De Estse hoofdstad Tallinn heeft in Europa de meeste startups per hoofd van de bevolking. Wat kunnen we daar in Nederland van opsteken?

In Estland hebben ze dan wel geen VOC gehad, maar de mentaliteit zit er wellicht nog een tikkeltje dieper dan in de Lage Landen. Met slechts 1,3 miljoen inwoners kun je als appbouwer of IT-bedrijf nooit ver komen als je je beperkt tot eigen land.

Vanaf het eerste moment focussen Estse startups dan ook op de internationale kansen. Uitbreiding naar Finland is voor de in Tallinn gevestigde ondernemers zo logisch als Duitsland voor Nederlanders. “Weinig eigenschappen krijgen ons zo enthousiast als Estse oprichters”, twitterde durfinvesteerder Marc Andreessen van Andreessen Horowitz in januari.

Wat kunnen we in Nederland leren van de Estse aanpak? Vier dingen.

1. Creeër je eigen techmerk en reputatie

Herkenbaarheid is alles. Amsterdam is al een heel eind met I Amsterdam, ondanks de impopulariteit in eigen land. De overheidsslogan van Estland is ‘Welcome to E-stonia’, een knipoog naar de digitale kansen. Maar onder startuppers is de hashtag #estonianmaffia gemeengoed geworden.

Esten zitten namelijk over de hele wereld. In hun eigen Tallinn, maar ook in andere startuphotspots als Stockholm, Londen, Seattle en natuurlijk Silicon Valley. Kanjers in de #estonianmaffia zijn TransferWise en Taxify.

Met dank aan deze framing staan Estse startups bijna automatisch in een positief daglicht. “Als een start-up uit Estland komt, ben ik er vrij zeker van dat ze goed bezig zijn. Voor haar omvang, brengt Estland onverwacht veel hoge kwaliteitsstartups voor”, zei AngelList-oprichter Naval Ravikant vorig jaar op een bijeenkomst van de maffiosi.

Lees ook op Business Insider

2. Blijf koste wat kost kleinschalig

Als startup wil je natuurlijk snel groeien. Daarop vormen de Esten geen uitzondering. Maar de scene in Tallinn blinkt uit in kleinschaligheid. Op pitch-ontbijten en conferenties zoals Latitude 59 hangt een laagdrempelige sfeer die nooit klef wordt.

3. Doe alles online

Internet maakt het leven beter, comfortabeler en handiger. In Estland is dat een overtuiging die zo goed als iedereen deelt. Het belastingsysteem behoort tot de efficiëntste, omdat banken, overheid en burger naadloos samenwerken. Belasting betalen kost letterlijk twee of drie muisklikken.

Een bedrijfje opzetten kan in Estland in twintig minuten en gewoon achter de laptop. Sinds kort is het zelfs mogelijk om als niet-Est in het land een eigen onderneming te starten. Handig voor ondernemers die in eigen land geen kapitaal kunnen stallen. Dit is een product van de crisis, toen de extra lagen administratie werden weggesneden en processen werden versimpeld.

4. Hou je verre van staatssteun

Estland verloor vorige week haar luchtvaartmaatschappij Estonian Air omdat de Europese Commissie achtte dat de overheid staatssteun à 130 miljoen euro had gedoneerd aan het bedrijf. Met de strenge regels vanuit Brussel is er alle reden om uit te kijken met overheidsgeld. Crowdfunding of een investeerder als Richard Branson zijn in Estland beproefde manieren om aan kapitaal te komen.

Dat betekent overigens niet dat ‘overheid’ een vies woord is. Hoewel er kritiek is op de reactionaire politiek van de huidige, onervaren regering, staan de Estse ambtenaren in de wereldtop als het om digitalisering en efficiëntie gaat. Sinds Estland in 1991 onafhankelijk werd, bouwden politici als Lennart Meri en Mart Laar het land op met een focus op online. Het woord startup bestond toen nog niet en internet werd vooral gezien als wondermiddel om het dunbevolkte Estland samen te binden.

En dat lijkt twintig jaar later te slagen, want veel minder Esten zijn de voorbije jaren geëmigreerd dan uit de broederlanden Letland en Litouwen.

Grote broer Helsinki

Toegegeven, Tallinn kan ook van Nederland leren. Er is een duidelijk gebrek aan zogenoemde ‘business angels’ en durfinvesteerders. Om verder te groeien moeten Estse ondernemers veel meer risico nemen dan hun collega’s aan de Noordzee. Genoeg jonge bedrijven komen in hun eerste jaren zonder geld te zitten, ongeacht de kwaliteit van hun idee.

Veel startups hebben dan wel Estse wortels of oprichters – we kennen Skype inmiddels allemaal – maar hebben er niet (meer) hun hoofdvestiging. Plus de bereikbaarheid van Tallinn laat te wensen over. Behalve dan vanuit Helsinki.

De Finse hoofdstad is in veel opzichten een tegenhanger van Tallinn, en een natuurlijke partner door verwantschap in taal, cultuur en de nabijheid. Helsinki heeft ook meer kapitaal en is elk jaar gastheer van een megaconferentie voor startups, Slush.