In 2020 moet 14 procent van de verbruikte energie in Nederland afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen. Om dat doel te halen, wil minister Henk Kamp van Economische Zaken dat kolencentrales bijstoken met biomassa. Maar is dat wel een duurzame oplossing?

Nederland heeft een radicale omslag nodig om de eigen klimaatdoelen voor 2020 te halen. Daar lijkt vooralsnog geen sprake van, hooguit van een voorzichtige beweging de goede kant op. Dat beeld komt naar voren uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het goede nieuws is dat aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix vorig jaar is gestegen. Tegenvaller is dat de toename slechts 0,3 procentpunt betrof. Net geen 6 procent van het totale energieverbruik in Nederland was vorig jaar afkomstig van wind, waterkracht, zon en biomassa. Daarmee is het kabinet ver verwijderd van de eigen doelstellingen.

In 2009 hebben de lidstaten van de Europese Unie bindende afspraken gemaakt, op basis van gegevens van 2005. Nederland heeft zich tot doel gesteld dat in 2020 14 procent van de verbruikte energie afkomstig is van hernieuwbare bronnen. In 2023 moet dat 16 procent zijn.

Die doelen werden bekrachtigd met het Energieakkoord in 2013, waarbij het kabinet afspraken maakte met vakbonden, werkgevers en milieubewegingen over energiebesparing en schonere energie.

Er was meteen kritiek op de plannen: ze zouden niet genoeg zoden aan de dijk zetten. Uit ramingen in de Nationale Energieverkenning vorig jaar bleek dat de doelen voor energiebesparing en het aandeel duurzame energie voor 2020 bij lange na niet worden gehaald. De Algemene Rekenkamer waarschuwde eerder ook al dat de doelen voor duurzame energie onhaalbaar zijn als er niet snel nieuwe maatregelen worden genomen.

“Van begin af aan was al duidelijk dat het Energieakkoord niet ambitieus genoeg was om de doelen ook daadwerkelijk te halen”, zegt D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven donderdag in een reactie. “Met beperkte maatregelen in het Energieakkoord, krijg je ook beperkte resultaten.”

Lees ook op Business Insider

Kamp vol vertrouwen

Minister Henk Kamp van Economische Zaken blijft geloven in de afspraken die nu op tafel liggen. “Ik sta voor het halen van de doelen van het Energieakkoord en zal daarvoor blijven doen wat nodig is”, zo gaf hij donderdag aan.

De minister zet daarbij zijn kaarten (en euro’s) op de bijstook van biomassa in kolencentrales, zoals is afgesproken in het akkoord. Daarvoor wil hij de komende jaren 3 miljard euro aan subsidie beschikbaar stellen. Bijstook met biomassa is volgens Kamp de enige realistische manier om de doelstellingen voor 2020 te halen.

De Tweede Kamer is echter kritisch op deze aanpak. Kolencentrales stoten veel CO2 uit en moeten daarom op termijn dicht. Dat past ook in de lijn van het klimaatvonnis van vorig jaar, waarin de rechter bepaalde dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2020 met 25 procent moet zijn verminderd vergeleken met 1990.

Een ruime meerderheid in de Kamer wil dat Kamp eerst met een plan komt voor de sluiting van vervuilende kolencentrales, voordat hij miljardensubsidies uitdeelt aan energiebedrijven. Het kabinet neemt daarover eind dit jaar een besluit.

Kritiek op bijstook biomassa

Kamp zit klem, zo lijkt het. De zekerste manier om de klimaatdoelen te halen wordt tegengewerkt door de Tweede Kamer. Maar ook buiten het Binnenhof klinkt er kritiek op de plannen van het kabinet, met name van milieuorganisaties als Greenpeace en Milieudefensie.

De biomassa voor de bijstook bestaat in de regel uit houtsnippers. Omdat Nederland over onvoldoende biomassa beschikt om aan de vraag van kolencentrales te voldoen, wordt het hout geïmporteerd, vooral uit Noord-Amerika. Dat transport leidt tot extra CO2-uitstoot.

Daarnaast komt de CO2 die de bomen gedurende hun leven hebben opgenomen vrij bij verbranding. “Dat produceert veel broeikasgas, want hout produceert minstens evenveel CO2 als steenkool”, aldus de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen vorig jaar in een visiedocument (pdf).

Nieuw geplante bomen kunnen deze CO2 opnemen, maar ook als voor elke gerooide boom een nieuwe wordt aangeplant duurt het 20 tot 100 jaar tot de uitgestoten CO2 weer is vastgelegd. “Meestook van hout leidt niet tot innovatie en de bijdrage aan de vermindering van CO2-uitstoot is onzeker. Het is geen effectieve manier om de uitstoot van broeikasgas te verlagen.”

Bijstook met houtsnippers is dus minder duurzaam dan het lijkt. En daarmee is de truc van Kamp om de energiedoelen te halen enigszins dubieus.

Alternatieven

Zijn er dan geen alternatieven? Jawel, zegt onafhankelijk adviesbureau CE Delft. Uit onderzoek dat in opdracht van Natuur & Milieu en Eneco is gedaan komt een duurzame optie naar voren die 600 miljoen euro aan subsidie bespaart en drie keer zoveel banen oplevert.

Het pakket bestaat uit vier verschillende hernieuwbare energieopties, waarin de helft van de benodigde 25 petajoule aan duurzame energie wordt gerealiseerd door verduurzaming van de elektriciteitsmarkt en de andere helft in de warmtemarkt. Het pakket bestaat uit een extra windpark van 700 megawatt, aangevuld met 0,6 gigawatt zonne-energie, extra biostroom bij bedrijven en extra inzet van biomassa voor stadsverwarming.

Kamp was er snel bij om het onderzoek naar de prullenmand te verwijzen. De kosten van een extra windmolenpark (400 miljoen euro) zouden niet zijn meegerekend. Medy van der Laan, voorzitter van branchevereniging Energie-Nederland, zei dat het lastig zal zijn de vergunningen voor een windpark voor 2020 rond te krijgen. “De ervaring is dat er eerder meer dan minder tijd nodig is om vergunningen voor windenergie op zee te realiseren.”

Gebrek aan ambitie

Dat legt meteen de vinger op de zere plek van het Energieakkoord. Met bijstook met biomassa heeft het kabinet gekozen voor de weg van de minste weerstand om de energiedoelen te halen. Logisch dat er een compromis uitrolt, als het kabinet partijen met uiteenlopende belangen (vakbonden, werkgevers en milieubewegingen) op een lijn probeert te krijgen.

Maar door het gebrek aan ambitie destijds blijft een kantelpunt uit: de omschakeling naar het gebruik van duurzame energiebronnen gaat te langzaam. Daarmee raken de doelstellingen voor 2020 steeds verder uit zicht.