Direct na z’n studie, in 2002, richtte de Australiër Mike Cannon-Brookes (38) zijn bedrijf Atlassian op.

Een doel had hij toen maar nauwelijks. Hij en zijn mede-oprichter Scott Farquhar (ook 38) wilden vooral voorkomen dat ze direct na hun studie bij een saai bedrijf zouden gaan werken en iedere dag een pak moesten dragen.

Ze wisten niets van ondernemen en hadden geen duidelijk doel voor ogen, maar gingen gewoon aan de slag en gebruikten een creditcard met een limiet van 10.000 dollar als startkapitaal.

In datzelfde jaar namen ze hun eerste werknemers aan voor hun softwarebedrijf.

Tien jaar later werd de mijlpaal van 100 miljoen dollar omzet bereikt. Inmiddels heeft Atlassian op jaarbasis bijna 900 miljoen dollar aan inkomsten, met een groei over het fiscale jaar 2017-2018 van 41 procent.

Atlassian, dat softwareontwikkelings- en samenwerkingstools als Jira, Confluence en Trello maakt, heeft zo’n 2.500 medewerkers en meer dan 125 duizend klanten. Op de beurs is het bedrijf omgerekend ruim 17 miljard euro waard.

Kortom, Cannon-Brookes kan met recht een uiterst succesvolle groeiondernemer worden genoemd en heeft een geschat vermogen van bijna 6 miljard dollar. En toch zegt hij dat hij al die tijd bang was om door de mand te vallen.

Impostor syndrome

Hij heeft regelmatig het gevoel dat hij helemaal geen goede ondernemer is. Dat hij, ondanks al die jaren ervaring, geen idee heeft wat hij aan het doen is.

“Dat gevoel heet het impostor syndrome”, zei hij vorig jaar in een TED-talk. Het oplichterssyndroom zorgt ervoor dat mensen ervan overtuigd zijn dat ze bedriegers zijn en dat anderen er op elk moment achter kunnen komen dat ze hun succes helemaal niet verdienen.

Cannon-Brookes: “Ik ben niet bang om te falen, of om ergens niet goed in te zijn. Maar door het impostor syndrome voel ik me continu alsof ik ergens mee wegkom.”

Tijdens een flitsbezoek aan het Amsterdamse kantoor van Atlassian, vertelt hij aan Business Insider dat het imposter syndrome niet alleen maar negatief voor hem is geweest. Hoewel hij regelmatig het gevoel heeft dat hij de rol van CEO helemaal niet verdient, heeft hij van die angst ongelofelijk veel geleerd.

“Ik denk dat het impostor syndrome op een vreemde manier mijn sterke punt is”, zegt hij. “Ik probeer er tegenwoordig niet meer vanaf te komen, maar me er juist van bewust te zijn en het zo te gebruiken”, zegt hij.

“Het impostor syndrome dwingt me om vragen te stellen als ik iets niet begrijp en om meer te leren van dingen waar ik weinig vanaf weet”, zegt hij. Voor een belangrijke vergadering zal Cannon-Brookes eerder geneigd zijn om zich lang in te lezen, dan om te zeggen: het komt wel goed. “Dankzij het impostor syndrome word ik dus wijzer.”

Negatieve stem op repeat

Volgens auteur en loopbaancoach Vréneli Stadelmaier is Cannon-Brookes lang niet de enige die met het impostor syndrome worstelt. “Uit onderzoek dat ik heb laten doen, blijkt dat twee op de drie vrouwen er last van heeft en één op de drie mannen.”

“Dat er meer vrouwen zijn die er last van hebben, komt deels door opvoeding. Meisjes krijgen in hun opvoeding vaker te horen dat ze aardig en bescheiden moeten zijn, terwijl jongens stoer moeten zijn, lef moeten hebben. Als je dat stemmetje van het impostor syndrome al in je hoofd hebt, en dan ook nog eens aangeleerd krijgt dat je vooral niet op de voorgrond moet treden, dan heb je veel sneller last van het syndroom.”

Maar ook testosteron heeft invloed, schrijft Stadelmaier in haar boek ‘F*ck die Onzekerheid’. Het hormoon zorgt ervoor dat je makkelijker risico’s neemt – en mannen maken meer testosteron aan.

Ook Stadelmaier ziet dat het impostor syndrome positieve kanten kan hebben. “Die stem in je hoofd die zegt dat je iets niet kan, die nodigt uit tot zelfonderzoek. Hij maakt je scherp, je leert er zeker dingen van.”

“Aan de andere kant staat die stem op repeat, hij stopt nooit. Die stem zegt iedere keer weer dat je ergens niet goed in bent, zelfs als je weet dat dat onzin is. Daar word je doodmoe van, en het staat ook je carrière in de weg.”

Je slaat bijvoorbeeld nieuwe opdrachten af en durft nooit iets te zeggen tijdens vergaderingen. Of je werkt keihard om zo min mogelijk fouten te maken, je gaat voor een 10 terwijl een 8 ook prima is. Maar er is niemand die doorheeft hoe hard je werkt, want door het impostor syndrome ben je ook bescheiden.

Stadelmaier’s tips? “Probeer zo goed mogelijk met het impostor syndrome om te gaan. Die innerlijke stemmen komen vaak van vroeger, ze echoën bijvoorbeeld je meester die zei dat meisjes niet kunnen rekenen. Of je vader die je cijfers nooit goed genoeg vond. Dat blijft je achtervolgen. Onderzoek bij jezelf de bron van het impostor syndrome en weet dat het onzin is.”

“Begrijp dat je niet je gedachtes bent – je kunt jezelf corrigeren, je eigen gedachtepatroon veranderen en er zo voor zorgen dat je je zelfverzekerder voelt.”

LEES OOK: Adriaan Mol van Mollie Payments is de beste online ondernemer van Nederland, maar geeft liever geen leiding aan zijn bedrijf – dit is de reden