De regering van president Trump heeft vrijdag enkele voornemens voor het internationale handelsbeleid gepubliceerd op de website van het Witte Huis.

De regering wil opnieuw gaan kijken naar internationale handelsovereenkomsten, waaronder NAFTA (Mexico en Canada) en het Trans-Pacific Partnership. Doel is om een handelsbeleid te voeren dat goed voor het volk is en dat “Amerika op de eerste plaats zet”.

“…arbeiders in steden en dorpen hebben fabrieken de deuren zien sluiten, terwijl goed betaalde banen naar het buitenland verdwenen. Tegelijk zien Amerikanen dat het handelstekort stijgt en de industriële basis wordt uitgehold”, aldus de verklaring. “Met strenge en eerlijke overeenkomsten kan internationale handel worden ingezet om onze economie te laten groeien, miljoenen banen terug te halen naar de Verenigde Staten en in verval geraakte gemeenschappen te revitaliseren.”

“Dit beleid begint met een terugtrekking uit het Trans-Pacific Partnership. Ook moet zeker worden gesteld dat elke nieuwe handelsdeal in het belang is van Amerikaanse arbeiders”, aldus de verklaring. “President Trump wil heronderhandelen over NAFTA. Als onze partners weigeren om Amerikaanse arbeiders een eerlijke deal te geven, dan zal de president duidelijk maken dat de Verenigde Staten zich willen terugtrekken uit NAFTA.”

De regering zegt ook “hard op te treden tegen landen die handelsovereenkomsten overtreden en Amerikaanse arbeiders benadelen”.

Beoogd staatssecratris voor handel Wilbur Ross zei woensdag tijdens een hoorzitting dat NAFTA snel prioriteit zal krijgen voor zijn ministerie. Hij kwalificeerde zichzelf als “pro-handel”, maar alleen zolang het “verstandige handel” is.

Protectionisme is populairder geworden, omdat Amerikaanse werknemers bezorgd zijn over het verlies van banen aan andere landen. Trump heeft het debat over vrije handel tot een speerpunt van zijn verkiezingscampagne gemaakt. Hij bekritiseerde China, Mexico en Japan. Hij sprak zich uit voor het opzeggen van handelsovereenkomsten. NAFTA was volgens Trump “de slechtste handelsovereenkomst in de geschiedenis van het land”. Hij noemde het Trans-Pacific Partnership, of TPP, “een verkrachting van ons land“.

Lees ook op Business Insider

Donald Trump

Foto: President Donald Trump legt d eed af, terwijl zijn vrouw Melania Trump de bijbel vasthoudt en zoon Barron Trump toekijkt, op 20 januari 2017 in Washington, DC. Chip Somodevilla/Getty Images

Ongeveer 89 procent van de Amerikanen denkt dat banen die naar China zijn verdwenen, een serieus of zeer serieus probleem hebben gecreëerd, aldus een peiling van Pew Research die eerder werd geciteerd door analisten van Bank of America Merrill Lynch. Slechts 46 procent van de Amerikanen denkt dat NAFTA goed was voor de economie.

Voor die zorgen is wel enig empirisch bewijs. Onlangs publiceerden arbeidseconomen David Autor, David Dorn en Gordon Hanson een artikel waarin werd gesteld dat de groei van de handel met China problemen heeft geschapen voor Amerikaanse werknemers.

Hieronder een citaat uit het artikel (vetgedrukte passages, BI):

“De opkomst van China als economische macht heeft een fenomenale verschuiving in het patroon van de wereldhandel opgeleverd. Tegelijk zijn conventionele opvattingen over hoe arbeidsmarkten op handelsschokken reageren, ter discussie komen te staan. Naast de voordelen van méér handel voor consumenten, zijn er ook substantiële aanpassingskosten en vraagstukken over de verdeling van de welvaart. Het aanpassingsvermogen van plaatselijke arbeidsmarkten is opvallend traag. Lonen en de arbeidsparticipatie zijn laag gebleven en de werkloosheid hoog, gedurende minstens tien jaar na de aanvang van de Chinese handelsexpansie. Werknemers die hierdoor getroffen zijn, zien een terugval van hun lange-termijninkomen. Op nationaal niveau is de werkgelegenheid gedaald in Amerikaanse sectoren die gevoelig zijn voor concurrentie van importproducten. Dat was te verwachten. Maar de tegenhanger, namelijk hogere werkgelegenheid in andere industrieën, moet nog zichtbaar worden.”

Handel is echter niet de enige factor die de Amerikaanse werkgelegenheid heeft beïnvloed. Robotisering is ook van belang.

In een recent rapport heeft Andrew Hunter van adviesbureau Capital Economics een grafiek toegevoegd waarin de industriële productie (paarse lijn) wordt afgezet tegen de werkgelegenheid in de industrie (zwarte lijn).

De werkgelegenheid in de industrie daalt licht sinds het midden van de jargen tachtig. Die daling versnelt rond 2001, het moment waarop China toetreedt tot de Wereldhandelsorganisatie. Tegelijk neemt de industriële productie vanaf het midden van de jaren 80 gestaag toe. Momenteel ligt de productie weer in de buurt van het niveau van vóór de crisis van 2008.

Anders gezegd: bedrijven zijn door de bank genomen in staat geweest om de productie te verhogen met minder werknemers. Dat is op z’n minst deels het gevolg van automatisering.

Screen Shot 2017 01 20 at 12.46.00 PM

Foto: Capital Economics

“Veel bedrijfstakken waar banen verloren zijn gegaan in de afgelopen vijftien jaar, hebben ook flink last gehad van Chinese concurrentie. Maar de Amerikaanse industrie heeft ook een sterke productiviteitsgroei gekend. De meeste banen zijn verloren gegaan in de elektronica- en computerindustrie. Juist daar is de productiviteit het hardst gegroeid”, schrijft  Hunter.

Over de toekomst zegt analist Hunter het volgende:

“Er zijn 5 miljoen industriële banen verloren gegaan sinds 2001. Het terughalen van zoveel banen zal lastig zijn. Als Trump protectionistische maatregelen specifiek tegen China instelt, zullen Amerikaanse bedrijven goedkope toeleveranciers in andere landen inschakelen. Alleen met een vergaande handelsoorlog kan iets gedaan worden aan het feit dat er méér goederen worden geïmporteerd dan er worden uitgevoerd. Daarbij komt dat banen die verloren zijn gegaan als gevolg van automatisering, sowieso niet teruggehaald kunnen worden. Dus zelfs als Trump zijn dreigementen zou waarmaken met protectionistisch beleid en het handelstekort zou verkleinen, dan nog is het onwaarschijnlijk dat de werkgelegenheid in de industrie terugkeert naar het niveau van vóór 2001. Daar komt bij dat het soort importtarief waar Trump het op Twitter over had, zo’n schade zou toebrengen aan Amerikaanse bedrijven die productie naar het buitenland hebben verplaatst, dat de negatieve gevolgen vele malen groter zouden zijn dan welke verbetering van de binnenlandse werkgelegenheid ook”.

“Politiek gezien is het wel begrijpelijk om de aandacht te vestigen op internationale handel”, zei analist Alexander Kazan van Eurasia Group eerder in een video van de Eurasia Group Foundation.”Dat is effectief, aangezien je een ‘ander’ aanwijst, een concurrent of vijand. Daar kunnen mensen zich iets bij voorstellen. Als je het over technologie hebt, klinkt dat veel minder tastbaar. Dan klinkt het of iedereen verliest.”