Nederlandse vrouwen halen maar zelden de top. Het aandeel van vrouwelijke topmanagers bij grote Nederlandse bedrijven blijft al jaren steken onder de vijf procent. In veel andere Europese landen is dat het dubbele.

Een vaak genoemde oorzaak hiervoor is dat Nederlandse vrouwen meestal in deeltijd werken. Carrière maken vanuit een baan van drie dagen is moeilijk. Voltijds werkende mannen halen je snel in.

Volgens Europese cijfers werken Nederlandse vrouwen gemiddeld 26 uur per week. Dat is de kortste werkweek van alle 27 EU-lidstaten. Nederlandse vrouwen werken gemiddeld twaalf uur minder dan Nederlandse mannen. En ook dat ´gender-gat’ is nergens in Europa groter. Willen we meer vrouwen aan de top krijgen, dan zal het verschil in werkweek omlaag moeten. De overheid realiseert zich dat ook, en probeert met onder meer goedkopere crèches en meer buitenschoolse opvang vrouwen te stimuleren meer uren te werken.

Goed bedoeld, maar het probleem zit dieper. Want ook Nederlandse vrouwen zonder kinderen werken in meerderheid in deeltijd. Wie daar echt iets aan wil doen moet aan de belastingtarieven sleutelen. Vrouwen zouden minder loonbelasting moeten betalen dan mannen.

Dat is in elk geval de stelling van professor Alberto Alesini van Harvard University. Samen met twee collega’s deed hij een theoretisch onderzoek naar de invloed van belastingen op de werkbeslissing van vrouwen. De studie is deze week gepubliceerd.

Vrouwen laten zich bij hun keuze voor deeltijdwerk meer leiden door belastingtarieven dan mannen. Tenminste, zolang mannen de hoofdkostwinner van het gezin zijn. In principe zorgen hogere belastingen er voor dat zowel mannen als vrouwen minder willen werken. Ze houden immers minder netto-inkomen over voor ieder gewerkt uur. Maar voor een kostwinner speelt daarnaast mee dat om de vaste lasten te kunnen betalen, hij bij een lager nettoloon juist meer zou moeten werken.

Uit onderzoek weten economen dat die twee tegengestelde effecten van belastingverhoging elkaar bij mannen (kostwinners) min of meer in evenwicht houden. Hogere of lagere belasting heeft daardoor vrijwel geen effect op het aantal door mannen gewerkte uren.

Voor vrouwen ligt dat anders. Als ze geen kostwinner zijn, zijn de vaste lasten van het gezin al betaald. Hogere belasting vertaalt zich dan simpelweg in minder uren werken. Met andere woorden: loonbelasting werkt voor vrouwen veel meer verstorend dan voor mannen.

Alesini trekt uit deze wetenschap de logische conclusie: belastingtarieven voor vrouwen moeten lager zijn dan die voor mannen. Dat stimuleert het arbeidsaanbod van vrouwen zonder dat het arbeidsaanbod van mannen er door wordt afgeremd.

Aan deze belastingdiscriminatie zit volgens de Harvard-econoom nog een groot voordeel. Als vrouwen per gewerkt uur meer geld mee naar huis nemen, versterkt dat hun onderhandelingspositie in het huishouden. Ze zullen daardoor kans zien om meer huishoudelijke en opvoedkundige taken aan de man over te dragen. Als vrouwen minder belasting betalen gaan mannen dus vaker stofzuigen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl