De Griekse regering klaagt steen en been over het harde bezuinigingsbeleid dat de Europese schuldeisers hebben opgelegd. Maar dat is slechts het halve verhaal.

Geen massaontslagen meer bij de overheid, handen af van de pensioenen en geen loonsverlagingen meer. Met die boodschap won de Griekse partij Syriza begin dit jaar de parlementsverkiezingen. En die boodschap blokkeert nog altijd een akkoord tussen de Griekse regering en zijn internationale schuldeisers.

In de ogen van premier Alexis Tsipras en minister van Financiën Yanis Varoufakis heeft hard bezuinigen alleen maar een negatief effect op de economie. Griekenland moet juist meer geld krijgen om de economische groei aan te jagen.

Volgens econoom Daniel Gros van het Brusselse onderzoeksinstituut CEPS is het echter helemaal niet zo dat bezuinigen in tijden van crisis funest is voor de economie.

Gros wijst erop dat andere zwakke eurolanden zoals Portugal ook hard hebben ingegrepen om de overheidsbegroting niet te laten ontsporen. En die lijken beetje bij beetje uit de crisis te komen. Belangrijke vraag is dan ook: wat is er mis met Griekenland?

Het antwoord van Gros is vrij simpel: de Griekse export.

Griekse export faalt

Als een land in crisis hard bezuinigt om het begrotingstekort aan te pakken en lonen verlaagt heeft dat in eerste instantie een negatief effect op de binnenlandse vraag. Dit versterkt de recessie in een land, zo erkent ook Gros. Maar voor kleine open economieën geldt dat de loonsverlagingen in principe gunstig uitpakken voor de export. Die wordt concurrerender.

Lees ook op Business Insider

Via groei van de export komen er meer inkomsten binnen en groeien ook de belastingontvangsten. Dat is belangrijk voor de staatsfinanciën, want door de extra belastinginkomsten uit de export hoeft er na verloop van tijd minder bezuinigd te worden en kan er een  positieve groeicyclus ontstaan.

Juist op deze manier heeft Portugal zich aan de crisis onttrokken, zo betoogt econoom Gros in een afgelopen weekend verschenen analyse.

Cruciaal hierbij is wel de kracht van de exportindustrie. En daar heeft Griekenland een groot probleem.

(Not) Made in Greece

Op de eerste plaats bestaat een fors deel van de Griekse export uit de wederuitvoer van geïmporteerde ruwe olie in de vorm van olieproducten die in Griekse raffinaderijen zijn bewerkt. De toegevoegde waarde hiervan voor de binnenlandse economie is relatief klein. Daarnaast bestaat een fors deel van de Griekse exportdiensten uit de internationale scheepvaart. Die sector draagt geen belasting af en heeft relatief weinig werknemers, die bovendien vaak laagbetaalde buitenlanders zijn.

De bijdrage van binnenlands geproduceerde goederen aan de Griekse export is juist relatief gering. Gros becijfert die op ongeveer 12 procent van het nationaal inkomen van Griekenland. Ter vergelijking: het Griekse handelstekort (ofwel som van de waarde van de export minus de import) bedroeg ten tijde van het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 ongeveer 13 procent van het nationaal inkomen.

Dit komt op het volgende neer: om ongeveer evenveel te blijven importeren en het handelstekort weg te werken moest de Griekse goederenexport bij de start van de crisis dus pakweg verdubbelen. Een enorme opgave.

In het geval van Portugal was die opgave minder groot: het handelstekort was als percentage van het nationaal inkomen in 2008 niet gelijk aan de export, maar slechts een derde daarvan. Ofwel: om export en import in balans te krijgen hoefde de Portugese export slechts met ongeveer een derde te groeien.

Portugal groeide wel

Onderstaande grafiek uit het rapport van Gros laat zien hoe de totale export van goederen en diensten (exclusief brandstoffen) van Griekenland en Portugal zich heeft ontwikkeld sinds de kredietcrisis van 2008. Duidelijk is te zien dat de Portugese export na het recessiejaar 2009 fors is geklommen, mede door innovatie in de schoenenindustrie en groei van onder meer elektronicaproducten. De Griekse export is daarentegen gestagneerd, ondanks de binnenlandse loondalingen.

(klik voor uitvergroting)

griekenland portugal

Dit heeft volgens Gros maar zeer beperkt te maken met de toegang van bedrijven tot kredietverlening, omdat die in beide landen de afgelopen jaren redelijk vergelijkbaar is geweest. Belangrijke tip voor de Griekse regering en diens schuldeisers is dan ook: als je een oplossing wilt vinden, kijk dan niet alleen naar de Griekse staatsbegroting,  maar vooral ook naar de concurrentiekracht van de Griekse exportbedrijven.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl