Het Rotterdamse bedrijf The Archimedes was elf jaar bezig met de ontwikkeling van een bijzondere windturbine. Sinds een week is de Liam F1 Urban Wind Turbine te bestellen.

Richard Ruijtenbeek en Marinus Mieremet presenteerden eind mei hun windturbine aan de wereld. Ze werden meteen omver geblazen door alle aanvragen voor informatie. “Niet normaal. We hebben meer dan vierduizend e-mails gekregen uit de hele wereld, en vijftigduizend hits op de site.”

De heren zijn maar liefst elf jaar bezig geweest met de ontwikkeling van hun Liam F1. Het is een spiraalturbine, gemaakt van lichte materialen, met drie in elkaar gedraaide bladen. Het ‘baanbrekende ontwerp’ zorgt ervoor dat deze turbine veel meer energie uit wind kan halen dan de huidige windmolens.

liam1

Mensen vinden ook dat ‘ie er goed uitziet, zegt Richard Ruijtenbeek: “Mensen zijn gewend om propellers zien, maar dit lijkt op een schelp. Dat natuurlijke ontwerp vinden ze mooi.”

Uitvoerig getest

Maar werkt het ook? De windturbine is uitvoerig getest, tot stormkracht, in bijna vijftig verschillende windtunnels. “Nog nooit is zo’n klein windmolentje zó goed getest. Maar dat moest ook wel. Het rendement is zo goed, dat wij het zelf ook bijna te mooi vonden om waar te zijn.”

De Liam wekt bij een jaargemiddelde windsnelheid van 5 meter per seconde 1.500 kilowattuur energie op, de helft van wat een gemiddeld huishouden nodig heeft. De ‘urban windturbine’ draait zich als een windvaan naar de wind toe, dus ook aan de werking van het ding zelf gaat geen energie verloren.

Lees ook op Business Insider

Geen probleem voor vogels

Marinus Mieremet keek voor het ontwerp naar de wiskundige Archimedes. Hij vroeg zich af waarom die zijn theorieën over vloeistoffen nooit heeft toegepast op wind. “Marinus heeft dat zelf uitgeprobeerd en heeft een heel nieuwe aerodynamische methode ontworpen om energie op te wekken. Deze turbine maakt heel weinig geluid en zelfs met wervelwinden kun je veel energie vangen. Ideaal voor in een bebouwde omgeving.”

De 1,70 meter hoge turbines zijn zelfs geen probleem voor vogels, meent Ruijtenbeek: “De voorkant ziet eruit als een oog en lijkt een afgesloten geheel, dus de verwachting is niet dat ze erin vliegen. En anders hebben ze een mooi achtbaanritje en gaan ze er aan de zijkant weer uit.”

Zelf niet verkopen

Sinds een week is de Liam F1 via distributeurs te bestellen, voor vierduizend euro (exclusief randapparatuur en installatie). In januari worden de eerste exemplaren daadwerkelijk geleverd aan consumenten.

Richard houdt met enkele medewerkers kantoor op de RDM-werf in Rotterdam, waar ook de onderdelen geassembleerd worden. Die komen uit Zuid-Korea, waar Marinus het ontwikkel- en productieteam van 28 man aanstuurt.

Bestellen kan echter nog niet overal. The Archimedes verkoopt namelijk niet zelf; het wil een R&D-bedrijf blijven. “Normaal ga je zelf verkopen, en maak je meer winst. Wij pakken liever wat minder winst en blijven doen waar we goed in zijn.”

Licientiemodel

Het agenten-netwerk bestaat nu uit zeven resellers in Nederland en een gelijk aantal in het buitenland en dat moeten er meer worden. Het systeem van licentiehouders zorgt er in ieder geval dat ze niet worden lastiggevallen door consumenten, lacht Ruijtenbeek.

Hij ziet nog een voordeel van dit licentiemodel: “We hebben een hele goede launch gehad, maar wij zijn niet degenen die advertenties hoeven te zetten. Onze partners verdienen meer, maar zij moeten ook voorfinancieren. Het zijn vreselijke contracten, maar door je bedrijf met andere mensen te delen, hoef je niet alles zelf te doen.”

Het idee is dat de distributeurs overal ter wereld de windturbines lokaal in elkaar gaan zetten. Dankzij het proces van spuitgieten zouden er 12.000 windturbines per jaar geproduceerd kunnen worden. In januari komt er nog een ander model – kleiner, meer geschikt voor op bijvoorbeeld boten en op lantaarnpalen.

In 8 tot 15 jaar terugverdienen

Kleine windturbines zijn op zich wel vaker geprobeerd, zoals de verticale Turby en iets wat de Donkey heet. Waarom wordt de Archimedes een groter succes?

Ruijtenbeek: “Die andere windturbines waren te duur. Voor tussen de vijftienduizend en veertigduizend euro per stuk had je er een op je dak.” De Archimedes wordt anders in de markt gezet. Minder als een duurzaam wonder en meer als een volwassen product dat het gewoon moet doen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dankzij de veel lagere prijs is er meer kans dat het product zich kan terugverdienen. Maar windenergie is grillig. “We denken in Nederland wel dat we een goed windlandje zijn, maar daar valt nog wel wat op af te dingen. Bij vijf meter per seconde brengt hij veel op, maar dat is lang niet overal de gemiddelde windsnelheid. Daar moet je eerlijk over zijn. Aan de kust heb je natuurlijk veel wind, maar in Twente zijn er zo weinig winduren dat ‘ie bijna niks opbrengt. Daar is hij pas op een hoog dak interessant, vanaf dertig meter hoog. Of ergens aan het water, dan heb je geen obstakels.”

“Daarom zit onze markt ook vooral in het buitenland. Overal waar de stroom duur is of waar je geen stabiel stroomnet hebt. Op eilanden of offshore bijvoorbeeld, en daar heb je wind genoeg.” Op een goede plek waar de Liam F1 een rendement haalt van 1.500 kilowatt, verdient de windturbine zich volgens Ruijtenbeek terug in zo’n acht tot vijftien jaar.

Het groene vlaggetje

Stroom wordt over een langere periode steeds een paar procent duurder. Afgelopen jaar niet, maar daarvoor steeds elk jaar vijf procent. Met wat interessante aftrekposten en regelingen ben je al snel minder geld kwijt voor je energie dan nu. Door een combinatie van de Liam F1 en een partij zonnepanelen kan iedereen elektrisch-neutraal worden, belooft The Archimedes.

Maar zelfs op plekken met weinig wind is er een grote afzetmarkt voor ‘het groene vlaggetje’, weet Richard Ruijtenbeek. Het wat? “Nou dat je je logo en bedrijfskleuren erop laat drukken en hem op je gebouw zet om te laten zien hoe duurzaam je bent. Die markt is heel groot in Nederland.”

Lees ook

Van bouwpuin naar legosteen: zo wil Gerard Steijn de wereld verbeteren

’t Gat in de markt: printpapier van olifantsgras

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl