ANALYSE – In de afgelopen decennia onderging de Amerikaanse economie een grondige metamorfose.

Die verandering hielp met name de rijke Amerikanen; die werden alsmaar rijken. Maar het droeg ook bij aan een groeiende inkomensongelijkheid en een steeds kleiner wordende middenklasse. Het joeg de woede van populisten aan in het hele politieke spectrum en remde de groei van de gehele economie.

Wat houdt die verandering in?

Bedrijven hebben nog maar één missie: het maximaliseren van de winst van hun aandeelhouders op de korte termijn.

Praat met mensen in het wereldje van het grote geld en ze zullen je vertellen dat dit simpelweg een wet van het kapitalisme is. Ze zullen ook wat andere zogenoemde wetten van het kapitalisme opdreunen, waaronder het idee dat werknemers ‘kostenposten’ zijn en dat goede managers deze kosten moeten minimaliseren door werknemers zo min mogelijk te betalen.

Deze praktijken zijn allerminst de wetten van het kapitalisme.

De rekening van de jaren 80

Het zijn keuzes. Keuzes die ontstonden in de vroege jaren 80, uit een soort activisme van aandeelhouders. Dat activisme was toen te billijken en nodig, maar is inmiddels veel te ver doorgeschoten.

Lees ook op Business Insider

En het zijn keuzes waar we goed naar moeten kijken, willen we eerlijkheid en het zicht op kansen behouden en de economie nieuw leven inblazen.

Nog niet zo lang geleden maakten ondernemers en managers andere keuzes. Keuzes die beter waren voor de gemiddelde Amerikaan en de economie. Deze managers en ondernemers hadden ook een aanzienlijk andere kijk op hun verantwoordelijkheden.

“De taak van een manager is te zorgen voor een eerlijke balans tussen alle stakeholders van het bedrijf, zoals aandeelhouders, werknemers, klanten en de maatschappij”, zei topman Frank Abrams, van Standard Oil in 1951.

Door het betalen van goede salarissen, het investeren in toekomstige producten en het genereren van redelijke (dus niet maximale) winsten, creëerden Amerikaanse bedrijven in de jaren 50 en 60 waarde voor alle stakeholders. Niet voor slechts een. Het gevolg daarvan was dat het land en de economie opbloeiden.

De balans is doorgeslagen

In de recente geschiedenis is die balans doorgeslagen.

Door de stagnatie en neergang van de economie in de jaren 70 ontstond er een activisme onder aandeelhouders. Een trend die in de jaren 80 werd vereeuwigd door Gordon Gekko, het personage in de film Wall Street. In die tijd raakten Amerikaanse bedrijven volgevreten en zelfvoldaan en hadden ze een stevige wake-upcall nodig.

“Hebzucht is goed”, zei Gekko, terwijl hij werknemers links en rechts ontsloeg en slechtlopende bedrijven reorganiseerde. Aandeelhouders stonden juichend op de banken.

Maar dertig jaar later is Gekko’s aandeelhoudersrevolutie nog altijd alive and kicking en te ver doorgeslagen, door de druk van een sterke en ontzettend competitieve geldindustrie. Amerikaanse bedrijven dienen nu slechts één doel: dat van de aandeelhouders. Terwijl werknemers steeds minder betaald worden en investeringen op de lange termijn uitblijven.

Deze religie van ‘aandeelhouderswaarde’ is goed zichtbaar in het gat tussen winsten en lonen.

Winstmarges van bedrijven stijgen al vijftien jaar op rij en staan nu op het hoogste punt ooit. Lonen, ondertussen, nemen al vier decennia af en staan op bijna op het laagste punt ooit.

Winsten uitgedrukt als percentage van de economie:

Profits vs GDP

Bron: St. Louis Federal Reserve, Business Insider

Salarissen uitgedrukt als percentage van de economie:

Wages vs GDP

Bron: St. Louis Federal Reserve, Business Insider

De ‘aandeelhouderswaarde’ is niet de enige oorzaak van de scheefgegroeide Amerikaanse economie.

De rijkste 1 procent van de Amerikanen bezit nu bijna 45 procent van de rijkdom van het land. Het is bijna het hoogste percentage sinds het einde van de 19de eeuw.

De hedendaagse rijken hadden in 2013 een gemiddeld vermogen van 14 miljoen dollar. In dezelfde periode daalde het gemiddelde inkomen van de rest van de Amerikanen tot rond de 80.000 dollar. Hetzelfde niveau als in de jaren 80.

