Er zijn verschillende manieren om onder de bijtelling voor privé-gebruik van de auto van de zaak uit te komen. Eén daarvan kan riskant zijn.

Wie zijn medewerkers niet wil laten betalen voor het gebruik van de auto van de zaak, kan op verschillende manieren voorkomen dat de fiscus inkomstenbelasting heft. Bijvoorbeeld door een door de fiscus geaccepteerde rittenregistratie bij te houden, waaruit blijkt dat je in een jaar niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden.

Een ondernemer kan het privégebruik van de auto van de zaak door medewerkers ook expliciet verbieden, of  uitsluitend bedrijfswagens ter beschikking stellen die niet anders dan beroepsmatig kunnen worden ingezet. Denk aan een bedrijfswagen zonder bijrijdersstoel of aan een schildersauto die zo stinkt dat je daar niet met goed fatsoen iemand anders in meeneemt.

Bedrijfswagens met verschillende bestuurders

Een andere, minder bekende uitzondering is een bestelwagen waarvan afwisselend andere werknemers gebruik maken. Dus bijvoorbeeld de situatie waarbij tien monteurs willekeurig gebruik maken van de vijf aanwezige bestelbusjes. In dat geval is er geen bijtelling bij de werknemers; dan wordt het bijhouden van het privé-gebruik voor de Belastingdienst te complex, zodat in zo’n geval de werkgever (en niet de werknemers) een vast bedrag van 300 euro per bedrijfswagen betaalt voor het privé-gebruik van al die verschillende werknemers.

De wet gaat er in bovengenoemde situatie vanuit dat er in die gevallen niet één medewerker is die de bedrijfswagen als ‘hoofdberijder’ gebruikt. Maar als die er in de praktijk wel blijkt te zijn, geldt bovengenoemde uitzondering niet, zo bleek onlangs toen een bedrijf voor de rechter een naheffing van de fiscus bestreed.

Een aantal werknemers reed afwisselend in de bestelwagens van de onderneming. Toch kwam de Belastingdienst met een naheffing voor het bedrijf - niet voor de werknemers - van 36.000 euro en een boete van 14.000 euro voor privé-gebruik. Het bleek namelijk dat een bepaalde VW- en een Mercedes-bestelwagen elk door één specifieke medewerker wel degelijk als min of meer privé-auto werd gebruikt. Weliswaar hadden deze werknemers geen formele rechten en gebruikten ook andere werknemers de wagens, maar 's avonds reden alleen deze werknemers in de genoemde bedrijfswagen naar huis.

De rechtbank was het met de fiscus eens dat hier sprake was van privégebruik door alleen deze twee werknemers. Het feit dat ook anderen in de wagens mochten rijden, maakt niet uit voor deze constatering. Zodat de naheffing volgens de rechter terecht was opgelegd.

Paul van der Kwast is financieel planner en lid van de Vereniging Onafhankelijke Financieel Planners. Voor Z24 volgt hij de fiscale ontwikkelingen op de voet.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl