Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00

ANALYSE – De Chinese renminbi stijgt stevig ten opzichte van de dollar en vooral de euro. In het verleden was dat voor de Chinese overheid aanleiding om in te grijpen en de exportsector te beschermen. Het blijft het echter stil aan het valutafront.

China heeft enorme berg aan buitenlandse valutareserves van ruim 3.200 miljard dollar, waarmee het land in principe makkelijk kan interveniëren op de valutamarkt. In oktober is dat bedrag weer iets gestegen.

Het is natuurlijk niet vreemd dat de voorraad dollars, euro’s en andere munten van de grootste exporteconomie ter wereld verder uitdijt. Die exportmotor draait ook weer op volle toeren. De uitvoerwaarde van goederen en diensten nam ten opzichte van een jaar vorige maand met 27 procent toe eerder tot 300 miljard dollar.

Aan de andere kant stijgt de import ook snel. De Chinese industrie heeft een grote behoefte aan grondstoffen. Bovendien is de energievraag in oktober flink gestegen door relatief koud weer. Hierdoor lag de invoer van steenkool in oktober bijna dubbel zo hoog als een jaar eerder. De totale importwaarde ging met 20 procent omhoog.

Chinese rente relatief hoog

Behalve voor de omvang van de vreemde valutareserves, vormt de exportgroei ook een rugwind voor de renminbi. Toch is de kracht van de munt vooral het gevolg van het beleid van de Chinese centrale bank. Die houdt de rente al ruim een jaar op bijna 4 procent. In een groot deel van de westerse wereld ligt dat tarief nabij de 0 procent.

De Chinese centrale bank wil met het rentebeleid voorkomen dat de luchtbel op de vastgoedmarkt verder uitdijt. Het dreigende faillissement van vastgoedreus Evergrande onderstreept het gevaar van een te snelle kredietgroei.

Overigens zorgt ook de coronapandemie ervoor dat de valutareserves toenemen. Het buitenlandse toerisme is enorm afgenomen en er zijn veel minder Chinezen die hun eigen munt omwisselen in dollars of euro’s.

China verwacht dat de renminbi vanzelf terugzakt

In de afgelopen twaalf maanden is de renminbi met 3,5 procent is gestegen ten opzichte van de dollar en met 6,5 procent in vergelijking met de euro.

In tegenstelling tot het verleden grijpt de overheid nu niet in en laat het de valutastijging op zijn beloop. Zoals zo vaak lijkt ook deze keuze van Chinese beleidsmakers vooral ingegeven te zijn door economisch pragmatisme.

Door de oplopende inflatie lijkt het een kwestie van tijd voordat de rente in de Verenigde Staten en later ook Europa verhoogd wordt. Dan gaat de rugwind die de renminbi krijgt van de relatief hoge rente in China geleidelijk liggen. Daar komt bij dat een dure munt best handig is als je een groot deel van je (energie)grondstoffen in het buitenland moet kopen.

Voorlopig heeft het er dus alle schijn van dat China liever wacht totdat de opmars van de renminbi wordt afgeremd door marktkrachten, dan dat het land zelf de enorme valutareserves aanspreekt om de eigen munt wat omlaag te trekken.

Joost Derks is valutaspecialist bij iBanFirst. Hij heeft ruim twintig jaar ervaring in de valutawereld.