Hieronder staat de integrale tekst van de 25e editie van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat woensdagavond werd uitgezonden op televisie. Schrijver en dichter Bart Chabot, die alle eerdere edities van de spellingwedstrijd heeft meegedaan, schreef het jubileumdictee dit jaar.

Met slechts zeven fouten won de 21-jarige student Randy van Halen uit Dordrecht Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Van Halen studeert algemene cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Pepijn Hendriks (37) uit Leiden, in het dagelijks leven eindredacteur, eindigde op de tweede plek met acht fouten. De derde plaats werd gedeeld door twee deelnemers die allebei tien fouten hadden: de 52-jarige Madeleine van der Hoff uit Utrecht en de 49-jarige Iris Hensel uit Den Haag. Van der Hoff werkt als dtp’er in een ziekenhuis. Hensel is vertaler Nederlands-Duits op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De afgelopen twee jaar streken Vlamingen nog met de hoogste eer. De zuiderburen scoorden wel het hoogst onder de prominenten. Schrijver Christophe Vekeman, die diverse romans op zijn naam heeft staan, belandde op de eerste plaats met elf fouten. In 2002 was Vekeman ook al de winnaar onder de bekende Vlamingen en Nederlanders.

Lees hieronder de volledige tekst van Bart Chabot terug.


Tussen niemendalletje en blankebabybilletjesprivilege

Geef het Dictee terug aan de kijker, kopte De Telegraaf vorig jaar. Daar schrok het Dictee wel even van. De genuttigde zwezeriken lagen plotseling zwaar op de maag. Maar na een medoc te hebben gedronken, toog het Dictee alsnog welgemoed aan de slag.

Dames en heren thuis en in deze parlementariërsruimte, bij dezen proficiat: u hebt, onder toeziend oog van koning Willy de Tweede, nog steeds nul fouten in uw brossel!

O, als gisteren herinner ik me het eerste Dictee: na aankomst in een havelock met andere BN’ers bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal bekroop me het rodelopergevoel. Een halfuurtje later kwam een kokospalm voorbij, en zee-egels uit het Middellandse Zeegebied en een kasuaris en nochtans; en apensoort, apenrots en apekool: een taalkundig houtenjassenpark, en kookte ik vanbinnen want ik kende de Van Dale niet vanbuiten.

De oe’s en a’s waren niet van de lucht tijdens dat gillendekeukenmeidenvertoon van het Nederlands.

Sindsdien hebben we ongelooflijk veel geleerd: aanwensel, bespioneren, ge-sms’t en kippenragout kennen voor ons bollebozen geen trubbels meer, en ook uitentreuren, hawaïshirt of gestrest en een rock-‘n-rolllegende in goeden doen spellen wij foutloos.

Ooit mocht ik het Kinderdictee schrijven en vergastte de bollewangenhapsnoeten op de oeioeimachine, een perubalsempopulier en een tafa of West-Australische penseelstaartbuidelmuis; een gribbelgrabbel van woorden, alle uit de Dikke Van Dale, de toverballenautomaat van onze taal.

Sla de Dikke willekeurig open en ontdek de geheimenissen van de brougham, een gesloten rijtuig voor twee personen getrokken door één paard; blader door die Ali Babataalschatkamer en ontdek dat een turbe een menigte is, en een turco een Noord-Afrikaanse inlandse tirailleur in Franse krijgsdienst.

Dat was het jubileumdictee. Rest de vraag: wilt u de komende jaren meer of minder dicteeën? Het antwoord moet wel luiden: ‘Meer! Meer! Meer!’