De beurzen reageren de laatste weken overgevoelig op zelfs maar de kleinste aanwijzingen dat de Amerikaanse centrale bank haar opkoopprogramma gaat terugschroeven. Verwacht de komende tijd meer turbulentie. Dat althans stelt Jim O’Neill, tot voor kort topman van Goldman Sachs Asset Management, in een ingezonden brief aan persbureau Bloomberg.  

Oppassen met obligaties

O’Neill waarschuwt vooral voor beleggingscategorieën die tot ver boven hun normale niveaus en redelijke waarderingen zijn uitgestegen: “Een terugkeer naar normaal impliceert een rendement van 4% of meer voor Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar. Dat zal niet ineens gebeuren maar die kant gaat het wel uit. En met een rendement van 2,2% momenteel is er nog een lange weg voor de boeg.”

Voor de duidelijkheid: obligatiekoersen bewegen tegengesteld aan hun rendement. Stijgt de koers van een obligatie dan daalt het rendement en vice versa. Vergelijkt u het met dividendrendement bij aandelen.

Om het rendement op Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar te laten stijgen naar 4 procent  zullen de desbetreffende obligaties tientallen procenten in koers omlaag moeten. Vandaar dat (obligatie)beleggers momenteel zo nerveus zijn.

 Wereldwijd

Maar beleggers in Amerikaanse obligaties zijn – terecht – niet de enigen die nerveus zijn. Omdat de Amerikaanse centrale bank het rendement op Amerikaanse staatsobligaties zo laag houdt (door op grote schaal deze obligaties te kopen) zijn beleggers voor rendement gaan uitkijken naar allerlei alternatieven.

Beleggers zijn als een indirect gevolg van het Amerikaanse lage rente beleid ook massaal in allerlei andere obligaties gestapt: van lagere Amerikaanse overheden, van bedrijven en obligaties van opkomende landen. Al deze markten reageren momenteel dan ook hypernerveus op wat zelfs maar geruchten zijn over een aankondiging van een terugschroeven van het stimuleringsbeleid.

Overeenkomst met 1994

Waar 1987 en 1929 in het collectieve geheugen van aandelenbeleggers bekend staan als rampjaren, geldt datzelfde voor 1994 voor obligatiebeleggers. Toenmalig voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Alan Greenspan kondigde in dat jaar aan de rente te zullen verhogen. Vrijwel meteen deden beleggers obligaties massaal in de uitverkoop met enorme koersverliezen tot gevolg.

Momenteel is de zoektocht naar rendementsalternatieven echter nog vele malen groter dan in de jaren voorafgaand aan 1994 het geval was. En in veel hogere mate dan toen zijn verzekeraars en pensioenfondsen deze keer uit aandelen gegaan en juist in obligaties. Kortom, volgens Jim O’Neill is een nieuwe crash van obligaties zoals in 1994 opnieuw heel wel mogelijk.

Eerdergenoemde 4 procent zou overigens nog tot een scenario behoren waarbij de inflatie volledig onder controle blijft. Een zekerheid is dat niet. Stijgen de inflatieverwachtingen dan zullen beleggers een hogere vergoeding (lees: rendement) op obligaties verlangen. Dat betekent dat de koersdalingen van obligaties in dat geval nog groter zullen zijn.

Aandelen

Voor de korte termijn houdt O’Neill er rekening mee dat de vermeende terugkeer naar normaal ook extra volatiliteit (beweeglijkheid) voor aandelen met zich zal meebrengen. En wellicht ook koersdalingen. Maar die zullen vermoedelijk van korte duur zijn. Langetermijnbeleggers zullen immers hun exposure naar aandelen juist moeten verhogen in plaats van deze te verlagen.

De terugkeer naar normaal zal volgens O’Neill een wisseling in populariteit inhouden tussen de twee belangrijkste beleggingscategorieën: de liefde voor obligaties zal bekoelen terwijl de liefde voor aandelen juist zal aanwakkeren.

Hendrik Oude Nijhuis heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers en is tevens oprichter van
warrenbuffett.nl
 over de beleggingsstrategie van Warren Buffett.

Lees ook 

Rob Putter: Belegger, kom maar terug in september

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl