Wie slim gebruikmaakt van aftrekposten, kan aardig wat geld besparen. Helaas zijn de aftrekmogelijkheden voor ziektekosten erg sober geworden. Wat mag je nog wel in mindering brengen op je inkomen? Lees het in deel 1 van de jaarlijkse serie van Z24 over fiscale aftrekposten.

Wie gezond is en weinig zorgkosten maakt, kan nog maar weinig aftrekposten opvoeren. En áls je al kosten in aftrek mag brengen, geldt ook nog een forse drempel, vooral voor hogere inkomens. Z24 zet de aftrekposten voor zorgkosten op een rij.

Algemeen

Je mag de ziektekosten opvoeren van jezelf, je fiscaal partner en eventuele kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en de kosten niet zelf kunnen dragen. Het gaat hierbij om kosten waarvoor je geen vergoeding krijgt. Alle kosten die je terugkrijgt via je (aanvullende) zorgverzekering of andere instanties, zoals bijzondere bijstand, vallen dus buiten de aftrek. Het moment waarop je deze kosten krijgt vergoed is niet van belang: ook ziektekosten die je voorschiet maar later alsnog krijgt vergoed mag je niet aftrekken.

Dat geldt ook voor de premie voor je ziektekostenverzekering en het eigen risico van 375 euro over 2015. De wettelijke bijdrage aan het Centraal Administratiekantoor (CAK), voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding, thuiszorg of verblijf in een zorginstelling, valt eveneens buiten de aftrek.

Tandarts

Alle overige kosten mag je wel opvoeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een dure tandheelkundige behandeling, die niet of slechts gedeeltelijk wordt gedekt door je zorgverzekering. Of aan bezoekjes aan de logopedist, fysiotherapeut, homeopaat of acupuncturist waarvoor je je niet aanvullend hebt verzekerd.

Medicijnen

Ook medicijnen die door een arts zijn voorgeschreven en die je volledig uit eigen zak hebt betaald, mag je als aftrekpost opvoeren. Dit kunnen ook homeopathische medicijnen zijn. Let wel: het gaat alleen om medicijnen die als geneesmiddel worden gebruikt. Medicatie om een ziekte te voorkomen is niet aftrekbaar.

Dieet

Een afslankkuur bij de drogist mag je niet als aftrekpost opvoeren, maar de rekening van een dieet op voorschrift van een arts of diëtist wel. Je mag hiervoor een vast bedrag aftrekken, afhankelijk van het type dieet. De hoogte hiervan kun je vinden in deze dieetlijst van de Belastingdienst.

Heb je dit dieet maar een deel van het jaar gevolgd, dan moet je deze aftrekpost naar rato opvoeren. Ben je bijvoorbeeld zes maanden op dieet geweest, dan mag je van het vaste bedrag uit de lijst dus de helft aftrekken.

Als je twee dezelfde diëten hebt gevolgd voor verschillende ziektebeelden, mag je éénmaal tot aftrek overgaan. Dit geldt ook als je voor hetzelfde ziektebeeld twee of meer diëten van deels dezelfde typering volgt. Je mag wel het hoogste bedrag kiezen. Maar volg je twee diëten met verschillende typeringen voor hetzelfde ziektebeeld, dan mag je het bedrag voor beide diëten aftrekken.

Hulpmiddelen

Voor medische hulpmiddelen moet je goed op de lijst van de Belastingdienst kijken, want lang niet alles mag je  in mindering brengen. Steunzolen, een gehoorapparaat of een apparaat waarmee je met een vingerprik je bloedwaarden kunt meten, vormen nog steeds een aftrekpost, evenals alle kosten voor reparaties, onderhoud en de verzekering van deze hulpmiddelen. Maar voor bijvoorbeeld de kosten voor een rollator, looprek, krukken, een scootmobiel of rolstoel geldt dat niet meer. Voor een eerder afgeschafte scootmobiel of rolstoel mag je nog wel de afschrijvingskosten opvoeren (zie verderop).

Hulpmiddelen die het gezichtsvermogen vervangen, zoals een blindenstok, een blindengeleidehond of specifieke aanpassingen aan de computer, zijn eveneens aftrekbaar. Maar middelen die jou helpen beter te zien, zoals een bril, contactlenzen of een ooglaserbehandeling zijn dat niet.

Heb je vorig jaar een gehoorapparaat gekocht waarvan een deel van de kosten niet werd vergoed, dan mag je het deel dat je zelf hebt betaald aftrekken. Voorwaarde is wel dat de meerprijs is ontstaan omdat je een duurder apparaat wilde hebben om functionele redenen (bijvoorbeeld omdat dat apparaat beter is of prettiger zit). Extra kosten vanwege een persoonlijke voorkeur (bijvoorbeeld omdat je liever een andere kleur wilde) zijn niet aftrekbaar.

Afschrijvingen

De kosten voor een rolstoel of scootmobiel zijn niet meer aftrekbaar. Maar eventuele afschrijvingskosten zijn dat voorlopig nog wel. Heb je zo'n vervoermiddel voor 2014 aangeschaft en nog niet helemaal afgeschreven, dan mag je het bedrag van de afschrijving blijven aftrekken tot de afschrijvingstermijn is verlopen. Houd hierbij wel rekening met de restwaarde.

Afschrijven is vaak nodig voor hulpmiddelen die na gebruik nog door andere mensen kunnen worden overgenomen. Dit geldt meestal niet voor hulpmiddelen die op maat zijn gemaakt of speciaal voor jou zijn aangepast.

