Webomzet telt mee voor de aanvraag voor huurkorting vanwege de coronacrisis aldus de rechter en daardoor krijgen winkeliers mogelijk minder korting dan waarop ze hadden gehoopt

Tijdens de pandemie is de online omzet van veel retailers juist sterk gestegen.

De online omzet is volgens de retailbranche echter niet toe te schrijven aan het gehuurde pand.

Winkeliers moeten waarschijnlijk ook de inkomsten van hun webwinkel meenemen in hun aanvraag voor huurkorting vanwege de coronacrisis. Dat blijkt een onlangs gepubliceerde tussenuitspraak van de Rotterdamse kantonrechter waar het FD over bericht.

Omdat veel retailers juist meer online hebben verkocht tijdens de pandemie, krijgen ze minder aftrek dan waar ze in eerste instantie op hadden gehoopt.

Scotch & Soda had een zaak aangespannen tegen vastgoedbelegger Aat van Herk omdat de kledingketen tienduizenden euro’s aan betaalde huur terug wil. Hierbij zijn de inkomsten van de webwinkel niet meegenomen en dat is volgens de rechter onterecht.

Het is nog niet duidelijk op hoeveel huurkorting Scotch & Soda dan wel recht heeft.

Lees ook op Business Insider

Volgens huurrechtadvocaten die niet bij de zaak betrokken waren kan deze uitspraak grote gevolgen hebben voor andere winkelketens en huurbazen, schrijft de krant. Scotch & Soda en Van Herk Groep willen niet reageren op vragen van het FD.

‘Twee verschillende verkoopkanalen’

Volgens winkelierskoepel Inretail is de online omzet niet toe te rekenen aan het gehuurde pand. “Het zijn twee verschillende verkoopkanalen. Je komt op glad ijs als je dat wel doet”, vertelt directeur belangen en beleid Jeroen van Dijken tegen de krant.

Al sinds het begin van de coronacrisis twisten huurders en vastgoedeigenaren over de huurkorting. Vaak zijn afspraken gemaakt over uitstel van huurbetaling of huurkorting maar dit leverde ook tientallen conflicten op.

De Hoge Raad komt waarschijnlijk later dit jaar met kaders over huurkorting tijdens de pandemie.

LEES OOK: Toch huurkorting voor bedrijven in de coronacrisis want rechters zien dit als ‘onvoorziene omstandigheid’ – dat gebeurde ook na de Tweede Wereldoorlog