Sparen levert met de historisch lage rentes bar weinig op. Een goede reden om het maximale uit je spaargeld te halen. Dat kan door de voorwaarden van spaarrekeningen goed uit te pluizen, om zo te profiteren van het rente-op-rente-effect.

Wie spaart krijgt natuurlijk een bepaald percentage aan rente over de inleg. De rente staat tegenwoordig historisch laag. Zo bieden de grootbanken ABN Amro, Rabobank en ING 0,05 procent op vrij opneembare spaarrekeningen. Daarmee zijn ze een stap verwijderd van nul rente.

Spaardeposito’s, waarbij het geld voor een bepaalde termijn vaststaat tegen een vast percentage, leveren doorgaans meer op. Wie zijn geld bijvoorbeeld twee jaar lang bij Yapi Kredi Bank stalt, krijgt 1,05 procent rente per jaar, blijkt uit de gegevens van spaarinformatie.nl.

Effectieve rente

Toch kan de rente lager of hoger uitvallen. De rentes die aanbieders vaak communiceren en die staan aangegeven op vergelijkingssites, zijn de nominale tarieven. Hierin is een eventueel rente-op-rente-effect niet meegenomen. De daadwerkelijke rente die dit effect met zich meebrengt, heet effectieve rente.

Wie op zoek is naar de hoogste rente om zo het maximale uit de inleg te halen, moet dus kijken naar de effectieve rente. Die is van verschillende factoren afhankelijk:

  • Hoe vaak wordt de rente uitgekeerd en wordt die wel of niet bijgeschreven op het spaardeposito?
  • Wordt de rente op een andere rekening uitgekeerd, dan wil je weten welk rentepercentage daar geldt en hoe vaak de rente wordt uitgekeerd.

Hoe vaak krijg je rente en waar komt die terecht?

Stel nu dat je in een fictieve situatie een jaar lang 20.000 euro parkeert, voor een al even fictief rentepercentage van 2 procent. Dan ontvang je aan het eind van het jaar 400 euro aan rente.

Maar keert de bank per kwartaal uit, dus om de drie maanden 0,5 procent, dan  gebeurt er het volgende, als de rente wordt bijgeschreven bij de oorspronkelijke inleg. Na het eerste kwartaal krijg je 100 euro rente. Het tweede kwartaal ontvang je 0,5 procent over 20.100 euro, is 100,50 euro rente, enzovoorts.

In het vierde kwartaal bedraagt het spaarsaldo dankzij het oplopende rentebedrag 20.403 euro, 3 euro meer dan als de bank aan het eind van het jaar zou uitkeren.

Wie 3 euro mist na één jaar, zal daar waarschijnlijk niet wakker van liggen. Maar bij grote bedragen en een langere spaartermijn, kan het gebrek aan een rente-op-rente-effect wel in de papieren lopen.

Belangrijk is dus hoe vaak de rente wordt uitgekeerd en of de uitgekeerde rente wordt bijgeschreven op het spaardeposito, zodat een rente-op-rente effect ontstaat tegen de relatief hoge rente van het spaardeposito. Daarover hieronder meer.

Rente op een andere rekening

Ga je voor een hogere effectieve rente, dan moet je er rekening mee houden dat de situatie vaak iets ingewikkelder ligt dan in het bovenstaande voorbeeld. Want banken storten de rente vaak niet op het deposito, maar op een flexibele spaarrekening.

Je kunt dan nog wel profiteren van een rente-op-rente-effect, maar de rente ligt bij vrij opneembare spaarrekeningen een stuk lager. Bovendien is de rente hier ook variabel.

Wil je optimaal profiteren, dan zul je dus moeten uitzoeken hoe hoog de rente is op de (flexibele) spaarrekening waar de rente van het deposito belandt.

Daarbij moet je uiteraard ook nog de discipline hebben om van de uitgekeerde rente af te blijven als die op een vrij opneembare rekening terecht komt.

LEES OOK Aangifte 2017: een overzicht van alle slimme aftrekposten (en wanneer je het beste aangifte kunt doen)