Woningaanpassingen

De kosten voor aanpassingen aan een woning, zoals een aangepaste doucheruimte, zijn sinds 2014 niet meer aftrekbaar. Ook extra huur voor een aangepaste woning of extra kosten omdat meubels of vloerbedekking sneller slijten mag je niet in mindering brengen. Dat geldt eveneens voor de kosten voor een verhuizing naar een verzorgingshuis en de inrichting van de nieuwe woonruimte.

Overige aanpassingen

Andere aanpassingen, bijvoorbeeld aan je auto of computer, zijn wel aftrekbaar, mits deze vooral worden gebruikt door de zieke of invalide persoon waarvoor die aanpassingen zijn bedoeld.

Vervoer

Chronisch zieken die vaak naar hun huisarts of het ziekenhuis moeten, spenderen aanzienlijk meer geld aan vervoer dan gezonde mensen. Deze extra kosten mag je aftrekken, met aftrek van eventuele vergoedingen van je zorgverzekeraar.

Maak je vanwege je ziekte extra vervoerskosten, dan moet je wel aannemelijk kunnen maken dat je duurder uit bent dan iemand met een vergelijkbaar inkomen die niet ziek of invalide is. Om hierachter te komen kun je je eigen vervoerskosten vergelijken met de gemiddelden op de website van het Nibud.

Reiskosten voor familiebezoek

Ook de reiskosten voor ziekenbezoek aan huisgenoten zijn aftrekbaar. Dit geldt alleen als de patiënt in totaal langer dan een maand is verpleegd voor dezelfde aandoening. De afstand tussen de woning en het ziekenhuis/verzorgingstehuis moet bovendien langer zijn dan tien kilometer. Voor autoritjes mag je 19 cent per kilometer aftrekken en voor tripjes per taxi of het openbaar vervoer de werkelijke reiskosten.

Gezinshulp

Wie extra gezinshulp krijgt, mag onder voorwaarden de kosten aftrekken. Verdiende je in 2015 meer dan 30.869 euro, dan mag je alleen de kosten opvoeren die boven een bepaalde drempel uitkomen. Deze bedraagt 1, 2 of 3 procent van je inkomen, afhankelijk van de hoogte van je zogeheten drempelinkomen: het resultaat van alle inkomsten en aftrekposten.

Zoals gezegd is de wettelijke eigen bijdrage aan het CAK voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding of thuiszorg niet aftrekbaar.

Kleding en beddengoed

Een andere aftrekpost zijn kosten voor extra kleding en beddengoed. Voor deze uitgaven mag je een vast bedrag aftrekken: 310 euro. Kun je aantonen dat de extra uitgeven hoger waren dan 620 euro, dan geldt een hogere aftrekpost van 775 euro.

Voorwaarde om voor deze fiscale tegemoetkoming in aanmerking te komen is wel dat de kosten rechtstreeks het gevolg zijn van ziekte of invaliditeit en dat deze ziekte (naar verwachting) minimaal een jaar duurt.

Je moet de kosten naar rato opvoeren. Ben je bijvoorbeeld vanaf juli ziek, dan mag je dus de helft van het bedrag aftrekken.

Overige ziektekosten

Psychologische zorg voor kinderen tot 18 jaar valt sinds 2015 onder de verantwoordelijkheid van gemeenten, evenals de diagnostisering en behandeling van enkelvoudige dyslexie voor kinderen. Deze zorg is niet langer aftrekbaar van je inkomen.

Ook de kosten voor een combinatietest in het kader van prenatale screening zonder dat sprake is van een medische indicatie is sinds 2015 niet meer aftrekbaar.

Drempel

Heb je alle kosten bij elkaar opgeteld, dan is het nog steeds de vraag of je voor aftrek in aanmerking komt. Je mag namelijk alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van je drempelinkomen.

De lat ligt hoog, vooral voor hogere inkomens. Voor een inkomen onder de 7.525 euro ligt de drempel op 127 euro. Komt je drempelinkomen niet boven de 39.975 euro uit, dan bedraagt de drempel 1,65 procent van dat inkomen.

Verdien je meer dan 39.975 euro, dan geldt een drempel van 659 euro, vermeerderd met 5,75 procent van het bedrag boven de 39.975 euro. Heb je in 2015 bijvoorbeeld 50.000 euro verdiend, dan ligt de drempel op 1.235,44 euro (659 plus 576,44 euro). Alleen de zorgkosten die daar bovenuit komen mag je aftrekken.

Voor mensen met een fiscaal partner geldt voor een gezamenlijk inkomen onder 15.050 euro een drempel van 254 euro. Daarboven gelden dezelfde drempels als bij mensen zonder fiscaal partner. Je moet wel de zorgkosten en beide inkomens bij elkaar optellen.

Verhoging zorgkosten

Als je (gezamenlijke) drempelinkomen niet boven de 33.857 euro uitkomt, mag je het bedrag voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met een bepaald percentage: 113 procent voor wie op 1 januari 2015 de AOW-leeftijd had bereikt en 40 procent voor wie op dat moment nog niet de AOW-leeftijd had bereikt.

Heb je een fiscaal partner en heeft een van beiden nog niet de AOW-leeftijd bereikt, dan mogen beide partijen een verhoging van 113 procent doorvoeren.

De uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en de reiskosten ziekenbezoek tellen niet mee voor deze verhoging. Alle overige posten wel.

Uitvaart

De kosten voor uitvaart of crematie vormen geen aftrekpost voor ziektekosten. Je mag deze wel aftrekken van de erfenis. Wel moet je van deze kosten eventuele uitkeringen van een uitvaartverzekering aftrekken.

Lees ook

Belastingaangifte 2015: let op deze vergeten aftrekposten

Slimme aftrekposten bij de aangifte 2015: giften, erfenis en kinderopvang

Slimme aftrekposten bij de aangifte 2015: de eigen woning

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl