Het Nationaal Groeifonds is een nieuwe subsidiepot van de overheid om de verdienkracht van Nederland te versterken.

Bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen mogen aanvragen indienen van minimaal 30 miljoen euro.

Het gaat om investeringen in kennisontwikkeling, innovatie en infrastructuur.

Ministers Wopke Hoekstra van Financiën en Eric Wiebes van Economische Zaken lichtten maandag de introductie van het Nationaal Groeifonds toe, een investeringsfonds voor projecten voor de lange termijn.

Het fonds krijgt 20 miljard euro ter beschikking voor een periode van vijf jaar. Per jaar gaat het om een subsidiepot van gemiddeld 4 miljard euro.

De 20 miljard euro voor het fonds wordt op de kapitaalmarkt geleend. Op die manier wil het kabinet gebruikmaken van de historisch lage rentestand.

Het kabinet wil zich met het fonds naar eigen zeggen uit de crisis investeren in plaats van bezuinigen, zoals het geval was bij de financiële crisis.

Lees ook op Business Insider

8 criteria voor aanvragen bij het Nationaal Groeifonds

Ondernemers, bedrijven en kennisinstellingen mogen voorstellen indienen voor projecten met een minimale omvang van 30 miljoen euro.

“Het belangrijkste criterium voor een project is dat het bijdraagt aan het verdienvermogen van Nederland in de toekomst. Het project moet invloed hebben op het inkomen van generaties hierna”, aldus Hoekstra.

Er zijn drie hoofdterreinen waarvoor je aanvragen kunt indienen: kennisontwikkeling, research & development en innovatie, en infrastructuur.

Er zijn acht formele criteria waaraan de commissie de projecten zal toetsen. Die zien er als volgt uit:

Het voorstel:

  1. bevat een uitgewerkt plan waarin de volgende onderdelen aan bod komen, op basis van een vooraf opgestelde format met daarin:
    • een onderbouwing van de bijdrage van het voorstel aan het langetermijn-verdienvermogen (bbp-effect) van Nederland.
    • een onderbouwing van andere maatschappelijke kosten en baten.
    • de verwachte financiële kosten en opbrengsten van het voorstel en financiële bijdragen van andere deelnemende partijen;
    • de deelnemende partijen, het programmamanagement en praktische uitvoerbaarheid van het voorstel (bijvoorbeeld: zijn technieken beschikbaar, is er fysieke ruimte en kunnen de voorstelen in marktomstandigheden worden uitgevoerd);
    • de juridische uitvoerbaarheid van het voorstel (o.a. is er een staatssteuntoets uitgevoerd);
    • de betrokkenheid van het verantwoordelijke beleidsdepartement, relevante regionale en lokale overheden of relevante maatschappelijke instituties.
  2. valt binnen tenminste een van de drie terreinen: kennisontwikkeling, R&D en innovatie en infrastructuur
  3. heeft een omvang van tenminste 30 miljoen euro
  4. is additioneel aan private investeringen
  5. is additioneel aan bestaande publieke investeringen en valt niet binnen een bestaande regeling van de overheid
  6. is niet-structureel
  7. voldoet aan de toets van subsidiariteit
  8. past binnen de financiële kaders van het fonds
  9. Het minimumbedrag van 30 miljoen euro is hoog, omdat het om projecten moet gaan die aanzienlijke impact hebben op nationaal niveau. Volgens Wiebes kan ook het MKB aanspraak maken op het fonds. Juist projecten in technische innovatie en startups komen volgens hem in aanmerking voor het fonds.

    Eenmalige subsidies uit het Nationaal Groeifonds

    Het fonds verstrekt eenmalige subsidies die maatschappelijk rendement opleveren. Dat is anders dan bijvoorbeeld bij het groeifonds voor bedrijven NL-Invest waar ondernemers financiering kunnen aanvragen voor innovatieve en duurzame investeringen.

    NL-Invest kan via aandelenparticipaties deelnemen in bedrijven en verstrekt ook achtergestelde leningen. Het gaat hier dus om financiering die ook voor investeringsmaatschappij NL-Invest rendement oplevert.

    NL-Invest is een private investeringsmaatschappij die publiek geld investeert en het ministerie van Financiën als aandeelhouder heeft. Het Nationaal Groeifonds is daarentegen een pure subsidieverstrekker.

    Een onafhankelijke commissie beoordeelt de aanvragen

    Een onafhankelijke commissie beoordeelt subsidie-aanvragen bij het Nationaal Groeifonds. Jeroen Dijsselbloem en Feike Sijbesma zijn twee van de tien leden van deze commissie.

    Dijsselbloem is onder meer oud-minister en voormalig voorzitter van de Eurogroep. Sijbesma is de voormalig topman van speciaalchemiebedrijf DSM en was recent de speciale coronagezant van het kabinet.

    In de commissie nemen verder Marieke Blom, hoofdeconoom van ING Nederland, en Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton plaats.

    Ook Laura van Geest, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), techambassadeur Constantijn van Oranje en Rianne Letschert, de rector van de Universiteit Maastricht maken deel uit van de commissie.

    Verder doen Robert-Jan Smits, de voorzitter van de Universiteit Eindhoven, supercommissaris Jacqueline Tammenoms Bakker en topman Peter Wennink van chipmachinefabrikant ASML mee als commissieleden.

    De leden kiezen zelf een voorzitter uit hun midden, liet Wiebes weten.

    LEES OOK: Invest-NL heeft €1,7 miljard in kas – dit zijn de criteria om in aanmerking te komen voor financiering