De zomer van 2019 stond in het teken van ongekend snelle dalingen van de hypotheekrente. En het einde is wellicht nog niet in zicht. Als je verwacht dat hypotheekrentes nog verder dalen, kun je ervoor kiezen tijdelijk een variabele hypotheekrente te nemen. Maar daar zitten wel de nodige haken en ogen aan.

De daling van rentes op financiële markten deze zomer heeft vooral invloed gehad op de langere rentevaste perioden op de hypotheekmarkt. Dat is goed te zien in onderstaande grafiek van De Hypotheekshop.

lange hypotheekrente daalt

Opvallend hierbij is dat de gemiddelde rente voor 5 en 10 jaar vast inmiddels lager is dan de gemiddelde variabele hypotheekrente. Dit geldt zowel voor hypotheken mét als zonder NHG-garantie.

In de onderstaande grafiek is te zien dat de gemiddelde hypotheekrente voor 10 jaar vast mét NHG-verzekering is gedaald tot 1,52 procent, terwijl de gemiddelde variabele hypotheekrente op 1,6 procent ligt.

hypotheekrente variabel 10 jaar vast

Toch kan het voor huiseigenaren die een nieuwe rentevaste periode moeten kiezen, een optie zijn om tijdelijk voor een variabele hypotheekrente te kiezen. Als de vaste rentes inderdaad verder dalen, kun je de hypotheekrente later alsnog voor langere tijd vast te zetten.

Lees ook op Business Insider

In de nieuwsbrief van deze week legt financieel intermediair Van Bruggen Adviesgroep uit dat er wel wat mitsen en maren zijn.

Zo moet je bedenken dat bij een variabele hypotheekrente gerekend wordt met een zogenoemde ‘toetsrente’ van 5 procent om de maximale hypotheek te bepalen. Die toetsrente ligt voorzichtigheidshalve veel hoger dan de feitelijke variabele hypotheekrente, zodat je maximale hypotheek een stuk lager uitvalt.

Ook moet je de ontwikkelingen en de hypotheekrentes goed in de gaten houden om het moment waarop het verstandiger is je rente vast te zetten, niet te missen. Verder is de keuze qua geldverstrekkers beperkt, want niet elke hypotheekverstrekker biedt een variabele rente aan.

Variabele hypotheekrente: hoeveel kun je lenen?

Van Bruggen geeft het volgende rekenvoorbeeld om te laten zien hoe de toetsrente je leencapaciteit kan beperken. Een stel waarbij de ene partner 35.000 euro per jaar verdient en de andere 20.000 euro kan, als je rekent met een hypotheekrente van 1,62 procent, ongeveer 261.000 euro lenen. Maar ga je uit van de toetsrente van 5 procent, dan kan er nog maar 226.000 euro worden geleend. Een aanzienlijk verschil.

Als dit fictieve stel de rente voor bijvoorbeeld 20 jaar vastzet, krijgen ze een rente van 2 procent en kunnen ze maximaal 248.000 euro lenen, dus 22.000 euro méér dan bij de keuze voor een variabele rente waarbij gerekend wordt met 5 procent toetsrente.

Volgens de wet moet er voor rentevaste perioden van korter dan 10 jaar altijd worden gerekend met een vaste toetsrente. Dat tarief staat ondanks de historisch lage hypotheekrentes al jaren op 5 procent. Dit is een van de redenen dat variabele hypotheekrentes minder in trek zijn.

Momenteel kiest het overgrote deel van de huiseigenaren ervoor de hypotheekrente voor langere tijd vast te zetten.

Uit data van de aanbieder van hypotheeksoftware HDN blijkt dat de rentevaste periode van 20 jaar afgelopen week goed was voor een aandeel van 39 procent bij de hypotheekaanvragen. De rentevaste periode van 10 jaar had een aandeel van 38 procent. Op de derde plaats kwam 30 jaar vast met een aandeel van 10 procent.

Lees meer over hypotheken: