Een prettig extraatje, het vakantiegeld komt binnen. In mei krijgen veel werknemers de jaarlijkse uitkering van het vakantiegeld bijgestort. Doorgaans gaat het om 8 procent van een jaarsalaris.

Je kan dat geld natuurlijk steken in een mooie reis, een verre vakantie, maar je kan het geld ook anders gebruiken. Het daarmee misschien ook slimmer gebruiken.

Wat doe je met het vakantiegeld als je het niet -allemaal- uitgeeft aan een reis? En wat zijn de voor- en nadelen van verschillende opties? Business Insider bespreekt 4 mogelijkheden.


1. Zet het geld als financiële buffer op een spaarrekening

Banken en verzekeraars proberen je in de weken dat het vakantiegeld wordt uitgekeerd, te verleiden om extra te sparen. Ze hebben doorgaans spaaracties.

Sparen kan handig zijn, het is goed om een extra buffer aan te leggen voor onvoorziene omstandigheden of grotere aankopen op termijn, zoals vervanging van de auto.

Wat deze optie minder leuk maakt, is dat het rendement minimaal is. De spaarrentes zijn momenteel historisch laag, liggen net boven de nul procent.

De hoogste variabele spaarrentes bij bijvoorbeeld Moneyou en NIBC direct liggen momenteel op 0,25 procent volgens de site spaarinformatie.nl. Grootbanken als ABN Amro, ING en Rabobank hanteren variabele rentes van 0,03 procent.

Lees ook op Business Insider

Als je je geld vast zet op een spaardepositorekening voor vijf jaar, komt de rente maximaal uit op ongeveer 1,1 procent volgens spaarinformatie.nl.

Vervolgens rekent de Belastingdienst ook vermogensrendementsheffing over je spaartegoed, als je boven het belastingvrije spaarbedrag van ruim 30.000 euro per persoon uitkomt.

Die vermogensrendementsheffing voor een spaarbedrag tussen de 30.000 en 100.000 euro komt neer op 0,58 procent.

Bij een variabele spaarrekening maak je dus na belasting een negatief rendement van -0,3 tot -0,55 procent. Bij een spaardeposito hou je netto nog niet de helft van de rente van circa 1,1 procent over.

Om het verhaal helemaal somber te maken: door inflatie wordt je gespaarde geld van jaar op jaar minder waard.

  • Voordeel sparen: een financiële buffer is handig, je kan makkelijk bij je geld
  • Nadeel sparen: na belasting en inflatie krimpt je vermogen

2. Aflossen op (hypotheek)schulden

Je kan het vakantiegeld natuurlijk gebruiken om schulden af te lossen. Zeker schulden op creditcards of persoonlijke leningen kennen hoger rentepercentages. Door die ‘consumptieve kredieten’ af te lossen bespaar je veel geld.

Ben je huiseigenaar, dan kun er ook voor kiezen extra af te lossen op je hypotheek. Bij de meeste hypothecaire leningen is het mogelijk een behoorlijk deel boetevrij af te lossen per jaar.

Spaarders kijken ook regelmatig naar de mogelijkheid van aflossen. Dat is niet zo vreemd.

Stel de hypotheekrente die je betaalt is 3 procent per jaar en je zit met je inkomen in box 1 in de belastingschijf waar je 38,1 procent betaalt. Je dan hebt een belastbaar inkomen tussen de 34.301 en 68.507 euro. Dan bespaar je door af te lossen netto bijna 2 procent hypotheekrente per jaar.

Vergelijk dat eens met het rendement bij sparen. Sparen kost momenteel netto geld. Bij een direct opvraagbare spaarrekening die bijna geen rente oplevert, verlies je netto tot 0,55 procent, als je belasting betaalt in box 3 op spaargeld. Extra aflossen op de hypotheekrente is een stuk aantrekkelijker.

Voordeel van deze manier van je vakantiegeld gebruiken, is dat je voortaan jaar op jaar geld bespaart. Het maandelijks te betalen rentebedrag wordt lager nadat je hebt extra hebt afgelost.

Aflossen heeft ook wel een nadeel. Je bent namelijk minder flexibel dan wanneer je het geld even op een direct opvraagbare spaarrekening stalt. Geld dat eenmaal ‘in je huis zit’ kun je niet zomaar weer opnemen.

  • Voordeel (hypotheek)schulden aflossen: het scheelt in de maandlasten
  • Nadeel aflossen: je beperkt je flexibiliteit

3. Beleggen voor de langere termijn

Je kan je geld ook voor je laten werken door het te beleggen. Dat is natuurlijk niet zonder risico. De waarde van beleggingen kan immers fluctueren en rendementen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

Aan de andere kant is de historische ervaring wel dat bijvoorbeeld gespreid beleggen in aandelen op de lange termijn – denk aan twintig of dertig jaar – een hoger rendement opleveren dan spaargeld.

Via de site berekenhet.nl kun je bijvoorbeeld zien dat als je nu 1.000 euro belegt, je je vermogen bijna verdubbelt in 10 jaar tijd, als je ten minste 7 procent netto rendement per jaar weet te maken. Maak je gemiddeld 4 procent rendement per jaar, dan groeit de 1.000 euro in 10 jaar aan tot bijna 1.500 euro.

Je betaalt wel belasting over je spaar- en beleggingsgeld als je vermogen in box 3 voor sparen en beleggen boven de heffingsvrijstelling van 30.360 euro per persoon uitkomt.

Je kan het geld ook op een zogenoemde ‘bankspaarrekening’ stallen. Onder voorwaarden valt het vermogen dan in box 1 voor de belastingen. Tijdens de opbouwfase betaal je dan geen belasting over het vermogen. Je betaalt pas belasting als je de bankspaarrekening laat uitkeren, bijvoorbeeld in de vorm van een lijfrente.

  • Voordeel beleggen: kans op een hoger rendement dan bij sparen
  • Nadeel beleggen: onzekerheid over rendementen en risico’s

4. Grotere aankoop doen met je vakantiegeld

Je kan het vakantiegeld ook gebruiken voor aanschaf van een auto, een boot, een tent of een caravan. Mogelijk draagt dat ook bij aan je vakantiegevoel.

Als je zo’n uitgave doet valt dat bezit, de auto of boot, ook buiten de vermogensrendementsheffing in box 3. Dus daar bespaar je op.

Wel is het zo dat een auto, boot of caravan zelf ook weer een kostenpost is. Je bent geld kwijt voor onder meer onderhoud en afschrijvingen.

  • Voordeel grote aankoop: geen belasting over dit bezit in box 3
  • Nadeel grote aankoop: auto’s, boten e.d. vergen ook weer onderhoud