Nu hebben we op kleine schaal wel een nieuwe bestemming voor die stoelen gevonden, bijvoorbeeld als vergaderstoel op onze kantoren. Maar het gaat hier echt om duizenden stoelen.”

“Op zo’n moment komen we er zelf niet meer uit en schakelen we dus ons netwerk in. In het geval van de stoelzittingen hebben we vorige week een ontwerpwedstrijd uitgeschreven op een MBO-school.  We hopen echt dat daar iemand dé perfecte bestemming voor dit materiaal bedenkt.”

“We hadden een soortgelijk probleem met de vloeren van de dubbeldekkers. Ook daar gaat het om een onderdeel met verlijmde materialen, wat recycling bemoeilijkt. Nadat ik bijna 200 bedrijven benaderd had, op zoek naar een nieuwe bestemming, meldde zich uiteindelijk een bedrijf dat bij ons in Haarlem om de hoek bleek te zitten en er nu onder meer tafeltennis- en voetbaltafels van maakt.”

“Voor bijna alles blijkt dus wel een oplossing te zijn, soms is het alleen even zoeken. Toch verwacht ik dat er altijd wel een piepklein deel van de materialen toch in de verbrandingsoven zal verdwijnen. Van de vloeren van de toiletten bijvoorbeeld zal niemand zo snel een bureau of voetbaltafel willen maken.”

‘Afval bestaat niet’. Is dat een missie die iedereen begrijpt?

“Ik merk dat het binnen ons bedrijf steeds meer begint te leven. Je vraagt natuurlijk best veel van bijvoorbeeld de mensen in de werkplaats: dat ze met beleid vloeren demonteren bijvoorbeeld. Maar inmiddels merk ik dat er een soort trots is ontstaan nu de hergebruikte materialen ook op steeds meer plekken binnen het bedrijf opduiken.”

“Mensen beginnen ook met me mee te denken. Toen bepaalde glazen deuren in treinen niet meer bleken te voldoen, kreeg ik bijvoorbeeld de vraag: kunnen we daar nog wat mee? Toen ik die vraag binnen het bedrijf uitzette, ontstond het idee er een glazen afscheiding mee te maken op het nieuwe hoofdkantoor.”

“Uiteindelijk willen we met alles wat we doen, de ogen van anderen openen. Niet alleen binnen ons eigen bedrijf maar ook bij andere vervoersbedrijven in binnen- en buitenland. Wij laten zien wat er mogelijk is en hopen zo anderen mee te krijgen. Want als alleen wij het doen is het leuk voor ons, maar is het voor de aarde niet genoeg.”

Lees meer over Better Capitalism: