Joe Spolsky blogde al voordat het woord bestond.

Jaren geleden, in 2000, was Spolsky de oprichter en directeur van Fog Creek Software, een startup die zich in eerste instantie richtte op het ontwikkelen van tools voor softwareontwikkelaars.

Hij begon ook met schrijven, over zijn ideeën over het runnen van een bedrijf, hoe het is om te concurreren en te werken bij Microsoft (hij zat in het Excel-team in de jaren 90), en andere interessante onderwerpen voor programmeurs. Dat deed hij op een site genaamd “Joel on Software“.

Sommige van zijn posts trokken een miljoen lezers of meer, vertelt Spolsky aan Business Insider.

Zelfs ruim een decennium later zijn zijn artikelen nog steeds fascinerend en relevant voor iedereen die bij een jong bedrijf werkt. Mijn favoriet, Fire and Motion, gaat over een een les die Spolsky heeft geleerd in het Israëlische leger en hoe hij die heeft toegepast in een startup.

Maar Spolsky doet tegenwoordig veel meer dan bloggen.

In 2008 gebruikten hij en zakenpartner Jeff Atwood de bekendheid van Joel on Software om een vraag- en antwoordsite voor ontwikkelaars op te richten, Stack Overflow, dat al snel bekend werd dankzij de relevantie van de antwoorden op de site (en daardoor kwam het hoog in de Google-zoekresultaten terecht). Ze breidden dat product uit tot het Stack Exchange Network, waaronder soortgelijke sites vielen, evenals de vacaturesite Careers 2.0, waar gebruikers alleen toegang tot krijgen via een uitnodiging.

Dat netwerk heeft inmiddels meer dan 100 miljoen bezoekers per maand, aldus Spolsky. Maar het opmerkelijkste is dat het netwerk totaal vrij is van trollen, haatcomments en ander jammerlijk gedrag waar bijna elke andere grote online community last van heeft, van Reddit en Twitter tot de reacties op elke andere website.

Hoe deed Spolsky dat? Door de geschiedenis in acht te nemen en proberen lessen te trekken uit de fouten van zijn voorgangers. Zoals hij zelf zegt:

“Lang voordat ik Stack Overflow begon, las ik een bericht van Clay Shirky, A Group is its Own Worst Enemy. Hij deed onderzoek naar de eerste online gemeenschappen en ontdekte dat de community prima is wanneer het nog klein is, maar op een gegeven moment komt er een verveelde tiener of de eerste trol. Communities vertonen allemaal dezelfde problemen als ze groter worden. Tot zijn grote ergernis, schreven ze allemaal academische papers en essays over wat er precies fout ging met hun community. Het enige dat deze papers aantoonden was dat het duidelijk was dat ze alle voorgaande papers van lotgenoten niet hadden gelezen. Dus ze deden alsof ze Amerika net hadden ontdekt, terwijl er al dertig andere stukken te vinden waren over datzelfde syndroom.”

Toen Atwood en Spolsky Stack Overflow begonnen, bouwden ze direct al een aantal regels in die moesten voorkomen dat de site kapot zou worden gemaakt door trollen en spammers. Ze ontwikkelden bijvoorbeeld de zogenoemde ‘Penalty Box‘: als een gebruiker slecht gedrag vertoont – zoals de site volspammen met dezelfde vraag, keer op keer, of een hoop klachten ontvangt, of geen niet bereid lijkt zichzelf te verbeteren – verliezen ze het recht om iets te plaatsen op de site. Als ze door blijven gaan, wordt de account verwijderd.

Eerder deze maand nam Fog Creek blogger en online activist Anil Dash aan als CEO, onder meer om het ‘morele kompas’ van Stack Overflow te bewaren.

“Een van de dingen die ik fantastisch vind aan hem is dat hij heel erg toegewijd is aan sociale gerechtigheid binnen software. Hij zit al erg lang in het bestuur van Stack Overflow en Stack Overflow heeft nog nooit een probleem gehad met haatzaaierij”, aldus Spolsky over Dash.

Spolsky blijft CEO van Stack Overflow, dat nu 300 medewerkers telt.

Silicon Valley en het vieze onderwerp ‘moraliteit’

Maar waarom mislukt dit bij zo veel andere online communities?

Spolsky neemt Twitter als voorbeeld, dat zowel het laken als het geld wil houden: aan de ene kant maakt het redactionele keuzes, zoals het goedkeuren van accounts, maar anderzijds doet het alsof het een totaal neutrale dienst is, zoals een telefoonlijn.

Er hebben zich soortgelijke problemen voorgedaan bij andere internetreuzen. Facebook publiceert nepnieuws in hetzelfde lettertype als andere berichten, in verband met een ‘ontwerpkeuze’ die blijkbaar maar éénmaal gemaakt kon worden. Google weigert een antisemitische site te verwijderen, ook al verschijnt die site sinds 2004 boven aan de zoekresultaten wanneer men zoekt op het (Engelse) woord ‘Jew’.

“Misschien vindt Silicon Valley het prettig te geloven in de neutraliteit van technologie, of ze willen gewoon niet over dit soort problemen nadenken, of ze willen niet nadenken over de gevolgen van deze problemen.”

Er is een groeiende culturele terugslag tegen deze amorele Silicon Valley-visie op de wereld. Kara Swisher van Recode schreef onlangs al dat de zorgeloze houding van de techsector tegenover het automatiseren van banen vergelijkbaar is met de gemakzuchtige jongetjes uit Pinokkio, die werden omgetoverd tot ezels. Durfinvesteerder Roger McNamee vroeg zich onlangs al openlijk af tegenover Erin Griffith van Fortune of we binnenkort een grote golf onthullingen over fraudeschandalen bij startups krijgen, net als bij de Amerikaanse startup Theranos.

Het grotere gevaar is dat deze houding de weg vrijmaakt voor nog veel slechtere dingen, zoals organisaties die programmeurs vragen om onethische of illegale dingen uit te voeren, en de banaliteit van de dagelijkse routine waardoor het makkelijk is om ja te zeggen. Waar ligt de grens? Wanneer zegt men stop?

Spolsky:

“Waarom gingen de nazi’s helemaal tot het einde mee met Hitlers plan? Dat was de grote vraag die mensen niet konden begrepen, hoe het hele Duitse volk meedeed. En het schokkende daaraan waren de banale dingen. Er zijn tentoonstellingen in Jad Wasjem (het officiële Israëlische instituut ter nagedachtenis van de holocaust, red.) die de IBM-ponskaarten tonen die werden gebruikt de mensen die de oven ingingen te registreren. Het idee was dat mensen deze dagelijkse, saaie, normale kantoorbaantjes hadden die vergelijkbaar waren met alle andere normale, saaie kantoorbaantjes. Zo begrepen ze niet – of ze begrepen het wel maar ze lieten het toe, omdat ze slechts ponskaarten perforeerden. ”

De techsector houdt ervan om te doen alsof alles dat het doet altijd nieuw is. Elke generatie werpt zichzelf op als de redder van de fouten van de vorige generatie. Maar de geschiedenis heeft waardevolle lessen voor iedereen die bereid is op te letten en te leren.