Vliegtickets en hogere voedingsprijzen zijn dit keer de boosdoeners. De gemiddelde prijsstijging is hierdoor in juni uitgekomen op 2,7 procent. Daarmee doet de inflatie spaarders weer flink pijn.

Consumentengoederen en -diensten waren in juni 2,7 procent duurder dan een jaar eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In mei betaalde de consument 2,4 procent meer dan vorig jaar.

Dit kwam vooral door de prijsontwikkeling van vliegtickets, aldus het statistiekbureau. Rond feestdagen en in vakanties zijn de prijzen van deze diensten hoger. Dit jaar viel Pinksteren in juni en vorig jaar in mei.

Voeding had ook een verhogend effect. Afgelopen maand waren de voedingsprijzen 4,8 procent hoger dan een jaar eerder. Dit is de grootste jaar-op-jaarstijging in meer dan 10 jaar tijd, zo weet het CBS. Groenten hadden een groot effect op deze ontwikkeling met een duidelijke prijsstijging.

De hoogste variabele spaarrente ligt intussen op 0,25 procent en zelfs als je spaargeld 20 jaar vastzet krijg je maximaal 1,45 procent rente. Te weinig om de koopkracht van je spaargeld op peil te houden.

Veel variabele spaarrentes liggen nog een stuk lager. Voor basisrekeningen op internet zitten grootbanken ING, ABN Amro en Rabobank bijvoorbeeld allemaal op een variabele spaarrente van 0,03 procent. Triodos biedt zelfs helemaal geen rente op de internetspaarrekening van de bank.

Belasting op spaargeld in box 3

Naast de inflatie moet je als spaarder ook rekening houden met de belasting op vermogen in box 3. Het startpunt voor spaargeld en beleggingen die in box 3 worden belast, is een vrijstelling van 30.360 euro per persoon in 2019.

Lees ook op Business Insider

Vervolgens betaal je over het vermogen tot iets meer dan 100.000 euro (een bedrag van bijna  70.000 euro dat boven de vrijstelling van 30.360 euro uitkomt) effectief 0,58 procent belasting; over het bedrag tussen de ruim 100.000 euro en ruim 1 miljoen euro is de effectieve heffing 1,34 procent; boven de (ruim) 1 miljoen euro wordt de heffing 1,68 procent.

Om vermogen dat onder de heffing in box 3 valt waardevast te houden, is bij een spaarvermogen tot ruim een ton een rendement van minimaal 3,3 procent nodig (optelsom van de inflatie van 2,7 procent in juni 2019 en de vermogensbelasting). Dat is voor spaarders niet te doen.

Lees meer over geldzaken: