Opnieuw heeft de rechter in een individuele zaak rond de verkoop van speculatieve renteproducten aan MKB-bedrijven een bank op de vingers getikt.

Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerde uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, zo meldt Het Financieele Dagblad.

Het gaat om een zaak tussen ING en  jeansondernemer Jan Peters, waarbij de bank aan de ondernemer een zogenoemde renteswap heeft verkocht. Met dit product kon de ondernemer zich indekken tegen rentestijgingen, maar in geval van een rentedaling konden ook verliezen optreden voor de ondernemer.

De crux in deze zaak is dat ING bij de renteswap een kredietfaciliteit verkocht, een zogenoemde ‘allowancefaciliteit’. Hiermee kreeg de ondernemer de mogelijkheid om bij te lenen, mocht de renteswap verliesgevend worden.

Onduidelijke kredietfaciliteit bij renteswap

Vanuit het oogpunt van de bank was deze kredietfaciliteit een extra dekking die in principe alleen ingezet zou hoeven worden, op het moment dat het speculatieve renteproduct voortijdig zou worden beëindigd: dan zou de ondernemer bij een verliesgevende renteswap ook daadwerkelijk moeten afrekenen.

Jeansondernemer Peters kreeg de renteswap plus kredietfaciliteit in 2008 in het kader van een commerciële vastgoedtransactie waarbij hij een lening afsloot bij ING. In de jaren daarna werd de renteswap door dalende rentes verliesgevend. In 2011 verhoogde ING in dit kader de omvang van de kredietfaciliteit tot 1,7 miljoen euro.

Toen Peters in 2012 van zijn vastgoedlening bij ING af wilde omdat een andere bank een betere rente bood, traden grote problemen op: de aan de renteswap gekoppelde ‘allowancefaciliteit’ stelde ING  in staat extra zekerheden te vragen.

Lees ook op Business Insider

Het gerechtshof Amsterdam heeft in het daarop volgende juridische gevecht tussen ING en de ondernemer geoordeeld dat de bank de werking van de allowance-faciliteit niet duidelijk heeft uitgelegd.

Rechter eist ontbinding overeenkomst

De bank moet de overeenkomst ongedaan maken en proberen te schikken met de ondernemer, zo citeert het FD de uitspraak. Wat hierbij meespeelt is dat Peters door ING als ‘niet-professionele’ partij was gekwalificeerd, maar dat de bank niet goed heeft getoetst of hij snapte wat de bank hem verkocht.

ING geeft geen commentaar, maar bestudeert de uitspraak, aldus het FD.

De zaak van ING is niet de eerste in de affaire rond de renteswaps. Afgelopen juli oordeelde de rechtbank in Den Bosch dat Rabobank circa 1 miljoen euro moet terugbetalen aan een zakelijke klant, nadat die door de bank werd gedupeerd door een dergelijk product.

ING, Rabobank en ABN Amro hebben de afgelopen jaren zo’n 17 duizend renteproducten aan niet-financiële klanten verkocht. Claimclubs zinnen op massale schadevergoeding die in de miljarden kan lopen. Punt is echter dat, net als bij het woekerpolisdossier, er wel individuele uitspraken van rechters zijn, maar dat er nog geen basis ligt voor een generieke schadevergoedingsregeling.

Lees ook

Dubieuze renteproducten worden echt hoofdpijndossier voor banken

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl