Stel je even voor dat Theresa May en haar Conservatieve Partij op 8 juni de vervroegde verkiezingen verliezen. De tegenstanders zullen een wonder nodig hebben voor die uitkomst, maar de vraag doemt niettemin op: kan een volgende regering de Brexit stilleggen?

Ja, is het korte antwoord. Maar tegelijkertijd is het zeer onwaarschijnlijk, alleen al omdat de Labour-partij 21 procentpunt tekortkomt op de zogenoemde ‘Tories’ van May.

De crux rond een annulering van de Brexit zit ‘m in de vage bewoordingen van Artikel 50. Dat EU-artikel stelde May op 29 maart in werking.

Na een periode van twee jaar is het Verenigd Koninkrijk van Brussel af, of er nu een nieuw handelsakkoord ligt of niet. De wet zelf is niet helder of de inwerkingtreding teruggedraaid kan worden, maar er is wel ander juridisch bronmateriaal.

De recentste ‘uitspraak’ is een gelekte resolutie van het Europarlement. Daarin melden de vertegenwoordigers dat Londen voor 29 maart 2019 terug kan krabbelen, mits de andere 27 lidstaten ermee akkoord gaan om de Britten wederom op te nemen in de club. Een Remain-premier zal dus veel overredingskracht moeten tonen richting zijn collega’s op het continent, maar het is niet gezegd dat die daar onwelwillend tegenover staan.

Andere juristen zien dat niet zo snel gebeuren. Zij zien Artikel 50 als ‘onomkeerbaar’. Minister van Justitie Liz Truss zei op televisie dat het ‘voor zover ik begrijp onherroepelijk is’.

Ook het Britse Hooggerechtshof is die mening toegedaan. Dat bleek uit de motivatie toen het hof het Lagerhuis opdroeg om te stemmen over de Brexit. “Eens uitgevaardigd kan het niet worden teruggetrokken”, meent het hof, al was dat overigens puur een aanname over de voortgang van de procedure. Het Hooggerechtshof was niet gevraagd om zich bindend uit te spreken over het specifieke verloop van de Brexit.

Londen mag geen tijd rekken

Aan de andere zijde van Artikel 50 vinden we de onderhandelaars namens de 27 verenigde EU-lidstaten. Zij zien best wel ruimte voor ‘een herroeping’, maar waken ervoor dat de Britten het zouden gebruiken om tijd te rekken of om een uitzonderingspositie binnen de EU te schapen.

In de Brusselse woorden: “Een herroeping moet onderworpen zijn aan de voorwaarden van de EU-27 zodat dit niet gebruikt kan worden als een procedureel gereedschap of misbruikt om de regels van het Britse lidmaatschap te verbeteren.”

De man die Artikel 50 schreef, de Brit Lord Kerr, vindt dat je als regering best van mening kan veranderen tijdens het Brexit-proces. “Iedereen zou chagrijnig zijn omdat er veel tijd verspild is, maar ze zouden je niet kunnen dwingen om te vertrekken.”

Tusk is tegen Brexit

In Brussel weet Kerr de president van de Europese Unie Donald Tusk aan zijn zijde. Die ziet “geen Brexit” als het enige alternatief voor de zogenoemde ‘harde Brexit’. Groot-Brittannië moet volgens hem “de uitkomst van de onderhandelingen zelf afwegen en kijken of een Brexit écht in hun belang is”.

En hoewel een nederlaag van May in juni moeilijk voor te stellen is, zijn exact die verkiezingen ook een teken dat alles zomaar kan veranderen in de Britse politiek. De premier hield lang vol dat ze geen vervroegde verkiezingen zou uitschrijven. En de Schotten stemden vóór een nieuw onafhankelijkheidsreferendum.

Dat in ogenschouw nemend, zou een ‘Remain-regering’ best wel eens een mogelijkheid zijn na 8 juni.

LEES OOK: Zo kunnen Britse bedrijven de Brexit omzeilen: via digitaal burgerschap in Estland