Sinds de film The Big Short uitkwam in 2015, geniet hedgefondsmanager Steve Eisman wereldwijd bekendheid als de man die op tijd zag dat de Amerikaanse huizenmarkt zou instorten door de kredietcrisis van 2008.

Eisman voorziet momenteel geen wereldwijde financiële crash, maar heeft wel een paar kritische noten te kraken. Volgen zakenkrant The Wall Street Journal zei Eisman, maandag op een congres in Hongkong, dat het hem nog altijd niet duidelijk wat het nut is van cryptomunten: “Ik zie niet in wat voor doel ze dienen”, zei Eisman. “Welke waarde voegen cryptomunten toe? Niemand heeft me dat nog kunnen uitleggen.”

De hedgefondsmanager  zei ook dat Deutsche Bank een probleembank is die “dramatisch moet inkrimpen”. Tegenover Bloomberg TV  lichtte Eisman dit toe: “Deutsche Bank heeft een enorm probleem met de winstgevendheid. Ze hebben al heel lang onvoldoende geïnvesteerd in technologie. Waarschijnlijk zijn de financiële buffers niet op orde. Ik denk dat ze komende jaar kapitaalversterking nodig hebben.”

Afgelopen februari meldde Deutsche Bank een jaarverlies over 2017 van 497 miljoen euro. Daarmee schrijft de grootbank voor het derde jaar op rij rode cijfers. John Cryan vertrok afgelopen april als topman. Zijn opvolger Christian Sewing heeft aangegeven de zakelijke activiteiten in de VS fors de gaan terugschroeven. Dat zal gepaard gaan met een reductie van banen.

Eisman fungeerde als belangrijkste personage in de film The Big Short, die gebaseerd is op het non-fictieboek van auteur Michael Lewis over de kredietcrisis van 2008.  Acteur Steve Carell speelde Eisman in de film.

Eisman is tegenwoordig vermogensbeheerder bij Neuberger Berman Group. Hij zei tegen Bloomberg TV dat “financiële toezichthouders in de Verenigde Staten het uitstekend hebben gedaan in de nasleep van de kredietcrisis”. Structurele problemen in de financiële sector zijn aangepakt.

Over Europa zegt Eiseman dat het “beter gaat, maar nog niet goed genoeg”.

LEES OOK Deze grafiek laat zien dat de fiscus ongeveer een derde van het brutoloon afroomt in Nederland – alleen Duitsland zit duidelijk hoger