Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
5:59

Nouchka Fontijn werd Nederlands kampioen boksen en won zilver en brons op de Olympische Spelen. Vorig jaar heeft ze haar bokshandschoenen aan de wilgen gehangen. Nu haar leven als topsporter achter haar ligt, ontstaan de contouren van een nieuwe carrière.

Van het spreekwoordelijke, gevreesde zwarte gat dat voor menig ex-topsporter gaapt, lijkt Fontijn geen last hebben. 

Voordat ze in augustus 2021 stopte met professioneel boksen, waren haar dagen nog gestructureerd. “Mijn tijd was verdeeld in vakken. Op maandag, woensdag en vrijdag bokste ik twee keer per dag. Ik hoefde niet zoals bij zwemmen om 6 uur ‘s ochtends in het water te liggen om het rijk alleen te hebben. Om 10 uur ‘s ochtends was ik alleen in de zaal voor een zaktraining. En ‘s avonds, als ook andere mensen trainden, kon ik sparren en spelboksen.”

Dinsdagen en donderdagen waren ingeruimd voor krachttraining. “Midden op de dag een zware training en daarna een lichte training of techniek. Doordeweeks had ik dus tien trainingen en soms kwam daar een zware training in het weekend bij in Rotterdam of op Papendal, afhankelijk van het toernooi.”

Tussen de trainingen door doen sommige sporters een dutje, weet ze. “Maar dat is mij nooit gelukt. Gelukkig heb ik een energieke hond waarmee ik kan wandelen tussendoor”, lacht ze.

Nieuwe kansen na het boksen

Tegenwoordig is haar leven veel minder gestructureerd. Maar het gevoel dat ze op drift kan raken, heeft Fontijn niet. Er dienden zich dan ook al snel nieuwe kansen aan. “Begin vorig jaar was ik de was aan het ophangen toen ik een telefoontje van interim- en consultancybureau Eiffel kreeg: ‘We hebben iets leuks voor je’, zeiden ze.”

Sindsdien deelt ze als talentcoach lessen uit de topsport, aan de medewerkers van Eiffel - waar ruim duizend juristen, financials, dataspecialisten en projectmanagers in dienst zijn - en aan de klanten van het bedrijf. De samenwerking werkt beide kanten op: met kennis van talentontwikkeling begeleidt Eiffel Fontijn en diverse andere olympische sporters in hun maatschappelijke carrière.

Geen fulltime job, maar wel een goede basis, vertelt Fontijn over haar baan. Want hoewel ze niet bang was voor het zwarte gat, was er wel de dreiging van een financieel gat. De financiële ondersteuning in levensonderhoud stopte op het moment dat ze ophield met professioneel boksen. “Als topsporter met A-status krijg je tien jaar lang een stipendium van het NOC*NSF. Dat stopt op de dag dat je niet meer aan de eisen voldoet.” 

Een goed gevulde agenda

Een deel van de week verzorgt ze als talentcoach presentaties en clinics voor Eiffel en bouwt ze aan een eigen concept met presentaties en workouts voor bedrijven. Daarnaast geeft ze bokslessen. “Afgelopen weken heb ik buiten, onder een viaduct, groepslessen en personal training gegeven”, vertelt ze. 

Fontijn moet er al voor waken dat ze haar agenda niet vol laat lopen, want elke dag is wel gevuld. “Het is heel divers en niets staat vast. Dat vind ik heerlijk. Dit jaar kon ik op skivakantie en vlak daarna had ik een huisje geboekt om aan mijn concept te werken. Zitten met een laptop en bedenken welke anekdotes ik aan mensen wil vertellen.”

Die verhalen zijn gekoppeld aan de boksclinics. “Het is niet alleen een uurtje zweten. Uit de sport kun je metaforen voor het leven halen. Dingen die ik vertel, wil ik laten voelen.” 

Van taekwondo naar boksen

Fontijn belandde in de boksschool via taekwondo, waar ze op haar 14e door een vriendinnetje mee in aanraking kwam. Ze werd verliefd op de sport en behaalde een zwarte band.

“Na vijf jaar wilde ik beter worden in taekwondo, daarom ging ik op boksen. De eerste training vond ik helemaal niet leuk. Ik stond tussen de mannen met bierbuiken, maar mijn armen deden pijn dus ik dacht: dit moet wel goed zijn. Ik viel op en werd gevraagd wedstrijden te doen. Ik ben toen vijf dagen in de week gaan trainen en drie maanden later had ik mijn eerste wedstrijd.” 

Ze was toen 19 jaar. “Dat lijkt oud, maar dat valt in het Nederlandse boksen wel mee. In de jeugd is er niet zo heel veel. In het buitenland beginnen jongetjes van 11 al met boksen, maar in Nederland zijn er amper wedstrijden voor de jeugd. Als je goed bent, begin je bij de senioren onderaan.”

Medaille na medaille

In 2009 werd Fontijn Nederlands kampioen. In 2014 werd ze Europees kampioen en won ze brons op de wereldkampioenschappen. Wanneer ze zou stoppen stond allang vast, omdat dat samenhangt met de olympische cyclus. 

In 2016 kwalificeerde Fontijn zich voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, waar ze zilver won. Omdat de Spelen in 2020 werden uitgesteld door de coronapandemie, besloot ze haar bokscarrière een jaar te verlengen. Ze sloot af met brons op de Olympische Spelen in Tokio in 2021. 

Nouchka Fontijn op de Olympische Spelen van Tokio.
Nouchka Fontijn op de Olympische Spelen van Tokio.
ANP/Olaf Kraak

“Ik vond het toen wel mooi geweest. In het begin van je carrière kijk je uit naar de training, maar later wordt alles anders. Ik had er geen plezier meer in en zag er vaker tegen op dan dat ik er naar uitkeek. Maar je doet het voor de medailles.” Winnen maakt haar gelukkig, zegt ze.

Een andere bron van adrenaline

“Dat ga ik denk wel missen: de adrenaline en de highlights. Maar dat kan ik ook anders invullen. Met Special Forces bijvoorbeeld”, lacht ze, doelend op het televisieprogramma Special Forces VIPS, dat afgelopen winter te zien was op Videoland.

Fontijn werd daarin samen met andere BN’ers onderworpen aan een gruwelijke commandotraining. Van de tien deelnemers wisten alleen zij en Tim Haars de eindstreep te halen.

Maar een dergelijke fysieke beproeving is niet altijd nodig om een soort overwinningsroes te voelen, weet Fontijn inmiddels. “Als ik een leuke sessie heb gehad met medewerkers en mijn aandeel in de presentatie wordt groter, dan vind ik die adrenalinekick ook daarin terug. Het is ook een vorm van presteren, maar op een ander vlak.”

Wel houdt ze nog steeds van hard trainen. “Als ik een paar dagen achter elkaar niet train, word ik ongelukkig. Maar er is gewoon een afterlife. Er is genoeg te doen na het topsporten.”

Lees meer over carrière: