Een grote belastinghervorming blijft achterwege, maar op Prinsjesdag gaat de belasting op sparen en beleggen wel op de schop. Kleine spaarders worden ontzien.

De vermogensrendementsheffing voor sparen en beleggen in box 3 van de inkomstenbelasting al jaren een mikpunt van kritiek. Dat komt vooral omdat spaarrentes de afgelopen jaren fors zijn gedaald, terwijl de vermogensbelasting in box 3 uitgaat van een vast jaarlijks rendement van 4 procent dat tegen 30 procent wordt belast.

Effectief bestaat de heffing op spaargeld en beleggingen daardoor uit een belasting van 1,2 procent, afgezien van een vrijstelling van iets meer dan 21 duizend euro.

Vermogensbelasting box 3

Lage spaarrentes betekenen vooral voor kleinere spaarders dat, nog afgezien van de inflatie, de belasting een fors deel van het rendement wegvaagt. Diverse alternatieven passeerden de afgelopen maanden de revue, maar volgens het Financieele Dagblad kiest het kabinet Rutte 2 voor de volgende variant, zo melde de krant op basis van eigen bronnen.

Er komt geen belasting op daadwerkelijke inkomsten uit spaargeld en beleggingen, omdat dit technisch als te complex wordt gezien voor de Belastingdienst voor de controle. Ook het belastingtarief van 30 procent blijft in tact.

Wat verandert, is dat er staffels komen, met per staffel een ander fictief rendement. Hoe hoger het vermogen, des te hoger het fictieve jaarlijkse rendement. Idee is dus dat met kleinere vermogens vooral wordt gespaard (lager rendement, minder risico) en met grotere vermogens meer wordt belegd (hoger rendement, hoger risico).

Nieuwe heffing in box 3

Volgens het FD heeft het kabinet concreet het volgende in gedachte

– vrijstelling spaargeld en beleggingen: tot 25 duizend euro per persoon; voor fiscale partners gaat het in totaal om 50 duizend euro

(dit is hoger dan de huidige vrijstelling van 21.330 euro)

– vermogen tussen 25 duizend en 125 duizend euro: effectieve belasting 0,87 procent

(het fictieve rendement zou 2,9 procent bedragen, gebaseerd op gemiddelde rentestanden in de afgelopen vijf jaar; 2,9 procent rendement x 30 procent belasting is 0,87 procent over het vermogen).

– vermogen tussen 125 duizend euro en en 1.025.000 euro: effectieve belasting 1,41 procent

(het fictieve rendement zou 4,7 procent bedragen, gebaseerd op een ‘representatief mandje van aandelen’; 4,7 procent rendement x 30 procent belasting is 1,41 procent van het vermogen)

– vermogen boven de 1.025.000 euro: 1,65 procent effectieve belasting.

(5,5 procent fictief rendement x 30 procent belasting is 1,65 procent van het vermogen)

Uit berekeningen zou volgens het FD blijken dat het nieuwe plan voor 3 miljoen van de 3,3 miljoen mensen die vermogensbelasting betalen in box 3 gunstiger uitpakken; circa 300 duizend Nederlanders met hogere vermogens zouden meer betalen. Het omslagpunt ligt bij een alleenstaande met een vrij vermogen boven de 240 duizend euro.

De stelselwijziging zou het kabinet per saldo niets kosten: de vrijstelling in box 3 gaat omhoog naar 25 duizend euro, maar de nieuwe heffingsmethode leidt ook tot meer inkomsten. Die twee heffen elkaar op. Dit heeft per saldo dus wel een licht nivellerend effect.

Verder zou het kabinet de eenmalige vrijstelling van 52 duizend euro bij het schenkingsrecht voor kinderen per 2017 willen verhogen tot een ton.

Oops! We could not locate your form.