Miljoenen Amerikanen leven onder de armoedegrens terwijl ze fulltime werken voor bedrijven met enorme winsten. De onderste vijftig procent van de Amerikanen bezit zelfs helemaal niets.

De obsessie voor winstmaximalisatie is niet alleen oneerlijk en niet netjes, maar schaadt ook de economie. Waarom? Omdat salarissen en investeringen van het ene bedrijf zorgen voor inkomsten van andere bedrijven.

Het geld komt op dezelfde hoop terecht

Consumenten zijn verantwoordelijk voor zo’n zeventig procent van de totale uitgaven. Dus consumeren laat de economie groeien. De meeste consumenten werken, dus je zou hen ook ‘werknemers’ kunnen noemen. En op de rijkste Amerikanen na, maken de meesten al het geld dat ze verdienen op.

Als zij minder betaald krijgen, kunnen ze minder uitgeven, wat de groei van de economie afremt. Als zij meer betaald krijgen, spenderen ze meer, waardoor de economische groei sneller gaat.

Consumentenuitgaven zijn ook de aanjagers van investeringen door bedrijven. Als consumenten hun geld laten rollen, gaan bedrijven fors investeren om aan hun eisen te voldoen. Als consumenten de hand op de knip houden, blijven ook bedrijven op hun geld zitten – of ze keren uit aan aandeelhouders.

Met toch al lage consumentenbestedingen, verergeren bedrijven het probleem juist door te snijden in investeringen en het verhogen van dividenden en het terugkopen van aandelen.

Geld terug pompen in de economie

Laat het helder zijn: er is niks mis met een manager van een hedgefonds die 500 miljoen dollar per jaar verdient, of een directeur die zegt 10 miljard dollar waard te zijn. Kapitalisme is het beste economische systeem dat we kennen en de drive om winst te maken zorgt ervoor dat het systeem blijft werken.

Het probleem is alleen dat als kapitalisme wordt bedreven zoals vandaag de dag, dat geld voortdurend bij dezelfde plekken – lees mensen – terechtkomt en het daardoor niet terug wordt gepompt in de economie. Miljonairs en miljardairs kunnen niet al hun geld opmaken; het aantal huizen, auto’s en eilanden dat je kunt bezitten houdt een keer op. Uiteindelijk behelzen hun uitgaven slechts een fractie van de totale economie.

Economen wijzen naar diverse factoren die bijdroegen aan de opkomst van grotere winsten en de neergang van salarissen: globalisering, het verschil in opleiding, de tanende invloed van vakbonden en het verlies van goedbetaalde banen in de maakindustrie.

Deze trends zijn echt, maar verhullen de echte oorzaak: bedrijven kiezen ervoor hun winst op korte termijn te maximaliseren door hun werknemers zo min mogelijk te betalen.

Een hoopgevende nieuwe koers

Het is tijd voor een meer gebalanceerde aanpak.

Gelukkig zien we enkele hoopgevende tekenen in de afgelopen jaren. Veel bedrijven, van Walmart tot Apple en van Starbucks tot JPMorgan, gaven hun laagstbetaalde krachten vrijwillig een loonsverhoging. De verhogingen zijn niet heel exorbitant – een werknemer bij Walmart die een jaar lang fulltime werkt kan nog altijd onder de armoedegrens leven – maar zijn een stap in de goede richting.

Sommige bedrijven leggen inmiddels de nadruk op het hebben van een meervoudige missie. Die bestaat uit het creëren van waarde voor consumenten, werknemers en de maatschappij en denken aan aandeelhouders.

De meest hoopgevende ontwikkeling is wellicht de nieuwe koers van de grootste vermogensbeheerder ter wereld, BlackRock, dat van bedrijven verwacht dat ze op meerdere vlakken voor toegevoegde waarde zorgen.

“De maatschappij eist van bedrijven dat ze zich bezighouden met sociaal ondernemerschap”, schreef de CEO van BlackRock, Larry Fink, in een open brief. “Om op de lange termijn te kunnen voortbestaan, moeten bedrijven niet alleen op financieel gebied presteren, maar ook aantonen hoe ze een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Alle stakeholders moeten profiteren, dus aandeelhouders, werknemers, consumenten en de gemeenschappen waarin bedrijven opereren.”

Dat is een gezondere vorm van kapitalisme. Een vorm die ervoor zorgt dat de wereld een betere plek wordt.