Als je in een grote stad als Londen of Amsterdam woont, ben je waarschijnlijk wel bekend met het fenomeen bedwants. Misschien wel iets te veel.

Zoals de naam al zegt, beginnen ze zich te nestelen op de plekken waar we slapen. Binnen een paar weken hebben de bloedzuigende wezentjes je hele appartement veranderd in een jeukende nachtmerrie.

De gewone bedwants, de Cimex lectularius, voedt zich met het bloed van mensen. Hij bijt vooral ‘s nachts. De klachten die daarna optreden kunnen variëren, van vrijwel geen reactie tot uitgebreide huidklachten. Heb je ‘s ochtends bulten op je benen die vreselijk jeuken, dan weet je dat je gebeten bent. In het ergste geval kunnen er blaren ontstaan.

Geen fijne beestjes dus. Het slechte nieuws is dat bedwantsen zich steeds verder verspreiden.

Plagen over de hele wereld

Sinds het begin van deze eeuw, zijn plagen van bedwantsen volgens het Amerikaanse Centrum voor Ziektebeheersing en Preventie steeds gebruikelijker geworden in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Canada en Europa. Ook in Amsterdam rukt de bedwants op.

Eén van de oorzaken? Ze hebben resistentie ontwikkeld tegen onze afweersystemen tegen hen. De huidige bedwants heeft bijvoorbeeld een dikker en vettiger uitwendig skelet (om ze te beschermen tegen bestrijdingsmiddelen) en een snellere stofwisseling (om hun natuurlijke chemische afweer te versterken).

Ze worden volgens de Britse gezondheidsdienst NHS ook steeds meer meegenomen door internationale reizigers. En terwijl ze ons over de hele wereld volgen, worden de plagen sterker. “Op een bepaalde manier hebben we zelf de moderne bedwants gecreëerd: hij is geëvolueerd om op ons te leven en ons te volgen”, legt wetenschapsauteur Brooke Borel uit in haar onlangs verschenen boek  ‘Infested’.

Lees ook op Business Insider

Van de grot naar de stad

Bedwantsen waren niet altijd van die angstaanjagende wezentjes zoals we ze nu kennen. Eeuwenlang hebben we in vrede geleefd, zonder ‘s nachts lastig gevallen te worden door deze kleine nachtdiertjes. Onze in grotten levende voorouders konden prima overweg met de bedwants. Toen waren ze biologisch gezien ook bijna een totaal andere soort.

Nu de mensheid uit de grotten is verhuisd en zich in al die duizenden jaren naar steden heeft verplaatst, hebben we de bedwants met ons meegenomen. Het is niet verrassend dat de natuurlijke selectie hun eigenschappen heeft beïnvloed: de beestjes hebben nu eigenschappen die hen beter in staat stellen te overleven in hun nieuwe onderkomen en hebben hun soortgenoten overleefd die niet zo goed waren voorbereid op het stadsleven. Deze nieuwe wantsen waren ‘s nachts actiever als mensen slapen en hadden langere en dunnere pootjes om sneller van ons weg te kunnen springen.

Bedwantsen evolueren nog steeds

Wetenschapper zijn nog steeds niet helemaal zeker waarom bedwantsen zo’n sterke comeback hebben gemaakt in de laatste tien jaar, schrijft Borel, maar zeker is dat mensen een belangrijke rol hebben gespeeld bij hun recente terugkeer.

Het begon allemaal kort na de Tweede Wereldoorlog toen wetenschappers de krachtige insecticide DDT hadden ontwikkeld. We konden tijdelijk tonnen aan insecten verdelgen waaronder de bedwants, schrijft Borel. Maar ondertussen groeide hun weerstand tegen insecticiden.

Toen internationaal reizen steeds gebruikelijker werd, liftten bedwantsen overal op mee, van de schoenen van de reiziger tot hun bagage om zich zo over de aardbol te verspreiden.

Hoe een bedwants te ontdekken

Volwassen bedwantsen zijn volgens de NHS vlak, ovaalvormig en met het blote oog te zien. Hun kleur varieert van donker oranje tot rood of bruin.

Vrouwelijke bedwantsen kunnen tijdens hun leven driehonderd eitjes leggen. De eitjes blijven vastzitten aan het oppervlak en komen na ongeveer tien dagen uit. Baby-bedwantsen groeien in zes tot acht weken uit tot volwassen exemplaren, terwijl ze vervellen. Als je last hebt van een bedwantsenplaag kan je deze lichtbruine rimpelige huidschilfers zien op je beddengoed.

LEES OOK: De bedwants is de marketinghel voor elk hotel