Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
3:2

Een meerderheid van de Conservatieve fractie in het Lagerhuis heeft nog steeds vertrouwen in premier Boris Johnson en heeft een motie van wantrouwen tegen hem weggestemd. Van de 359 Conservatieve parlementsleden stemden er 211 voor de premier en 148 tegen.

Een groep ontevreden partijgenoten wilde Johnson niet langer als partij- en regeringsleider en wilde hem vervangen. Aanleiding was de affaire ‘partygate’ waarin naar buiten kwam dat regeringsfunctionarissen in onder meer Downing Street en inclusief de premier zelf, het niet zo nauw namen met de lockdowns die de regering ter bestrijding van de pandemie had afgekondigd.

Johnson had er alle vertrouwen in dat hij de stemming zou winnen. Hij ziet het als een kans na maanden van speculaties over zijn positie een streep te zetten door de affaire en versterkt als leider verder te gaan. Maar een motie van wantrouwen overleven is doorgaans geen versterking van de politieke status van de premier. Johnsons voorganger Theresa May overleefde er een tijdens de brexit eind 2018 met 63 procent van de stemmen, maar haar premierschap strandde toch nog geen halfjaar later.

Volgens de huidige regels van de partij kan er binnen een jaar tijd geen nieuwe motie van wantrouwen tegen de premier worden ingediend. Behalve door ‘partygate’ verliezen de Conservatieven ook aanhang door de stijging van de kosten van levensonderhoud. Later deze maand zijn er tussentijdse verkiezingen voor twee parlementszetels die in handen zijn geweest van Conservatieven.

Johnson had zijn partijgenoten in aanloop naar de stemming nog gewaarschuwd dat ze zich niet "tegen zichzelf moesten keren" en dat zijn ontslag de partij zou verzwakken. Hij zou het vertrouwen van het volk kunnen herstellen en wees op de verkiezingsoverwinning die hij in 2019 behaalde voor de Conservatieve Partij, de grootste in veertig jaar. Hij beloofde ook een belastingverlaging als hij zou mogen aanblijven en een economisch groeiplan. Johnson sloot de toespraak af met de belofte dat "het beste nog moet komen".

Theresa May overleefde motie van wantrouwen, maar moest later toch het veld ruimen

De laatste keer dat een Conservatieve premier te maken kreeg met zo'n soort motie van wantrouwen uit de eigen gelederen was eind 2018 tijdens de moeizame onderhandelingen over de brexit. Toen steunde een meerderheid van de fractie premier Theresa May, de voorganger van Boris Johnson.

May ruimde enkele maanden toch het veld als gevolg van de brexitproblemen. Johnson volgde haar in 2019 op en loodste het land begin 2020 uit de EU.

Kort erna diende de coronapandemie zich aan. Johnsons trage beleid leverde hem veel kritiek op. Na aarzelingen voerde hij alsnog zware lockdowns in en zette hij een vaccinatiecampagne op. Maar zijn positie is gaan wankelen toen bekend werd dat hij en tal van topfiguren in regeringscentra zelf de coronabeperkingen niet zo nauw namen. Johnson heeft ook er ook een boete voor gehad.

LEES OOK: Hereniging Ierland blijft lastig na overwinning Sinn Fein, maar Britse regering heeft wel probleem met Brexit-protocol