De ministers in het kabinet van Theresa May vliegen elkaar over en weer in de haren. Het werpt een schaduw over de Brexit-onderhandelingen, die net begonnen zijn. En uiteraard is diezelfde Brexit ook het voornaamste twistpunt.

Het recentste akkefietje was eigenlijk niet eens ernstig. Hoofdrolspelers in deze klucht zijn minister van Financiën Philip Hammond, Brexit-minister David Davis en minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson. Stuk voor stuk zijn deze drie heren getipt als opvolgers voor May, mocht de wankele en impopulaire premier ten val komen.

Vooral Hammond en Davis zijn het niet met elkaar eens. Neem de overgangsperiode die moet ingaan op het moment dat de Britten de EU werkelijk verlaten – in maar 2019 dus. In die tijd zouden sommige Britse instituties toch verbonden zijn met hun EU-equivalenten om te voorkomen dat het land in een economisch ravijn stort. Zo zouden de Britten ook meer tijd krijgen om specifieke verdragen verder uit te werken.

Hoelang mag de overgangsperiode zijn?

Hammond zei vorige week dat hij een overgangsperiode van vier jaar voor zich ziet. Dat is echter wel één jaar meer dan wat de EU in haar reglementen rond Artikel 50 heeft opgenomen.

Maar Brussel mengt zich niet in dit gevecht. Nee, het vuur kwam vanuit het eigen kamp. Op maandag meldde Davis dat een overgangsperiode maximaal twee jaar kan duren. De Brexit-minister ging zelfs zover dat hij Hammond beschuldigde van inconsistente opmerkingen:

“Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. De minister van Financiën zei een paar dingen die niet helemaal kloppen met elkaar. Een van de belangrijkste dingen die hij zei, was dat het klaar moet zijn vóór de volgende verkiezingen [die zouden op z’n laatst in 2022 plaatsvinden, red.]. Dus na 2019 is dat een maximum van drie jaar.”

Het tweetal werkt veel samen en vergadert wekelijks over een Brexit die ondernemers en bedrijven geen pijn doet. Maar deze publiekelijke meningsverschillen tonen aan dat May de verschillende meningen binnen haar team van topbestuurders niet binnenskamers kan houden.

De taart van Boris Johnson

Hammond, die op het Brexit-dossier ‘gematigd’ is, deelde deze week ook een subtiele tik uit aan Boris Johnson, de excentrieke oud-burgemeester van Londen en nu minister van Buitenlandse Zaken. Johnson en Davis steunden beiden het Leave-kamp. In Berlijn zei Hammond maandag:

“Een compromis is de kunst om een taart te verdelen op een manier zodat iedereen gelooft dat hij het grootste stuk heeft bemachtigd.”

Dit lijkt een steek onder water aan Johnson, die na het Brexit-referendum al voor zich zag hoe Groot-Brittannië aan zou schuiven ‘to have our cake and eat it too‘, wat losjes vertaalt neerkomt op een combinatie van ‘alles krijgen wat je hartje begeert’ en ‘spekkoper zijn’.

Theresa May and her Cabinet

Foto: WPA Pool / Getty

Deze laatste ronde van intern conflict lijkt een symptoom te worden van May’s problemen sinds ze na de verkiezingen van begin juni niet langer een meerderheid heeft in het Britse Lagerhuis. Een absolute meerderheid zou haar de gelegenheid gegeven hebben om haar autoriteit in het kabinet te doen gelden en mogelijk zelfs ministers te ontslaan die niet pasten in haar team.

May deed zelf weinig om de gemoederen te sussen en ontkende geruchten dat ze Hammond wilde ontslaan niet.

De minister van Financiën voelt met de verkiezingsuitslag in de achterzak een mogelijkheid om aan te sturen op een soepelere, zachtere Brexit. Daarmee staat hij tegenover Davis, Johnson en Handelsminister Liam Fox die een harde scheiding wensen.