Regeringspartijen VVD en PvdA zouden het op hoofdlijnen eens zijn over de beoogde aanpassing van het belastingstelsel. Voor kleine spaarders is het te hopen dat een verlichting van de belastingdruk in box 3 op de agenda staat.

De grote belastinghervorming die het kabinet Rutte 2 als laatste teken van daadkracht wil realiseren, moet deze zomer z’n beslag krijgen. VVD en PvdA zeggen het min of meer eens te zijn, maar hebben nog steun nodig van diverse oppositiepartijen. Dat wordt hard werken in de achterkamertjes deze zomer.

Op hoofdlijnen roepen vrijwel alle partijen dat de belasting op arbeid omlaag moet en dat het stelsel eenvoudiger moet. Dat laatste kun je lezen als minder aftrekposten, maar juist daar zijn de keuzes lastig en ligt politieke verdeeldheid op de loer.

Belasting op spaargeld

Een heikel onderwerp waar opvallend genoeg wel een compromis uit kan rollen, is de belasting op spaargeld en beleggingen. PvdA en VVD denken anders over het extra belasten van ‘vermogenden’, maar lijken beide oog te hebben voor de gevolgen van de huidige vermogensrendementsheffing voor kleinere spaarders.

Het huidige systeem gaat uit van een fictief jaarlijks rendement van 4 procent, waarover 30 procent belasting wordt geheven. Boven de vrijstelling van iets meer dan 20 duizend euro per persoon komt dit neer op een vermogensbelasting van 1,2 procent.

Spaarrentes

De site spaarinformatie.nl presenteerde maandag een historisch overzicht van spaarrentes sinds 2010. Dat laat in één oogopslag zien waarom spaarders zoveel last hebben van de heffing van 1,2 procent in box 3.

Onderstaande grafiek laat zien hoe spaarrentes op vrij opneembare rekeningen zich ontwikkeld hebben.

Lees ook op Business Insider

(klik voor uitvergroting)

spaarrente

Spaarinformatie.nl heeft vier trends eruit gelicht: het verloop van de hoogste rentes (rode lijn), het gemiddelde van de top 10 van hoogste rentes (groene lijn), het gemiddelde van de top 20 van hoogste rentes (blauwe lijn) en het gemiddelde van de tarieven bij grootbanken Rabobank, ABN Amro, ING en SNS Bank.

Volgens Spaarinformatie.nl kunnen alleen spaarders die zeer actief rente-aanpassingen volgen, de hoogste lijnen halen. Om het gemiddelde van de top 20 bij te benen zouden spaarders eens per kwartaal de rentestanden moeten controleren. Wie bij één van de grootbanken blijft hangen krijgt gemiddeld een fors lagere rente.

Te zien is dat variabele rentes sinds 2013 structureel onder de twee procent liggen, waardoor de vermogensrendementsheffing van 1,2 procent meer dan de helft van de bruto rendement wegvaagt. Sparen levert daardoor extreem weinig op.

Alternatief vermogensbelasting

Nu kun je stellen dat het veronderstelde rendement in box 3 van 4 procent niet op kortlopende rentes slaat, maar juist voor de langere termijn is bedoeld. Feit blijft echter dat het gros van de spaarders relatief snel bij z’n geld wil kunnen en kiest voor kortere looptijden. Uit gegevens van De Nederlandsche Bank blijkt bijvoorbeeld dat er per april dit jaar 288 miljard euro aan spaargeld was geparkeerd op ‘deposito’s met opzegtermijn’, tegen 51 miljard euro voor deposito’s met vaste looptijd.

Hoe je de vermogensrendementsheffing kunt aanpassen om vooral kleinere spaarders eerlijker te belasten, is onlangs uitgebreid geanalyseerd door het Centraal Planbureau. Voor partijen die de vermogensbelasting willen aanpassen, is het een kwestie van kiezen uit panklare oplossingen.

Zie ook het artikel: Zo kun je spaargeld en beleggingen ook belasten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl