Op dinsdag 3 november gaan Amerikaanse stemgerechtigden naar de stembus om een nieuwe president te kiezen.

De Democratische presidentskandidaat Joe Biden heeft in de landelijke peilingen een ruime voorsprong op de zittende president Donald Trump.

Het landelijke beeld zegt niet alles, omdat in het Amerikaanse kiesstelsel de president getrapt wordt gekozen. De uitslag per staat is daarom veelzeggender.

In dertien van de vijftig staten is er nog geen duidelijke favoriet aan te wijzen. Biden ligt voor in cruciale schommelstaten, maar Trump loopt in onder meer Arizona en Florida langzaam in.

Met nog 35 dagen te gaan bereikt de race om het Witte Huis langzaamaan zijn kookpunt. Gunnen Amerikaanse kiezers op dinsdag 3 november de zittende president Donald Trump een nieuwe termijn of gaat de Democratische kandidaat Joe Biden met de winst aan de haal?

Een blik op de landelijke peilingen levert een duidelijke favoriet op. Biden kan volgens RealClearPolitics en FiveThirtyEight rekenen op ongeveer de helft van de stemmen, terwijl Trump blijft steken rond de 43 procent.

Beide sites hebben een model ontwikkeld dat nationale en lokale enquêtes van verschillende peilingclubs weegt. Daaruit rolt een gemiddelde score voor Biden en Trump.

Lees ook op Business Insider

Bron: FiveThirtyEight
Bron: FiveThirtyEight

Een ruime voorsprong voor Biden dus, die als vicepresident onder president Barack Obama de weg in het Witte Huis al leerde kennen.

Maar de Democratische kandidaat kan zeker niet ontspannen achterover leunen. Het beeld op landelijk niveau zegt namelijk niet per se iets over de uitslag van de verkiezingen. Vraag dat maar aan Hillary Clinton.

Democraat Clinton behaalde in 2016 bijna drie miljoen stemmen meer dan de Republikeinse kandidaat Donald Trump. Toch was het Trump die twee maanden later werd beëdigd als president van de Verenigde Staten.

De Amerikaanse president wordt getrapt gekozen

Bij de Amerikaanse verkiezingen is wie de meeste stemmen vergaart, niet bepalend voor de einduitslag. Het gaat om de kiesmannen. Amerikanen kiezen namelijk niet rechtstreeks een president. Op de verkiezingsdag wordt een kiescollege gekozen dat enige tijd later zijn voorkeur uitspreekt. Dit kiescollege bestaat uit 538 kiesmannen.

Per staat is er een aantal kiesmannen te winnen, afhankelijk van het aantal inwoners. Zo is Californië goed voor 55 kiesmannen, terwijl Wyoming er slechts drie oplevert.

Bron: Wikimedia Commons/CC0
Bron: Wikimedia Commons/CC0

Verder geldt het ‘winner takes all’-principe. Als een kandidaat de meeste stemmen in een staat krijgt, ‘wint’ die kandidaat alle kiesmannen. Alleen in twee staten werkt dat anders: Maine en Nebraska. Daar worden de kiesmannen onderverdeeld: per district is één kiesman te winnen.

De populairste kandidaat kan de verkiezingen verliezen

Het getrapte kiessysteem in combinatie met de enorme bonus voor de winnaar kan ervoor zorgen dat degene met de meeste stemmen niet de verkiezingen wint.

Dit gebeurde in de negentiende eeuw twee keer. In 1876 versloeg Rutherford B. Hayes (47,9 procent van de stemmen) zijn tegenstander Samuel Tilden (51 procent) met een kiesman verschil. Twaalf jaar later won Benjamin Harrison de verkiezingen op kiesmannen, hoewel hij ruim 90.000 stemmen minder had gekregen dan zijn opponent, de zittende president Grover Cleveland.

Een recent voorbeeld is de stembusgang in 2000. Al Gore kreeg 500.000 stemmen méér in de ‘popular vote’, maar zijn tegenstander George W. Bush won na een omstreden stemmentelling in de staat Florida en kreeg daarmee het grootste aantal kiesmannen achter zich.

Dat scenario herhaalde zich in 2016 toen Trump een stuk minder stemmen kreeg, maar 77 kiesmannen meer won dan Clinton. Ondanks zijn ruime voorsprong in de landelijke peilingen is Biden dus nog lang niet zeker van zijn zaak.

Swing states bepalen de uitslag op 3 november

Om een beter beeld te krijgen van de race om het Witte Huis is het nuttig om te kijken naar de peilingen in strategisch belangrijke staten.

In sommige staten staat de uitslag vrijwel vast. New York en Californië gingen de afgelopen decennia steevast naar de Democraten. Zuidelijke staten als Mississippi en Alabama gelden als Republikeinse bolwerken.

De staten die in de laatste verkiezingen niet telkens naar dezelfde partij zijn gegaan – de ‘swing states’ – gaan mogelijk de doorslag geven. Volgens de peilingen is er van tevoren nog geen duidelijke favoriet aan te wijzen in dertien van de vijftig Amerikaanse staten.

Bron: RealClearPolitics
Bron: RealClearPolitics

Trump wist vier jaar geleden enkele cruciale staten af te snoepen van Clinton, waaronder Michigan en Wisconsin. In die laatste staat kreeg hij slechts 22.748 stemmen meer dan zijn Democratische tegenstrever.

In beide staten heeft Biden nu een comfortabele voorsprong op Trump van ongeveer 7 procentpunt, blijkt uit het model van FiveThirtyEight.

In twee andere belangrijke schommelstaten, Florida en Arizona, loopt Trump langzaam in op Biden. Bij kiezers die zeggen op 3 november daadwerkelijk naar de stembus te gaan, ligt de huidige president zelfs iets voor op Biden in die staten, aldus recent onderzoek van The Washington Post en ABC News.

Met name Florida is een grote prijs. Niet alleen omdat er 29 kiesmannen te winnen zijn, maar ook vanwege een omineus feitje: sinds 1992 heeft de winnaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen altijd gewonnen in de ‘sunshine state’.

Lees meer over de Verenigde Staten: