Dode ganzen bij Schiphol of vergiftigde zwanen bij de afvalverwerking. Als het aan Clear Flight Solutions uit Enschede ligt, is dat binnenkort verleden tijd. Het bedrijf heeft namelijk een grote investeerder gevonden voor zijn unieke vogelverschrikker: de Robird.

Jarenlang werkte Nico Nijenhuis aan een op afstand bestuurbare robotvalk, maar wel eentje met een opvallend doel. De realistisch ogende Robird moet namelijk  vogels gaan verjagen op plaatsen waar zij eigenlijk niet horen te vliegen.

Afgelopen maandag bleek dat het idee ook in het buitenland is opgevallen, want het bedrijf maakte bekend dat het een investering van 1,6 miljoen euro krijgt van de Amerikaanse investeringsmaatschappij Cottonwood Technology Fund.

Business Insider sprak met oprichter Nico Nijenhuis van Clear Flight Solutions.

Waar kwam u op het idee van de ‘robotvogel’? 

“In 2011, toen ik nog op de Universiteit van Twente zat, vroeg een hoogleraar aan mij: wat wil je doen voor je afstuderen? Ik studeerde toegepaste natuurkunde en zei dat ik graag iets experimenteels wilde doen. Hij liet mij toen een eerste prototype van de robotvogel zien en ik was meteen geïnteresseerd. Ik zag gelijk zoveel mogelijkheden dat ik echt vanaf het eerste moment enthousiast was.”

“Ik ben al vanaf jongs af aan gefascineerd door alles wat kan vliegen. En dan met name de extremen daarin: heel snel, heel hoog, heel hard of de enorme capriolen die ze kunnen uithalen. De valk (de Robird is robotvalk red.) is daar natuurlijk een heel goed voorbeeld van. Een mooie samenkomst.”

Hoe werkt de Robird?

“Hij kan in heel veel verschillende situaties dienstbaar zijn. Bij vliegvelden, in de land- en tuinbouwsector, maar ook bijvoorbeeld bij de afvalverwerking waar je niet wilt dat vogels giftige spullen binnenkrijgen. In de basis wordt het apparaat vanaf de grond door iemand bestuurd. Het doel is om op termijn wel gebruik te maken van vogelradars die er in Nederland zijn, zodat vogels zelf zien waar wat zit en of zij moeten ingrijpen. In wezen is de Robird een drone die ervoor moet zorgen waar vogels wel of niet moeten zitten.”

“Laat ik een voorbeeld geven: in een woestijngebied van de Verenigde Staten is onlangs een zonne-energiecentrale gebouwd, maar vooraf is geen gedegen ecologisch onderzoek gedaan. Wat bleek: de centrale ligt midden op de vluchtroute van veel vogels. Het gevolg is dat die vogels zichzelf letterlijk dood vliegen door het licht van de spiegels van de centrale. Onze vogels kunnen als middel dienen om ervoor te zorgen dat dit niet meer gebeurt.”

“In Nederland gelden overigens hele strenge regels voor het bedrijfsmatig gebruiken van drones. Dat geldt helemaal voor risicovolle plekken als vliegvelden.”

Waarom een robotvogel en niet een ouderwetse vogelverschrikker? 

“Iedereen kent wel dat beeld van een vogelverschrikker midden op het veld waar dan een paar vogels op zitten. Het is een statisch middel, het staat stil en doet verder niks. Vogels herkennen dat en reageren er niet meer op. Sterker nog, het is bekend dat een klassieke vogelverschrikker soms juist vogels aantrekt omdat zij op een gegeven moment weten dat daar wel iets lekkers te vinden moet zijn.”

“Het is dan ook heel belangrijk om met zo’n robotvogel het instinct van vogels aan te spreken. Het spreekt voor zich: de meeste vogels houden niet van roofvogels. Daarom zijn onze vogels ook zo echt in hoe ze er uitzien, anders zouden andere vogels zien dat het geen echte dieren zijn. Twee dingen moeten daarvoor zorgen: het silhouet en het bewegen als een roofdier. Hij heeft echt dezelfde slag met de vleugels.”

Een robot is niet echt natuurlijk, maar is het wel diervriendelijk?

“Dat is een terechte vraag. Dierenwelzijnsorganisaties zijn blij met dit soort initiatieven om vogels weg te houden van plaatsen waar zij niet horen te komen. Als er iets misgaat kan dat voor hele grote schade zorgen. Dat wil je dan toch koste wat kost voorkomen.”

En nu een investering van 1,6 miljoen euro door een Amerikaanse investeerder. Hoe belangrijk is dat? 

“Wij zijn hier natuurlijk heel erg blij mee, omdat het echt betekent dat we een aantal stappen sneller kunnen gaan zetten. Met dergelijke financiële middelen kun je plannen veel sneller realiseren. Het helpt ons om hele goede mensen aan te trekken en om meerdere projecten tegelijkertijd uit te voeren, want daarin waren we toch wat beperkt. Daarnaast brengt het fonds een enorm sterk netwerk mee.”

 En hoe zien jullie de toekomst? 

“We zijn nu bezig om in heel Europa partners te zoeken. Ook willen we de vogels in meer marktsegmenten testen, zodat we de eigenschappen beter met elkaar kunnen laten integreren. Ik heb er heel veel vertrouwen in. Je bent natuurlijk nooit klaar het ontwikkelen van zo’n project. Er moet echter ook een moment zijn dat we alle opgedane kennis in de praktijk gaan brengen.”

Maar jullie willen uiteindelijk een winstgevende onderneming worden?

“Natuurlijk, ik denk dat dat de ambitie van elk bedrijf moet zijn om uiteindelijk winstgevend te worden. Wij zijn een servicebedrijf, dus wij bieden diensten aan met onze Robirds (de robots worden niet los verkocht, red.). En dat kunnen we in principe ook internationaal gaan doen. We willen echt een internationaal netwerk van ons bedrijf gaan opzetten, zodat we overal ter wereld onze diensten kunnen gaan leveren.”

“Je hoopt dat natuurlijk altijd snel te kunnen doen, maar het is echt afhankelijk van hoe het pad gaat. Als je tot de conclusie komt dat het gewoon ontzettend goed gaat, kun je nadenken over nog een extra investeringsronde. Maar omdat de groei veel vraagt, zal de winstgevendheid nog wel even op zich laten wachten. Over het algemeen verwachten wij toch wel ergens tussen de 2 á drie jaar winstgevend te zijn.”