Spaarrentes zitten veelal dicht tegen het nulpunt aan, maar ook hypotheekrentes zijn de afgelopen maanden fors gedaald. Dit betekent dat het verschil tussen de gemiddelde spaarrente en de gemiddelde hypotheekrente kleiner wordt. Heeft het dan nog zin om spaargeld in te zetten voor extra aflossing op je hypotheek?

Kijk je een jaar terug, dan is de gemiddelde hypotheekrente voor 10 jaar vast met ruim 0,6 procentpunt gedaald en die voor 20 jaar vast met liefst 0,8 procentpunt.

De hoogste variabele spaarrente is daarentegen slechts 0,15 procentpunt gedaald tot 0,2 procent. En de hoogste spaarrente voor 10 jaar vast is met 0,25 procentpunt gezakt tot 1,35 procent. Dat is te zien in onderstaande grafiek.

Bij de spaarrentes moet worden opgemerkt dat veel geldverstrekkers voor vrij opneembare rekeningen inmiddels rentes bieden die dicht tegen het nulpunt aanzitten.

Zo biedt Triodos Bank al sinds 2017 nul procent rente voor internetsparen. ABN Amro zit op 0,01 procent, terwijl ING en Rabobank 0,02 procent bieden voor basisrekeningen op internet.

Hypotheek aflossen met spaargeld

Om de afweging te kunnen maken hoe aantrekkelijk het is om spaargeld in te zetten voor aflossing van de hypotheek, moet je een aantal zaken in de gaten houden. Zo geldt voor veel huiseigenaren dat ze voordeel hebben van de hypotheekrenteaftrek. Daardoor is de netto betaalde rente lager dan de hypotheekrente die je aan de bank afdraagt.

Voor huiseigenaren is ook de woz-waarde van de woning relevant. Het fiscaal aftrekbare bedrag in box 1 van de inkomstenbelasting bestaat namelijk uit het eigenwoningforfait (een percentage van doorgaans 0,65 procent van de woz-waarde dat je bij je inkomen moet optellen) en de betaalde hypotheekrente (die je in mindering mag brengen op je belastbare inkomen). Het saldo van deze twee is het aftrekbare bedrag.

Lees ook op Business Insider

Voor de opbrengst van spaargeld is van belang of vermogen onder de drempel van 30.360 euro in box 3 valt. Dat bedrag is vrijgesteld van de vermogensbelasting in box 3.

Bij vermogen dat boven de belastingvrije drempel uitkomt, betaal je tot een ton een effectieve belasting van 0,58 procent; voor het vermogen tussen de circa 100.000 euro en 1 miljoen euro bedraagt de effectieve belasting 1,34 procent in 2019.

Hypotheekrente: let op fiscaal voordeel

Om een idee te geven hoe aantrekkelijk het is om extra af te lossen op je hypotheek met spaargeld hebben we een voorbeeld gemaakt. We gaan hierbij uit van een wat hoger inkomen van 90.000 euro (voor tweeverdieners), waarbij de hypotheekrente aftrekbaar is tegen 49 procent in de hoogste belastingschijf. Er is een hypotheek van 400.000 euro voor een huis met een woz-waarde van 500.000 euro.

Stel dat je in deze situatie 40.000 euro aan spaargeld wil inzetten voor extra aflossing van de hypotheek. Dan gaat het dus om 10 procent van de totale hypotheek en dat is in veel gevallen een bedrag dat je jaarlijks boetevrij mag aflossen.

Met behulp van de site berekenhet.nl hebben we op een rij gezet wat de netto maandlast is van 40.000 euro hypotheek (dus inclusief de hypotheekrenteaftrek), als je een hypotheekrente van respectievelijk 1 procent, 2 procent, 3 procent of 4 procent hebt. Dit is gedaan voor een annuïteitenhypotheek, waarbij de maandlast bestaat uit hypotheekrente en een stukje aflossing, én voor een aflossingsvrije hypotheek. In het tweede geval bestaat de maandlast alleen uit betaalde hypotheekrente.

Het overzicht is te zien in de onderstaande tabel. De netto maandlast is het laagst bij een aflossingsvrije hypotheek met een bruto rente van 1 procent, te weten 30 euro. En bij een annuïteitenhypotheek met een rente van 4 procent is de netto maandlast het hoogst, te weten 144 euro.

Sparen: belasting in box 3

Hoe verhoudt dit zich tot de spaarrente? In de onderstaande tabel kijken we naar de netto maandopbrengst van 40.000 euro spaargeld. Hierbij nemen we een variabele rente van 0,2 procent en een vaste rente van 1 procent.

Vervolgens kijken we wat je overhoudt als van de 40.000 euro spaargeld een bedrag van 30.360 euro belastingvrij is; en daarnaast nemen we de situatie waarbij de 40.000 euro spaargeld volledig wordt belast in box 3 met een effectieve heffing van 0,58 procent.

Te zien is dat je bij een variabele spaarrente van 0,2 procent flink last krijgt van de vermogensbelasting van 0,58 procent. Als je gebruik kunt maken van de belastingvrije drempel, valt er nog een kleine 10.000 euro onder de vermogensrendementsheffing. Netto houd je dan 2 euro per maand over.

Valt het volledige bedrag onder vermogensrendementsheffing, dan wordt de spaarrente van 0,2 procent door de belastingheffing feitelijk negatief. Je verliest dan 12,70 euro per maand.

Bij een spaarrente van 1 procent houd je iets meer over.

Als je de spaaropbrengst vergelijkt met de netto hypotheeklasten, dan is de spaaropbrengst in het gunstigste geval (28,70 euro netto per maand) nog altijd minder dan de netto hypotheeklast bij een aflossingsvrije hypotheek met 1 procent rente (30 euro).

Het lijkt er dus op dat het nog steeds loont om spaargeld in te zetten voor extra aflossing van de hypotheek. Al is het wel belangrijk om dit voor je eigen situatie goed na te rekenen.

Lees meer over de hypotheekrente en sparen: